Koning Boudewijnstadion, 1999. "Van Damme? Natuurlijk ken ik hem. Schitterende acteur, Jean-Claude ..." Hij meende het, de Amerikaanse atleet en hij was heus niet de enige die in al die jaren de verkeerde link legde. Ooit omschreef een kandidaat-sportjournalist op een examen Ivo Van Damme zelfs als 'een ex-10.000 meterloper die zijn eigen meeting organiseert ...' De Memorial mag dan wel wereldfaam genieten en vrijdag voor de 35e keer plaatsvinden, de herinnering aan de atleet die twee keer olympisch zilver veroverde, lijkt steeds meer te vervagen.
...

Koning Boudewijnstadion, 1999. "Van Damme? Natuurlijk ken ik hem. Schitterende acteur, Jean-Claude ..." Hij meende het, de Amerikaanse atleet en hij was heus niet de enige die in al die jaren de verkeerde link legde. Ooit omschreef een kandidaat-sportjournalist op een examen Ivo Van Damme zelfs als 'een ex-10.000 meterloper die zijn eigen meeting organiseert ...' De Memorial mag dan wel wereldfaam genieten en vrijdag voor de 35e keer plaatsvinden, de herinnering aan de atleet die twee keer olympisch zilver veroverde, lijkt steeds meer te vervagen. Nochtans was Ivo Van Damme allerminst een grijze muis. Zijn Christuskop, grote gestalte (1,91 meter), welbespraaktheid en grote dosis lef gaven hem de uitstraling van een filmster, al leidde dat ook tot afgunst. Zeker omdat Van Damme de straffe uitspraken niet schuwde. "Ze zeggen dat ik het hoog in mijn bol heb en dat ik veel durf te zeggen. Wel, dat ís ook zo, maar achteraf is het altijd gewettigd gebleken", vertelde de zelfbewuste Brabander ooit. Aan een underdogrol had hij een hekel: "Geloven in mezelf is een hoofddoel in mijn leven. Diep in mij is er een fundamentele kern van geloof in eigen kunnen." Sommigen noemden de atypische Belg arrogant, maar volgens Wilfried Meert, organisator van de Memorial en in die tijd atletiekjournalist bij Het Laatste Nieuws, verkocht Van Damme nooit show. "Ivo wás gewoon zo. Al besefte hij instinctief misschien wel dat hij zich in België zo moest onderscheiden, want ook toen was atletiek hier een relatief kleine sport." Toen de charismatische Van Damme overleed in een verkeersongeval, werd hij niet toevallig de James Dean van de atletiek genoemd, al leidde de Brabander nooit een losbandig leven. Als een maniak focuste hij op zijn doel: records verbeteren. Helaas werd hem dat niet gegund. Eind december 1976 stopte voor de atleet, die geobsedeerd was door tijden, de klok veel te vroeg met tikken. Het levensverhaal van Ivo Van Damme begint bijna 23 jaar eerder op 21 februari 1954. Als zoon van een rijkswachter groeit hij op in Etterbeek, waar hij tussen de appartementsblokken met zijn broer Dirk loopwedstrijdjes houdt. Samen beginnen ze te voetballen bij Racing White, maar wanneer de Brabander op de piste van het Fallonstadion de atleten toertjes ziet lopen, verpandt hij zijn hart aan de atletiek. In mei 1971 tekent de 17-jarige Van Damme, die na de overplaatsing van zijn vader Kamiel naar Veltem-Beisem is verhuisd, een lidkaart bij Daring Club Leuven. Hij krijgt er van Mon Van den Eynde, de trainer van Gaston Roelants en Miel Puttemans, meteen een zwaar trainingsprogramma van twee weken - een vuurdoop voor alle nieuwkomers - maar in tegenstelling tot veel anderen haakt Van Damme niet af. Omdat de kans bestaat dat hij deel kan uitmaken van de 4 x 800 meterploeg, besluit hij zich te concentreren op de dubbele baanronde. Twee jaar later loopt Van Damme op het EK voor junioren in Duisburg al naar een vierde plaats en een nieuw Belgisch record. Wilfried Meert neemt achteraf het eerste grote interview met hem af. "Van den Eynde had mij getipt: 'Wilfried, ik heb ne nieuwen. Van Damme, onthoud de naam, dat gaat ne groten worden.' Het viel me toen al op hoe ambitieus Ivo was. Hij sprak zelfs al over het Belgische record van Roger Moens én van de olympische finale. Pas 19 jaar, hé." De samenwerking met Van den Eynde, die voor Van Damme een tweede vader wordt, blijkt een schot in de roos. "Mon was de enige persoon die álles van Ivo wist", zegt Meert. "Met hem kon hij tot een gat in de nacht over atletiek praten. Alle twee bezeten door de sport." Ondanks hun goede persoonlijke relatie spaart de Leuvense professor zijn poulain niet. Hij laat hem trainen met Roelants en Puttemans, twee toppers aan wie het jonge veulen zich optrekt. "We begonnen meestal met een opwarming van acht kilometer", vertelt Puttemans. "Soms zei Ivo: 'Miel, loop maar zo rap je kunt, je raakt me niet kwijt.' Ik liet me natuurlijk niet kennen en na 500 meter liepen we al in wedstrijdtempo. Soms moest Ivo lossen, maar op het einde kwam hij met zijn enorme wilskracht steeds weer in mijn zog." Van den Eynde laat Van Damme heel intensief, boven de overslagpols, trainen. Bekend zijn de verhalen waarin hij zijn atleet na elke tempoloop in hurkzit laat plaatsnemen om te beletten dat het melkzuur te rap afgevoerd wordt. Of waarin hij Van Damme na een intervaltraining in een gesloten auto - met dus minder zuurstof - steekt om diens weerstand te verhogen. Legendarisch zijn ook de surprisetrainingen waarin de professor Puttemans en Van Damme tegen de heuvels van het Meerdalbos in Heverlee op laat spurten terwijl hij zich achter de dikke beuken verstopt. Puttemans: "Wij moesten telkens de richting uit waar hij onverwacht tevoorschijn kwam. Tot hij plots 'stop' riep, waarna we weer naar beneden moesten lopen. We konden nooit doseren, want we wisten nooit hoeveel meter we moesten sprinten. Enorm zwaar, maar het rendeerde." Critici beweren echter dat Van den Eynde zijn atleten soms té ver drijft. Wanneer Van Damme zijn eerste seizoen bij de senioren (1974) in rook ziet opgaan door klierkoorts, is dat koren op hun molen. "Vroegtijdig opgebrand", luidt het in de pers. Het wordt - tot Van Dammes grote ergernis - heel stil rond hem. "De pers rept met geen woord over mij. Ik ben vergeten en afgeschreven", sneert hij in zijn dagboek. In oktober begint een op revanche beluste Van Damme weer voorzichtig te lopen. Hij raakt nauwelijks 400 meter ver, maar amper vijf maanden later behaalt hij op het EK indoor in Katowice al zilver. Een ander scharnierpunt in zijn carrière volgt op een rondreis door Zuid-Afrika waar hij voor het eerst zonder witte pet loopt. Die had de Veltemnaar tijdens wedstrijden altijd gedragen, naar het voorbeeld van zijn idool Dave Wottle, de olympisch 800 meterkampioen van 1972. "Dat was een misgreep", vertelt hij een jaar later in Het Nieuwsblad. "Als je jong bent, heb je behoefte aan idolen, maar Roger Moens deed me inzien dat een imitatie vernederend is. Ik moet míjn identiteit en persoonlijkheid uitdragen." Van Damme verandert ook zijn tactiek: terwijl hij ervoor - zoals Wottle - meestal achteraan hing om dan in de laatste meters een eindspurt in te zetten, zet hij zich nu van in het begin op kop. Die aanpak rendeert. Op 15 augustus 1975 stelt de pas 21-jarige atleet in Landen het 800 meterrecord van Roger Moens een tiende scherper: 1.45.60, amper twaalf dagen nadat die een feest gegeven had voor de twintigste verjaardag van zijn Belgisch record. Het verhaal gaat dat Van Damme gewacht heeft om de tijd te verbeteren tot na die viering, al heeft Moens dat nooit geloofd. Na een nieuwe Belgische toptijd in Zürich (1.45.30) gaat de Veltemnaar vol zelfvertrouwen de winter in. Op het EK indoor in München verovert Van Damme met gemak zijn eerste gouden medaille op een groot kampioenschap. Daarna trekt hij met hoogspringer en goede vriend Bruno Brokken naar Zuid-Afrika om er enkele wedstrijden te lopen, maar met de Olympische Spelen in het vooruitzicht is er van een plezierreis geen sprake. Brokken: "Een Vlaams wijnbedrijf nodigde ons uit voor een exclusief bezoek, maar hoewel Ivo eerst had toegezegd, haakte hij op het laatste moment af. Hij wilde niet van zijn trainingsschema afwijken. Sport ging voor alles." Slechts een persoon kan Van Damme even van zijn doel afleiden. Op een stage met de Belgische ploeg in het Franse Lacanau bloeit in april een romance met 800 meterloopster Rita Thys open. "Niet toevallig een atlete", zegt Brokken. "Met een gewoon meisje dat niet begreep wat topsport inhield, zou Ivo het niet lang uitgehouden hebben." De verliefdheid geeft Van Damme een bijkomende boost. Hij verbetert zijn Belgische records op de 800 en 1500 meter en pakt voor de afreis naar Canada uit met een stoute voorspelling: "Wie me wil kloppen, moet onder het wereldrecord lopen." Maar, beklemtoont hij: "Montréal is geen einddoel, ik wil niet de man van een olympiade zijn. Een wereldrecord zegt me zelfs meer dan olympisch goud, want dan ben je een pionier." Een typische uitspraak van Ivo Van Damme, die vooral zichzelf wil overtreffen, met de chrono als enige maatstaf. In zijn dagboeken wemelt het dan ook van de cijfers. Elke training en wedstrijd, zelfs zijn hele dagprogramma schrijft de Veltemnaar minutieus op. Rita Thys in Humo: "Ivo had altijd een balpen bij zich. Als die niet meer schreef, stond er: 'Mijn balpen is leeg, ik neem nu een andere.' En op de volgende regel: 'Ik ben nu aan het schrijven met een nieuwe balpen ...'" Van op stage stuurt Van Damme vaak postkaarten met zijn tijden naar vrienden en kennissen. Onder meer naar Miel Puttemans - om hem zenuwachtig te maken - en ook naar Roger Moens. "Een paar weken voor de Spelen kreeg ik van Ivo een kaartje: 'Ik ben heel goed, ik denk dat ik onder 1.44 ( ruim een seconde beter dan zijn Belgisch record, nvdr) kan lopen, maar zal dat voldoende zijn?'" "Voor Ivo waren tijden een obsessie", bevestigt ook Bruno Brokken. "Hij wist perfect na hoeveel seconden hij waar moest doorkomen om een bepaalde eindtijd te halen en bestudeerde ook de tussentijden van vorige wereldrecords én van al zijn concurrenten. Het ging zelfs zover dat als hij tijdens een kaartspel een kaart met cijfer acht trok, hij meteen over 800 metertijden begon te ratelen. Het spel was voorbij ..." ( lacht) De Olympische Spelen van Montréal 1976 starten met een grote rel. 26 Afrikaanse landen trekken zich terug omdat het IOC weigert Nieuw-Zeeland uit te sluiten van de competitie. Ze hadden dit geëist omdat het Nieuw-Zeelandse rugbyteam eerder dat jaar een aantal matchen in de apartheidsstaat Zuid-Afrika gespeeld had. "Wat nooit in de krant is verschenen," vertelt Brokken, "is dat Ivo en ik óók op de zwarte lijst van die Afrikaanse landen stonden, aangezien wij in 1976 hadden deelgenomen aan meetings in Zuid-Afrika. Gelukkig is het IOC nooit op die eis ingegaan. We hebben ook nooit gepanikeerd, want pas toen alles beslist was, werden wij op de hoogte gebracht. Ivo vond het zelfs jammer dat concurrenten als Mike Boit (800 meter) en Filbert Bayi (wereldrecordhouder 1500 meter) niet konden deelnemen. Het deed afbreuk aan de medailles die hij eventueel zou behalen." In Montréal zondert de anders heel sociale Van Damme zich af van de Belgische selectie. "Ivo ging vaak in zijn eentje of met zijn vriendin Rita Thys wandelen of trainen en was uiterst geconcentreerd", herinnert Brokken zich. "Niet vanzelfsprekend, want het olympisch dorp leek op een asielopvang. Met zijn zessen sliepen we in de living en vier andere atleten, onder wie Ivo, lagen op de slaapkamer in stapelbedden." Desondanks wint Van Damme zonder problemen zijn reeks op de 800 meter en wanneer hij in de halve finale tweede wordt achter de Cubaanse topfavoriet Alberto Juantorena, stijgt zijn zelfvertrouwen nog méér. Steepleloper Paul Thys: "Voor de finale zei Ivo tegen mij: 'Ik ben de beste, dus ik win.' Geen blufpoker, hij was daar echt van overtuigd. Nochtans verwachtten weinigen in de Belgische delegatie dat hij een medaille zou behalen." Van Damme maakt zijn ambities bijna waar. Achter Juantorena, die bijna de hele race op kop loopt, eindigt hij net voor de Amerikaan Rick Wolhuter als tweede. Goed voor de beste Belgische tijd ooit: 1.43.86, 36 honderdsten trager dan El Caballo (Het Paard) Juantorena, die een wereldrecord loopt. De twee voorspellingen die de Veltemnaar voor de Spelen gedaan had, kwamen uit ... "Ik ben blijer met mijn Belgisch record dan met mijn medaille", verklaart Van Damme achteraf een tikje ontgoocheld. "Als ik me direct in het spoor van Juantorena genesteld had, had hij nooit die voorsprong kunnen nemen en had ik misschien kunnen winnen." Zijn prestatie sterkt de Brabander in de overtuiging dat hij ook op de 1500 meter een medaille kan winnen, hoewel hij en Van den Eynde pas enkele weken voor de Spelen beslist hadden om dat nummer erbij te nemen. Zes wedstrijden op een week lopen is heel vermoeiend, beseft ook Van Damme, die uiterst gefocust blijft. "Ivo had weinig contact met zijn collega-atleten, die hem daarom af en toe plaagden", vertelt Guy Van Diest, technisch directeur van de atletiekbond. "Zijn kamergenoten Karel Lismont en Willy Polleunis kregen het idee om Ivo's zilveren medaille op zijn borst te leggen terwijl hij aan het rusten was. Wat later maakten ze hem wakker en treiterden ze hem omdat hij zogezegd met zijn medaille sliep. Ivo kon er niet mee lachen en reageerde vrij agressief, zeker toen Karel en Willy hem op weg naar de kinesist ook nog eens de verkeerde kant opstuurden." Van Damme trekt zijn conclusies en gaat met Van den Eynde, Puttemans en zijn vriendin een paar dagen naar Mont Tremblant, aan de boorden van een meer waar ook de roeiers verblijven. "Ik, zenuwachtig? Dat moet een grap zijn", sneert hij naar de journalisten. "Men maakt me in het olympisch dorp alleen maar gek. Atleten die elkaar opjagen, daar kan ik tegen, maar te veel is te veel." Van Damme keert terug voor de reeksen van de 1500 meter, waarin hij als tweede finisht. Ook de halve finale, waarin hij derde wordt, is een formaliteit. In een tactische finale raakt de Belg ingesloten bij het ingaan van de laatste ronde. Hij begint in de voorlaatste rechte lijn aan een remonte die hem in tweede positie brengt - op een meter van topfavoriet John Walker - maar die kloof kan hij net niet overbruggen. Het verschil tussen de Nieuw-Zeelander en onze landgenoot aan de finish is slechts tien honderdsten. "Als Ivo zich niet laat insluiten, dan wint hij", oordeelt Van den Eynde achteraf. Nochtans had hij zijn atleet de opdracht gegeven om zich achteraan te nestelen en op zijn spurt te rekenen. Tégen de zin van Ivo Van Damme, die het advies van zijn trainer volgde, maar hem achteraf echter niets kwalijk neemt. Aan de pers verklaart hij zelfs tevreden te zijn met zilver: "Ik kwam frisheid en ervaring te kort. Mijn prestatie en vooral tijd op de 800 meter waren veel beter." Een ander geluid hoort vriend Bruno Brokken. "Ivo was tegen mij héél duidelijk: 'Ik had goud moeten winnen ...'" Op de vraag of hij zich voortaan zou concentreren op de 1500 meter, zoals Van den Eynde hem aanraadde, antwoordt Van Damme negatief. "Ik wil eerst het wereldrecord op de 800 meter verbeteren. De 1500 meter blijft voorlopig op het tweede plan, net als de 5000 meter, al wil ik op termijn ook het wereldrecord van Puttemans ( de legendarische 13.13, nvdr) aanvallen. Verder wil ik nog twee olympiades meemaken." Typerend voor de altijd ver vooruitziende Van Damme, die na de Spelen en de triomfantelijke huldiging in Veltem Rita Thys ten huwelijk vraagt. "Hij had alles in zijn hoofd", vertelt de Limburgse. "We zouden trouwen in het voorjaar van 1977 en daarna in Diest gaan wonen. Ivo wou ook twee dochters - van wie er een Margo moest heten - en aan mijn moeder vroeg hij of zij op hen wou passen als wij in 1980 (!) op de Spelen van Moskou zaten ..." Van Damme stippelt ook zijn volledig trainingsschema voor 1977 uit en met Fons Brydenbach, Marc Nevens en HermanMignon bespreekt hij hoe hij met hun steun het wereldrecord op de 800 meter scherper wil stellen. Om zich daarop voor te bereiden trekt Van Damme eind december samen met Van den Eynde naar Marseille voor een tiendaagse stage. Zonder Rita Thys, want zij moet een cross in Dilsen lopen. Op 29 december keert de Brabander alleen terug naar België omdat hij op tijd thuis wil zijn voor het tv-programma Superstars, waarin hij met Björn Borg en Hennie Kuiper te zien is. "'s Ochtends heeft Ivo nog getraind en daarna is hij vertrokken, al keerde hij na honderd meter nog even terug. Hij draaide zijn venster naar beneden en zei tegen Van Den Eynde: 'Dat doe ik nooit meer, zo ver alleen op stage gaan'", aldus zijn manager Marcel Mouton in Belga Sport. Goed anderhalf uur later rijdt Van Damme - zonder baard, een verrassing voor zijn verloofde - met zijn Opel Kadett in Bollène plots door de middenberm van de Autoroute du Soleil. Hij knalt twaalf boompjes omver en botst op een tegenligger die een boot vervoert. De klap katapulteert hem weer in de middenberm, waar hij nog eens over de kop gaat. Van Dammes schedel wordt verbrijzeld. Volgens het politierapport is de olympische medaillewinnaar, die een gordel droeg en volgens getuigen niet sneller reed dan honderd kilometer per uur, op slag dood. Omdat er geen remsporen gevonden worden en de atleet volgens de politie in zijn manoeuvre nog versneld heeft, wordt gespeculeerd over zelfmoord, ook omdat Van Damme volgens collega's als Gaston Roelants de laatste weken 'niet meer dezelfde was'. Volgens anderen was er van een depressie echter absoluut geen sprake. Concrete aanwijzingen worden ook niet gevonden, maar aangezien zijn ouders een autopsie weigeren - "We willen niet dat ze in Ivo snijden, daarmee krijgen we hem niet terug" -, komt er ook over eventuele andere oorzaken (een beroerte, hartstilstand, in slaap gevallen ...) nooit duidelijkheid. Mon Van den Eynde keert twee dagen later terug uit Zuid-Frankrijk en verneemt dan pas het nieuws. Als een gebroken man stapt hij vlak na Nieuwjaar samen met de familie Van Damme en Rita Thys mee achter de lijkkist, die gedragen wordt door onder meer Lismont, Moens, Puttemans, Roelants en Thys. Duizenden sportliefhebbers in en rond de kerk van Veltem-Beisem laten hun tranen met de vele regendruppels samensmelten. Goed acht maanden later vindt op initiatief van de vzw De Vrienden van de Atletiek, opgericht door Belgische atletiekjournalisten, onder wie Wilfried Meert, de eerste Memorial Van Damme plaats. Er werden vooraf 15.000 tickets besteld - dat zou al een succes zijn, dachten de organisatoren -, maar uiteindelijk komen er drie keer meer toeschouwers opdagen. Een schatting van de politie, want het grootste deel van het publiek komt met een stempel het Heizelstadion binnen. Daar zien ze een van de meeste emotionele momenten uit de Belgische sportgeschiedenis. Olympisch 1500 meterkampioen John Walker, voor wie Meert heel Europa rond heeft gebeld om hem in Brussel te krijgen, wint zijn nummer en krijgt uit handen van vader Kamiel Van Damme een medaille. Ongepland stapt de Nieuw-Zeelander van het podium en geeft de medaille terug: "Deze is voor jouw zoon." Nooit is het Heizelstadion stiller geweest dan toen. door jonas creteur"Een wereldrecord zegt me zelfs meer dan olympisch goud, want dan ben je een pionier." Ivo Van Damme "Het olympisch dorp leek op een asielopvang. Met zijn zessen sliepen we in de living." Bruno Brokken "Ivo wou ook twee dochters, van wie er een Margo moest heten." Rita Thys