Mocht er voor het seizoen een pronostiek voor de eerst ontslagen trainer zijn uitgeschreven, veel kans dat Albert Cartier de tiercé had gehaald. Cartier is bezig aan zijn derde jaar bij FC Brussels, maar de liefde van zijn werkgever is al lang bekoeld. Een zwaar contract en een goede advocaat hielden hem op post. Nu zijn laatste contractjaar is ingetreden, begint de financiële schade van een mogelijk ontslag minder zwaar te wegen voor de club.
...

Mocht er voor het seizoen een pronostiek voor de eerst ontslagen trainer zijn uitgeschreven, veel kans dat Albert Cartier de tiercé had gehaald. Cartier is bezig aan zijn derde jaar bij FC Brussels, maar de liefde van zijn werkgever is al lang bekoeld. Een zwaar contract en een goede advocaat hielden hem op post. Nu zijn laatste contractjaar is ingetreden, begint de financiële schade van een mogelijk ontslag minder zwaar te wegen voor de club. De metamorfose van Brussels in de rangschikking is enorm. Twaalf maanden geleden nam het een verbazend sterke competitiestart : uit vier wedstrijden sleepte het tien punten en op die bonus zou het een heel seizoen teren. Voorts was het huilen met de pet op. Dat is het nu nog steeds, maar dan zonder bonus. Het verlies zaterdag op Anderlecht was al het vierde op rij. Cartier en zijn ploeg staan nog zonder punten en dan is het proces van een trainer gauw gemaakt. Eerlijk zou dat niet zijn, want er zijn zeker verzachtende omstandigheden. Met Colpaert, Verdonck, Petö en Verstappen zijn liefst vier centrale verdedigers tegelijk langdurig geblesseerd, en voorin, waar de kern ook al niet baadt in weelde, scheurde Citony zijn achillespees. Zaterdag kwam daar nog de beenbreuk (de víérde in de groep) van Culek bij. Als Cartier kort voor zijn C4 staat, zullen de povere prestaties van vandaag hooguit de directe aanleiding zijn, maar zeker niet de ware reden. Die ligt dieper. Sinds de Franse trainer dik twee jaar geleden van La Louvière naar Molenbeek verhuisde, vond een opmerkelijk verloop in de Brusselse technische staf plaats. Na de voorbereidende stage op het vorige seizoen stapte eerst conditietrainer Frédéric Renotte zelf op en kort daarna kreeg keepertrainer Luc Duville zijn ontslag. Beide trainers, gewaardeerde meubelstukken van de club, werken nu op KV Mechelen. Naar het eind van het seizoen liet assistent-trainer Patrick Wachel, wiens contract afliep, aan voorzitter Johan Vermeersch weten dat ook hij niet langer met Cartier wenste samen te werken. Sinds Cartiers naam aan gokchinees Zheyun Ye werd gelinkt, was hun (tot dan goede) relatie helemaal omgeslagen. Hij schermde zich steeds meer af en zijn innige band met Mario Espartero wekte argwaan. Vermeersch wist dan blijkbaar al voor wie partij te kiezen : hij antwoordde met een nieuw driejarig contract voor Wachel. Die traint nu de beloften en heeft geen contact meer met Cartier. De klachten over Cartier vallen nog het best samen te vatten onder de noemer 'een man met twee gezichten'. Na zijn eerste Brusselse jaargang had hij intern zijn grote tevredenheid uitgesproken over de samenwerking met Duville en Renotte. "Zolang ik hier trainer ben, blijven we samen", verzekerde hij hen in een persoonlijk gesprek. Die belofte hield amper een maand stand. Eens de voorbereiding begon, negeerde hij de schema's van Renotte en voer zijn eigen koers. Renotte, die niet verantwoordelijk wilde worden gehouden voor de nefaste gevolgen, hield de eer aan zichzelf en Arnaud Laly, een Franse vriend van Cartier die hij eerder ook bij La Louvière binnenhaalde, kwam hem vervangen. Een rist blessures was het resultaat. Toen ook Vermeersch het niet meer kon aanzien, ontsloeg hij Laly. Duville kreeg van Cartier te horen dat de beslissing om hem weg te doen door Vermeersch was genomen. Dat binnen de kortste keren Michel Piersoul en met hem keeper Michaël Cordier, allebei van La Louvière, Cartiers ex-club, werden binnengehaald, doorprikte dat verhaal. Van de grote beloftes die jeugdinternational Cordier in zich leek te dragen, blijft ondertussen niks over. Hij kwijnt weg en testte onlangs bij een Engelse derdeklasser. Patrick Nys, 38 al en steeds harder vechtend tegen een protesterend lichaam, blijft maar tussen de palen staan. Een zelf gekozen vertrek van Cartier was wat Brussels zich had gewenst deze zomer. Via tussenpersonen bood hij zich aan bij Bergen, Moeskroen en Charleroi, en ook Lokeren en AA Gent zijn al een paar jaar geliefkoosde doelwitten. Niemand nam hem. Toen Gent Trond Sollied aanstelde, was ook de laatste vacature ingevuld en wisten ze bij Brussels weer dat geduld een schone deugd is. De relatie tussen voorzitter Vermeersch en zijn trainer is al langer uiterst dubbelzinnig. Het is Cartiers grote kwaliteit (en bekommernis) dat hij erin slaagt zijn pr optimaal te verzorgen. Met zijn publieke imago van gentleman praatte hij zich in het gevlei bij burgemeester Philippe Moureaux en als Vermeersch ergens gevoelig voor is, dan is het voor politieke goodwill jegens zijn club. Verder blijkt de trainer niet veel te bieden te hebben. Hij heet een groot motivator te zijn, maar na enkele maanden blijkt zijn monotone peptalk doorgaans te zijn uitgewerkt op de spelers. Tactisch tilt hij ze ook niet naar een hoger niveau. De levenslessen waarmee hij kwistig strooit, zijn boekenwijsheid die hij in schriftjes overschrijft en waarvan getuigen hem ze soms voor een interview nog even zien doornemen. Zijn engagement voor de club lijkt grenzeloos, maar als hij 's ochtends als eerste in het stadion is, is het om er zijn ontbijt te nemen en zijn persoonlijke fitness af te werken. Niemand die hem thuis mist. Hij woont alleen op een appartement in Brussel, want zijn gezin is nabij Metz blijven wonen. Na een wedstrijd volgen meestal twéé vrije dagen, zodat hij rustig voor langer dan een etmaal met de wagen heen en weer kan naar zijn Franse thuis. Op een herkenbare manier van voetballen is hij nog niet betrapt, een palmares vergaarde hij niet in drie jaar België, jong talent brak niet door onder zijn hoede (de door hem aanbevolen La Louvièrejongeren Quantin Durieux en Julien Pinelli verkommeren naast de A-kern), en talloze Franse testers strijken neer, waarvan sommigen blijven plakken en de meesten snel weer met de noorderzon verdwijnen. Cartier laat weinig achter en al zeker geen goede reputatie in zijn thuisland, ondanks een mooie spelerscarrière als ouderwetse clubman in Metz. In Frankrijk lijkt hij vergeten. En in België komt hij, ondanks zijn ambitie, ook niet verder dan noodlijdende clubs. Zaterdag tegen Roeselare coacht hij voor zijn job. S Door Jan Hauspie