Leeftijd : 47
...

Leeftijd : 47 Positie : diepe spits Clubs : Oostduinkerke (jeugd), AS Oostende (1968/77), Club Brugge (1977/79), Beveren (1979/80), Cercle Brugge (1980/81), Sint-Niklaas (1981/86), VK Torhout (1986/89), Kortemark (1989/91), Westkapelle (1991/95), Varsenare (1995/2000). Palmares : Twee promoties met AS Oostende (van derde naar tweede in 1973 en naar eerste in 1974); landskampioen met Club Brugge in 1978; twee promoties met Sint-Niklaas (van derde naar tweede in 1982 en naar eerste in 1984); kampioen met Kortemark in 1990 (van tweede naar eerste provinciale); kampioen met Varsenare in 2000 (van vierde naar derde provinciale). Hoogtepunt : "Uiteraard de finale van Europacup I in 1978 met Club Brugge op Wembley tegen Liverpool. Ik speelde de hele wedstrijd. Je moest eens weten hoeveel van de 25.000 Clubsupporters op Wembley mij daar nu nog bijna elke week over aanspreken. We waren dat jaar ook kampioen geworden en ik had in de laatste tien wedstrijden acht keer gescoord. Door de onbeschikbaarheid van Raoul Lambert moest Happel kiezen tussen Bernard Verheecke en mij." Dieptepunt : "Mijn periode bij Beveren, omdat ik daar nauwelijks aan spelen toekwam. Ik geloof dat ik er maar acht wedstrijden speelde en dan nog niet eens als titularis. Ik was er de doublure voor Erwin Albert, Bob Stevens of Jean Janssens, maar die stelden zichzelf altijd op. Dat was de kampioenenploeg van 1979, met onder meer Pfaff, Cluytens en Schönberger. Financieel deed ik er wel een goeie zaak, sportief veel minder : ik maakte er maar één doelpunt." Beste trainer : "Ik heb er veel goede gehad, onder wie Höffling bij Oostende en Happel bij Brugge. Maar Staf Van den Bergh bij Sint-Niklaas was voor mij de beste. Dat was een gentleman, die zijn vak uitstekend kende en goed met zijn spelers omging. Met Happel bijvoorbeeld heb ik zelden gesproken." Slechtste trainer : " Robert Goethals bij Beveren, omdat hij me amper liet spelen. Hij gaf zelf maar één training keer per week, hulptrainer Rik Pauwels deed de rest. Goethals had weinig gezag en vroeg altijd aan Pauwels hoe hij de ploeg moest opstellen." Beste generatiegenoot : " Gerd Müller." Vervelendste tegenstander : " Dirk Devriese van Cercle Brugge. Die hing voortdurend aan mijn lichaam. Ik moest het hebben van mijn startsnelheid, maar voor ik kon vertrekken, had hij me al vast. Tegen Paul Lambrichts van Winterslag speelde ik ook niet graag."