Indy Boonen (16) van Genk die voor Manchester United tekent, Manchester City dat aast op Evangelos Patoulidis (14) van Anderlecht, Thibaud Verlinden (15) van Standard die in de belangstelling van enkele Premier Leagueclubs staat: blijkbaar is Engeland meer dan ooit het beloofde land voor Belgische jeugdspelers. Maar als we zien wat Anderlecht in de UEFA Youth League presteert en hoeveel talent er tegenwoordig bij onze topclubs doorstroomt, is de vraag: is op jonge leeftijd naar het buitenland vertrekken nog wel de beste optie?
...

Indy Boonen (16) van Genk die voor Manchester United tekent, Manchester City dat aast op Evangelos Patoulidis (14) van Anderlecht, Thibaud Verlinden (15) van Standard die in de belangstelling van enkele Premier Leagueclubs staat: blijkbaar is Engeland meer dan ooit het beloofde land voor Belgische jeugdspelers. Maar als we zien wat Anderlecht in de UEFA Youth League presteert en hoeveel talent er tegenwoordig bij onze topclubs doorstroomt, is de vraag: is op jonge leeftijd naar het buitenland vertrekken nog wel de beste optie? "Neen, want de voorbije jaren zetten ook wij op dat vlak een hele stap vooruit", zegt Philippe Clement, assistent-coach bij Club Brugge en samen met hoofd opleiding Pascal De Maesschalck verantwoordelijk voor de sportieve visie bij de jeugd. "Er is veel veranderd. Tien jaar geleden was het misschien interessant om naar bepaalde clubs in het buitenland te gaan omdat de opleiding daar beter was, maar die achterstand haalden we in België volledig in. Dat blijkt uit de internationale resultaten van onze jeugdploegen en uit hoe gemakkelijk talenten tegenwoordig doorbreken. Niet alle eersteklassers beschikken over de middelen om voor een op en top professionele jeugdopleiding te zorgen zoals wij, Anderlecht, Genk en Standard dat kunnen, maar intussen zijn er in ons land toch al voldoende mogelijkheden om op een goeie en zelfs betere manier dan sommige buitenlandse clubs op te leiden. Bovendien is ook het sociale aspect heel belangrijk: jongeren ontwikkelen zich het best in een natuurlijk klimaat. Wellicht spiegelen jongens en hun ouders zich aan succesverhalen zoals dat van Adnan Januzaj en aan de bedragen die genoemd worden, maar de realiteit is dat het overgrote deel niet slaagt. Veel spelers keren terug en raken hier dan soms niet aan een contract omdat er een dure opleidingsvergoeding betaald moet worden. De Premier League is een heel andere wereld natuurlijk, als je weet dat zelfs het minimum aan jaarlijks tv-geld nog zo ongeveer drie keer het jaarbudget van Club is. Maar ik denk dat het belangrijkste voor een jonge speler is: een goed sportief traject kiezen. Dan komt het financiële verhaal achteraf ook wel. Hoe de opleiding in Engeland is, weet ik niet. Ik moet wel zeggen dat ik heel hard geschrokken ben toen we twee jaar geleden met de beloften tegen Manchester United speelden. Die coach hoorde ik alleen maar 'duel, duel, duel' roepen." "Er is geen enkele reden meer om naar het buitenland te gaan, wat niet betekent dat het niet een mogelijke weg kán zijn", zegt Bob Browaeys, sporttechnisch coördinator van Voetbalfederatie Vlaanderen en nationaal U17-coach. "De kwaliteit van de jeugdopleidingen van onze eliteclubs is dermate gestegen dat ze nu evenwaardig en zelfs beter is dan die van buitenlandse topclubs. Bovendien geven steeds meer clubs en trainers van het eerste elftal speelgelegenheid aan jonge talenten. Je merkt dat een groot talent zich tegenwoordig perfect in België kan ontwikkelen. Daarenboven kun je hier topsport combineren met studies en zo een diploma halen waarmee je ook nog zin kunt geven aan de dertig jaar na je voetbalcarrière. Op alle vlakken zijn er in België voldoende ontwikkelingsmogelijkheden. Er wordt goed gewerkt, ook op amateurniveau, er is meer talent dan ooit op komst en we merken inderdaad dat het grof wild is voor Engelse clubs. Veel van onze A-internationals zijn in de Premier League toppers aan het worden en de clubs daar redeneren: als we een Eden Hazard moeten kopen op 21 jaar kost die veel geld, dus proberen we er een te halen op 15, wanneer hij nog niet onder contract ligt." "Engeland kan voor sommige Belgische jongens wel degelijk het beloofde land zijn", zegt Evertonscout Andy De Smet. "Om te beginnen: de reden dat Engelse clubs naar onze talenten lonken, is dat bijvoorbeeld Franse talenten moeilijker te halen zijn. In Frankrijk zijn de meeste clubs heel goed gestructureerd, bestaat er een traditie van opleiding en doorstroming, wordt er een groter budget vrijgemaakt om de betere jeugdspelers langer vast te leggen en is er daardoor bij ouders meer vertrouwen en geduld. De visie van Everton is: we investeren in een aantal jongens in wie we geloven, we maken er een langetermijnproject van en bieden hen maximale ondersteuning om er het maximum uit te kunnen halen. Er wordt vaak verwezen naar het geld dat die gasten en hun ouders dan in Engeland krijgen, maar het gaat ook en vooral om de optimale professionele omgeving waarin die talenten kunnen functioneren. Voor wie de kans krijgt zich te ontwikkelen in zulke omstandigheden, met onder meer individuele trainers en een volledig uitgebouwde medische staf, kan een Premier Leagueclub zeker het beloofde land zijn. Want heel weinig Belgische clubs kunnen zich dat financieel veroorloven. Wie zo'n stap zet, voelt er snel dat hij nog niet gearriveerd is. Michy Batshuayi is ook naar Marseille moeten gaan om te beseffen dat hij harder moest werken. Zo zijn er heel veel voorbeelden. Garanties zijn er ook daar niet, want de lat ligt heel hoog. En ook hier blijven kan lonen. Zie hoe Anderlecht met zijn jeugd werkt, hoe snel ze hun toptalenten vastleggen, wat er allemaal doorstroomt en wat er nog in de wachtkamer zit. Hervé Matthijs, die besliste zich bij Anderlecht verder te ontwikkelen, staat zeker niet minder ver dan Mathias Bossaerts, die Anderlecht in 2012 verliet voor Manchester City." "Het is niet meer noodzakelijk om als jeugdspeler naar het buitenland te gaan", zegt Chris Van Puyvelde, sportief coördinator van de Pro League. "Als ik de jeugdopleiding van onze clubs bekijk, dan zie ik dat er sinds enkele jaren een enorme evolutie aan de gang is. Er is veel veranderd en clubs, Pro League en bond werken aan nog meer initiatieven om ons statuut van opleidingsland in stand te houden. Ik zie veel investeringen. Niet alleen financieel, ook inhoudelijk: in visie, in planning, in omkadering, in trainers en in psychologen. Ik zie spelers en ook coaches die doorgroeien van de academie naar de eerste ploeg. Er worden veel doorgroeikansen geboden en mannen die uit onze competitie zijn doorgestroomd, zoals Kevin De Bruyne, Vincent Kompany en Thibaut Courtois,zijn natuurlijk mooie voorbeelden voor onze jeugd. Het negatieve is dat onze jeugdspelers een attractiepool zijn geworden voor kapitaalkrachtiger buitenlandse clubs en dat mensen die geld aan hen willen verdienen ze daarheen sturen. Bovendien werd de opleidingsvergoeding voor buitenlandse clubs vorige zomer fors verlaagd en dat zet de poort nog meer open. Maar als ik Senne Miangue (17), die naar Inter is vertrokken, vraag of de opleiding daar beter is dan hier, zegt hij: neen, maar je speelt soms wel met betere spelers." DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE