Wanneer ontploft Fernando Alonso?

Er zijn nog tradities in de formule 1. Zoals: zodra de Italianen het voor het zeggen hebben, komt er gehannes bij Ferrari. Het was zo in de jaren zeventig en tachtig, tot de Fransman Jean Todt er teambaas werd. Hij bouwde een team van 'buitenlanders' rond zich: de Britten Ross Brawn en Rory Byrne in het technische departement, de Duitser Michael Schumacher als kopman achter het stuur. Een constellatie die zou leiden naar een nooit geziene hoogconjunctuur: Schumi reed in tien jaar Ferra...

Er zijn nog tradities in de formule 1. Zoals: zodra de Italianen het voor het zeggen hebben, komt er gehannes bij Ferrari. Het was zo in de jaren zeventig en tachtig, tot de Fransman Jean Todt er teambaas werd. Hij bouwde een team van 'buitenlanders' rond zich: de Britten Ross Brawn en Rory Byrne in het technische departement, de Duitser Michael Schumacher als kopman achter het stuur. Een constellatie die zou leiden naar een nooit geziene hoogconjunctuur: Schumi reed in tien jaar Ferrari vijf wereldtitels bij elkaar en het hadden er minstens twee meer kunnen zijn zonder zijn kwajongensstreken in 1997 (geprobeerd Jacques Villeneuve van de sokken te rijden in de beslissende race) en die crash in 1999 (been gebroken in Silverstone). Maar sinds Todt weg is, zit er geen lijn meer in. De Fransman probeerde zijn toenmalige assistent Stefano Domenicali klaar te stomen voor de opvolging, en bleef in 2007 nog wel over diens schouder meekijken tot hij een jaar later helemaal verdween. Maar wat veel waarnemers toen al vermoedden, is ondertussen bewaarheid: Domenicali is een fijne vent, maar heeft te weinig gezag om echte lijnen uit te zetten. Een belangrijk gevolg daarvan is dat in het technische departement niet meer in een eenduidige richting wordt gewerkt. "Iedereen doet maar", vertelt een insider ons. Kortom: het is zoals in het verleden, toen de Italianen regeerden bij Ferrari. Iedereen probeert luider te kraaien en het resultaat is kakofonie. Fernando Alonso loopt er de jongste weken dan ook stomend bij, sinds in Melbourne bleek dat de Ferrari een maatje de klein is voor Red Bull en zelfs McLaren. De Spanjaard, die anderhalf jaar geleden bij zijn transfer aankondigde dat Ferrari zijn laatste team zou worden en dat hij daar wel zijn derde wereldtitel zou pakken, snapt immers dat hij opnieuw voor een col buiten categorie staat. En dat terwijl hij vorig jaar al met een onmenselijk groot verzet naar boven moest: om de teamleiding en de technische staf constant onder druk te zetten zodat ze de auto sneller zouden maken, en daarna om zijn statuut van nummer één in het team af te dwingen - herinner u de kwestie Hockenheim, waar Alonso de teamleiding zover kreeg dat ze Felipe Massa verplichtten de Spanjaard voorbij te laten. Alonso won in beide gevallen de strijd. Massa werd zijn hulpje en, weliswaar geholpen door technische problemen bij Red Bull, slaagde hij er in het slot van het seizoen nog in om de favorietenrol naar zich toe te trekken. Alleen kostte dat allemaal heel veel mentale energie. Nu moet Alonso op één gebied opnieuw helemaal van nul beginnen. Zijn grote hoop rust nu op de Britse ingenieur Pat Fry, die bij McLaren werd weggeplukt. Maar die maakte bij zijn entree al meteen geen goede beurt bij de Italianen, toen hij in een gespecialiseerd blad stelde: "Het is mijn taak om hier orde op zaken te stellen." Het blijft dus rommelen bij Ferrari, zodat de paddock stilaan met een nieuwe hamvraag zit: wanneer ontploft Alonso? DOOR JO BOSSUYT