Wie herinnert zich nog Jan Mulder als voetballer? Een spits die teerde op kracht en techniek, een Draufgänger die voetbalde zoals hij praatte: rechttoe en rechtaan. Acht jaar voetbalde Mulder voor Anderlecht, hij noemt zich de Nederlander met het meest paars-witte bloed. Gemakkelijk was Mulder niet in de kleedkamer. Een zeurkous, werd hij wel eens genoemd. Toen Mulder voor de jaarlijkse groepsfoto zijn kousen niet had opgetrokken en daarvoor werd aangepakt door de toenmalige tr...

Wie herinnert zich nog Jan Mulder als voetballer? Een spits die teerde op kracht en techniek, een Draufgänger die voetbalde zoals hij praatte: rechttoe en rechtaan. Acht jaar voetbalde Mulder voor Anderlecht, hij noemt zich de Nederlander met het meest paars-witte bloed. Gemakkelijk was Mulder niet in de kleedkamer. Een zeurkous, werd hij wel eens genoemd. Toen Mulder voor de jaarlijkse groepsfoto zijn kousen niet had opgetrokken en daarvoor werd aangepakt door de toenmalige trainer George Kessler, liep hij woest weg. In een thuiswedstrijd tegen Beveren zat Mulder eens op de bank en werd hij bij een 0-0-stand een halfuur voor tijd ingebracht. Mulder scoorde twee keer en liep na het tweede doelpunt recht naar de bank, ging op zijn knieën voor Kessler zitten en stak zijn middenvinger net niet in diens oog. Door Kessler verliet Mulder uiteindelijk Anderlecht en trok naar Ajax, waar een knieblessure zijn carrière beëindigde. Jan Mulder sloeg een andere richting in. Hij schreef columns en mopperde langs de zijlijn. Vanuit een wat surrealistische belevingswereld zette hij kanttekeningen bij de wondere wereld van de sport. Hij noemde zichzelf een bescheiden waarnemer van de dagelijkse poppenkast. Toen Mulder 60 werd, zei hij weleens moe te worden van zichzelf, omdat hij stukjes maakte aan de rand van de sport. In een lang interview dat we toen met hem hadden, vroeg hij zich af of hij zich over een jaar of twee niet zou aansluiten bij een of andere sekte in de Vogezen. Wat moet ik anders doen, bedacht hij. Het past bij Mulder om zo te praten. Zelfspot hoort al evenzeer bij hem als zelfrelativering. Het kostte hem ook, zei hij toen, moeite om het voetbal integraal te volgen. Omdat hij nog maar zelden een vloeiende scène zag. Terwijl de schoonheid van het spel hem altijd in hoge mate ontroerde. Vandaag is Jan Mulder niet van het televisiescherm weg te branden. Zou hij nog weleens moe worden van zichzelf? Als dwarsligger lopen zijn ingevingen uiteen. Soms zijn ze humorvol, dan weer ongezouten. Zoals ook zijn stukjes die hij, tot 2000, voor dit blad schreef. Tot hij het niet meer kon opbrengen om tegen een deadline te werken, het was een voortdurend balanceren op de rand van de uitputting. Zijn huidig werk op televisie ligt hem kennelijk beter. Hoewel, heel lang wil de intussen 73-jarige Mulder toch niet meer doorgaan. Zegt hij. Ook al vervult hij zijn rol nog altijd met verve.