Mijn bioscopen

'Ik kwam ter wereld in Bellingwolde, een mooi lintdorp in het noorden van Nederland, op drie kilometer van de grens met Duitsland. Er staan prachtige herenhuizen, voorhuizen van boerderijen. Venetiaanse paleizen zijn het, bloedmooi. Als je een kasteel wil kopen, kijk dan even daar; je vindt er waanzinnige panden voor 300.000 euro. In België betaal je voor hetzelfde drie miljoen. Er bestond in Bellingwolde indertijd een soort van feodale maatschappij met superrijke boeren en heel arme arbeiders. Mijn opa fietste tachtig kilometer naar Delfzijl om daar turf te steken bij een boer.
...

'Ik kwam ter wereld in Bellingwolde, een mooi lintdorp in het noorden van Nederland, op drie kilometer van de grens met Duitsland. Er staan prachtige herenhuizen, voorhuizen van boerderijen. Venetiaanse paleizen zijn het, bloedmooi. Als je een kasteel wil kopen, kijk dan even daar; je vindt er waanzinnige panden voor 300.000 euro. In België betaal je voor hetzelfde drie miljoen. Er bestond in Bellingwolde indertijd een soort van feodale maatschappij met superrijke boeren en heel arme arbeiders. Mijn opa fietste tachtig kilometer naar Delfzijl om daar turf te steken bij een boer. 'Armoede heb ik nooit gekend, maar ik kwam niet ter wereld in een paleis, wel in zo'n huisje waar je in de dakgoot kon kijken als je voor de voordeur stond. Op mijn derde verhuisden we naar Windschoten, voor mij een ideale plaats om op te groeien. Niet te groot, maar toch een stadje. Ik kon er voetballen in de straat en er waren twee bioscopen: Scala en Dommering. Daar ging ik naar cowboyfilms kijken. Het was gezellig in Windschoten, prettig; ik kijk er met grote liefde op terug. Maar nu valt er niks meer te beleven. Het is een klassiek voorbeeld van hoe je een stadje verwoest. Die mooie, oude bioscopen zijn verdwenen. Al die prachtige straatjes, het smeedijzeren hek voor het huis van de dominee: allemaal weg. In de plaats zijn er nu mistroostige, moderne pleintjes, geprefabriceerde voorgevels en een Albert Heijn.' 'Mijn vader was een virtuoze schoenmaker. Toen ik zeven was, maakte hij voor mij mooie riemen, met een holster en van die franjes, stukjes leer die hij in smalle reepjes sneed. Ik bewaar nog altijd zo'n riem. Ook mijn voetbalschoenen maakte mijn vader zelf, net als de laarzen van de plaatselijke politie. Soms moest ik hem helpen in de zaak: pakjes wegbrengen naar een bode. En zolen insmeren met lijm. Een héérlijke geur.' 'De gaswinning in onze streek veroorzaakt zware aardbevingen. Mijn vrouw en ik hebben geluk: wij wonen nu in Nieuwolda, op de rand van de gasbel. Maar ik zie op TV Noord wat er gebeurt: scheuren in huizen, ouders die hun baby's bij familie in Zwolle stallen, gezinnen die hun hypotheek moeten betalen maar een ander huis moeten huren. Mensen komen in de grootste problemen. En het ergste van al is: de terreur van de staat. Die doet alles voor Shell en ExxonMobil. Intussen wordt de schade van de getroffenen niet vergoed. Het volk wordt verraden. Hoe de mensen daar gemaltraiteerd wordt, is een grove schande. Ze hebben mazzel dat Groningers erg meegaand zijn, bijna onderdanig. Misschien is dat erin gebakken door die feodale boeren van vroeger.' 'Ik raad je graag Den Haag aan, met zijn oude, Indische sfeer. Een stad met winkelstraten, antiekzaakjes, kunstgallerieën, leuke restaurantjes en een soort gezelligheid die gemaakt wordt door hoe het eruitziet, maar ook door de mensen. Het zijn leuke, snelle, gewiekste, grappige mensen met een elegante tongval. Geweldige lui, die Hagenezen. Zij spreken nog het Nederlands dat ik wel prettig vind. Ik erger me blauw aan dat Amsterdamse accent waarbij elke 'o' wordt uitgesproken als een 'au'. Auverbaudig. Ik kan het niet meer horen.' 'De beste Nederlandse voetballer ooit is Johan Cruijff. Hij ontketende een revolutie. Hij was uniek, vanwege zijn acceleratie. Stilstaan en dan wegspuiten als een raket. Of duizend kilometer per uur lopen en dan plots stilstaan, zodat het hele zaakje voorover donderde en hij de andere kant kon opgaan. Een waanzinnig gezicht. Telkens wanneer je dacht: nú gaat hij het doen, was hij al weg. Dat zie ik soms ook bij Eden Hazard. Als toeschouwer of tegenstander denk je: nu moet ik opletten, maar dan ben je al te laat. Zó mooi. Hazard heeft trouwens ook van die 100 meter-atleten-dijen, net als Cruijff.' 'Ik voel me in België stukken prettiger dan in Nederland. Maar in de auto vertrouw ik jullie minder. In Nederland zijn er ook gekken op de weg, maar hier heerst in het verkeer toch echt een 'ik-eerst-mentaliteit'. Wegpiraten zijn jullie, hardrijders, bumperklevers, rechtsvoorbijstekers.'