Heerlijk was het altijd om Guy Thys te mogen interviewen. Bij hem thuis, in zijn rustiek ingerichte flat in Berchem, hing een sfeer van gemoedelijkheid. Er was koffie en gebak en soms ook whisky, de favoriete drank van de Antwerpenaar. Dan stak Thys een sigaar op en vertelde over zijn werk als bondscoach. Het was alsof de sigaar en het glas whisky bij hem hoorden. Thys verzette zich niet tegen deze mythevorming, zoals hij zich eigenlijk over niets opwond. Nooit gaf hij de indruk bevangen te zijn door stress, altijd had je het gevoel dat hij de kunst van het relativeren tot in al zijn facetten beheerste. De dood van zijn enige dochter, die op 2 mei 1997 aan kanker stierf, drukte wat dat betreft een stempel op hem. Geen dag ging er voorbij of het drama flitste door zijn hoofd. Als Thys ergens een hekel aan had, dan aan mensen die van kleinigheden grote problemen maakten.
...

Heerlijk was het altijd om Guy Thys te mogen interviewen. Bij hem thuis, in zijn rustiek ingerichte flat in Berchem, hing een sfeer van gemoedelijkheid. Er was koffie en gebak en soms ook whisky, de favoriete drank van de Antwerpenaar. Dan stak Thys een sigaar op en vertelde over zijn werk als bondscoach. Het was alsof de sigaar en het glas whisky bij hem hoorden. Thys verzette zich niet tegen deze mythevorming, zoals hij zich eigenlijk over niets opwond. Nooit gaf hij de indruk bevangen te zijn door stress, altijd had je het gevoel dat hij de kunst van het relativeren tot in al zijn facetten beheerste. De dood van zijn enige dochter, die op 2 mei 1997 aan kanker stierf, drukte wat dat betreft een stempel op hem. Geen dag ging er voorbij of het drama flitste door zijn hoofd. Als Thys ergens een hekel aan had, dan aan mensen die van kleinigheden grote problemen maakten. Guy Thys was een levensgenieter. Er was zijn vak natuurlijk, maar op tijd en stond ook een partijtje tennis, een kaartje leggen, lekker gaan eten en vooral ook: de jaarlijkse vakantie aan de Azurenkust. Daar pleegde hij de batterijen op te laden. Voor zover dat nodig was. Altijd heeft Guy Thys verteld dat hij nog geen minuut slaap voor de voetbalsport liet. Zijn vrouw Christiane verbaasde zich steeds weer over de enorme rust die hij uitstraalde. Toen de nationale ploeg in november 1985 een wedstrijd in Nederland moest spelen waarin er zou beslist worden wie naar het WK in Mexico mocht, stond het hele land in rep en roer. Guy Thys ging rustig om elf uur naar bed en viel binnen de vijf minuten in slaap. Zijn werk was af, hij kon niets meer veranderen. Eén dag later speelden de Rode Duivels een historische wedstrijd in de Rotterdamse Kuip en plaatsten ze zich ten koste van Oranje voor het WK, dankzij een kopbaldoelpunt van Georges Grün. Het was een van de kroonstukken in vijftien jaar als bondscoach. Juist die memorabele wedstrijd in Rotterdam bracht Guy Thys even aan het twijfelen. Zelden hadden de tegenstellingen mekaar zo brutaal geraakt als op die avond. Terwijl Thys zich helemaal tegen zijn aard in liet meedrijven op een zelden geziene wolk van euforie, slofte Leo Beenhakker eenzaam en alleen door de catacomben van het Feyenoordstadion, die expressieve kop gebogen tussen de schouders, geslagen en verslagen. Na die wedstrijd stond Guy Thys voor een dilemma. Terwijl het feest overal in het land doorging, onderhandelde hij met vertegenwoordigers van Real Madrid over een overgang. Het was het mooiste aanbod uit zijn carrière. Hij duizelde toen hij de cijfers op papier zag. De nationale ploeg lag hem heel na aan het hart, maar kon hij zo'n offerte laten liggen? Guy Thys praatte even met de toenmalige voorzitter Louis Wouters, maar begreep dat de vrijgave een moeilijke zaak zou worden. Hij wees het aanbod van Real Madrid af, zelfs toen de Spanjaarden hem lieten weten dat ze bereid waren om aan de voetbalbond eender welke afkoopsom te betalen. Guy Thys verloochende zijn principes niet. Real Madrid wendde zich toen tot... Leo Beenhakker. De verliezer van Rotterdam sloeg de slag van zijn leven. Geld was voor Guy Thys nooit de doorslaggevende factor. In 1989 weigerde hij zelfs een aanbod om voor zes maanden bondscoach van Zuid-Korea te worden, ook al zou hem vijf miljoen Belgische frank (125.000 euro) per maand worden betaald. Hij hield eraan zijn contract uit te dienen. Wat dat betreft koesterde hij het vlekkeloze imago dat hij had opgebouwd. Toen Thys na zijn eerste periode als bondscoach, tussen 1976 en 1989, nog een jaar moest inspringen voor Walter Meeuws,die toen kennelijk niet meer te handhaven viel, was hij geïrriteerd omdat sommige mensen daar machinaties achter vermoedden. Terwijl hij zei dat hij dat deed uit loyaliteit voor de bondsbestuurders die hem hadden gevraagd. Want Guy Thys werd een gentleman genoemd, hij was een rustige en bezadigde persoonlijkheid die zelden zijn stem verhief. Zelden was er commotie. Guy Thys had het geduld om te luisteren, hij wilde zijn eigen mening zeker niet als evangelie verkondigen. Maar hij deed wel zijn zin. Tactvol, met een grap, met een kwinkslag. Toen hij tijdens zijn periode bij Antwerp van voorzitter Eddy Wauters de vraag kreeg hoelang hij Jos Heyligen nog zou opstellen omdat de ploeg dan volgens Wauters met tien speelde, antwoordde Thys droog dat Antwerp al twee jaar achter elkaar met tien aantrad en toch telkens als tweede was geëindigd. Dan, glimlachte hij, wilde hij het niet riskeren om met elf te spelen. En toen Jan Ceulemans als international debuteerde op Anderlecht maar drie open kansen miste in een met 4-0 gewonnen wedstrijd tegen IJsland, riep de toenmalige bondsvoorzitter Louis Woutershem apart en vroeg: "Je gaat die lompe Ceulemans toch niet meer selecteren zeker?" Guy Thys zocht in dat soort omstandigheden nooit de discussie. Twee jaar later, tijdens het EK in Italië, was Wouters in de wolken over de prestatie van de ploeg én over Ceulemans. En Thys fluisterde hem in het oor: "Dat is die lompe van twee jaar geleden, voorzitter." Guy Thys was een man van de dialoog. Hij luisterde graag naar anderen, filterde al die meningen en trok er zijn conclusies uit. Eén enkele keer leidde zo'n tip tot een gouden zaak voor het Belgisch voetbal. Dat was in 1982, toen Wilfried Van Moer werd teruggehaald. Thys zat na een interland in het vliegtuig naast televisiecommentator Rik De Saedeleer en sprak hem over het gebrek aan een leider op het middenveld. De Saedeleer adviseerde hem om eens bij Beringen naar de 36-jarige Van Moer te gaan kijken. Toen die aanvankelijk weigerde om terug te keren speelde Thys op zijn trots in: "Ik wist niet dat je zo weinig karakter had." Het typeerde Thys. Hij wist spelers te raken. Toen hij Enzo Scifo in de voorbereiding naar het WK '90 uit de ploeg zetten en die zei dat hij er genoeg van had, trok hij een paar weken later naar Auxerre om met Scifo te gaan eten. Hij had voor dit gesprek ook diens trainer Guy Roux uitgenodigd. De plooien werden meteen gladgestreken. Guy Thys had een open relatie met al zijn spelers. Tijdens tactische besprekingen liet hij iedereen zijn mening geven. Het boeide hem om een groep samen te brengen, om mensen met mekaar te laten werken, om er in zekere zin voor te zorgen dat spelers afstand namen van hun persoonlijkheid in dienst van het collectief, zonder dat hun kwaliteiten werden beknot. Zijn principe was: vraag de spelers iets waarmee ze zich kunnen verzoenen, iets wat ze zelf ook als het beste aanzien. En geen dingen die ze niet beheersen. Guy Thys had als bondscoach te maken met sterke persoonlijkheden, die zich stuk voor stuk wegcijferden voor het collectief. Dat vond hij zijn grootste prestatie: dat hij erin was geslaagd een sfeer te scheppen waarin het individu niet telde. Als iemand een steek liet vallen, stonden er drie anderen klaar om die op te rapen. Toen hij Van Moer terughaalde bijvoorbeeld bleek niemand bevreesd om zijn eigen plaats. Niemand praatte erover dat diens loopvermogen niet meer zo groot was. Julien Cools zei gewoon: "Ik ga nog een stap meer zetten zodat Wilfried zich aanvallend kan uitleven."Een groot psychologisch inzicht was de belangrijkste karaktereigenschap van Guy Thys. Dictatoriale neigingen waren hem vreemd. Hoofdschuddend aanschouwde hij bijvoorbeeld de (eerste) periode dat de nationale ploeg onder Georges Leekens werkte. Hij vond dat je voor egoïsme zorgde als je te veel spelers selecteerde. Omdat iedereen dan zelf wil opvallen en de collectiviteit zo wordt aangetast. Omdat sommige spelers dan alleen maar streven naar een goede prestatie en niet naar een goed resultaat. Guy Thys pleegde tijdens toernooien nooit strakke regels in te voeren. Toen de Rode Duivels tijdens het memorabele WK van 1986 van Rusland hadden gewonnen, zei Jan Ceulemans hem dat de spelers een stapje in de wereld wilden zetten. Hij vroeg wanneer ze terug in het hotel moesten zijn. Thys antwoordde gewoon dat de training de daaropvolgende ochtend om negen uur zou beginnen en dat iedereen er moest zijn. De Antwerpenaar voelde er niets voor om politieagent te spelen. Thys had een blind vertrouwen in zijn spelers, hij selecteerde ook op karakter omdat hij vond dat je door je selectiepolitiek veel heisa kon vermijden. Hij voelde de spelers goed aan en hield rekening met hun emotionele reacties en met hun intellect. Naar een EK of een WK ging hij altijd met een basis van zestien spelers, die hij doorgaans aanvulde met zes jonge voetballers. Guy Thys hield niet van individualisme. Hij besefte dat de kracht van het team in de collectiviteit zat. Hij probeerde de ploeg in de eerste plaats goed te organiseren in de verdediging en vond het essentieel dat er veel beweging zat in het team, en veel tactisch inzicht. Met grote voldoening zag hij hoe snel de ploeg zich de buitenspelval eigen maakte, na amper een paar trainingen. In zijn tijd beschikten de Rode Duivels over een specifieke toernooiploeg. Of beter: over toernooispelers die altijd maar groeiden. Het was de basis van verschillende gouden periodes: een tweede plaats op het EK '80, een vierde plaats op het WK '86 en een memorabele overwinning op de openingsmatch van het WK '82, tegen Argentinië en Diego Maradona.Guy Thys genoot ervan. Maar hij was zelden uitbundig, hij voelde nooit de drang om een ereronde te lopen. Die innerlijke en uiterlijke rust was een goede bondgenoot in zijn carrière, ook na nederlagen zat Thys nooit diep. Zelf aanzag hij het EK van 1980 in Italië als absoluut hoogtepunt. De Rode Duivels haalden de finale door Engeland, Italië en Spanje uit te schakelen. Ze werden in de finale tegen Duitsland op twee minuten van het einde geklopt, door een kopbaldoelpunt van Horst Hrubesch. De ploeg waarover hij toen beschikte, barstte van de maturiteit en kreeg ook het vertrouwen. Thys veranderde nooit: de verdediging - Jean-MariePfaff in de goal, ErikGerets, Luc Millecamps, WalterMeeuws en Michel Renquin - bleef 37 wedstrijden na mekaar staan. Hij vond dat het de trainer is die voor het vertrouwen van de spelers zorgt, door de manier waarop je met hen omgaat. Hij gaf hen altijd de mentale zekerheid dat ze in de ploeg zouden staan. Maar zijn zin voor relativiteit verloor Guy Thys nooit. Toen de Rode Duivels na het memorabele WK van 1986 in Mexico op de Grote Markt door 20.000 mensen werden bejubeld, dacht hij terug aan de historische en met 4-3 gewonnen wedstrijd tegen Rusland waarin Belanov bij een 2-1-achterstand tegen de paal schoot. Het was tijdens dat toernooi dat Thys toonde dat hij de confrontatie met vedetten niet schuwde: voor de wedstrijd tegen Zuid-Korea zette hij Jan Ceulemans op de bank. Daar bleef niets van hangen. Ceulemans wist hoe Thys in mekaar zat: een man die zichzelf nooit vooropzette. Niet toevallig werd zijn vakmanschap door geen enkele international betwist. Hooguit hoorde je eens dat het geluk hem nooit in de steek liet. En dat er in zijn binnenzak een konijnenpoot stak. Zelden in zijn lange carrière was de perfect tweetalige Guy Thys het slachtoffer van communautaire problemen. Hij pleegde de pers ook op zijn manier aan te pakken: hij was altijd toegankelijk, weigerde nooit een interview en deed tal van zaken af met een kwinkslag. Als hij zijn elftal bekendmaakte, vroeg hij dikwijls aan journalisten of iemand nog een suggestie had. Dan, lachte hij, wilde hij die graag horen. Aan analyses na de wedstrijd had hij geen boodschap. Er werd dan volgens hem te gemakkelijk geoordeeld zonder de achtergronden te kennen. Thys heeft het altijd jammer gevonden dat hij journalisten niet kon laten deelnemen aan wedstrijdbesprekingen, om ze op die manier een beter inzicht te geven in wat er van de spelers werd gevraagd. Na zijn trainersloopbaan bleef Guy Thys in dienst van de voetbalbond als pr-man een belangrijk uithangbord. Tijdens verplaatsingen naar het buitenland wilde hij weleens over de toevalligheden in het leven mijmeren. Over Raymond Goethals bijvoorbeeld die, toen hij als bondscoach stopte en naar Anderlecht ging, hem als opvolger had voorgesteld. Thys onderhandelde toen met Antwerp over een aanpassing van zijn contract. Hij werd daar per punt betaald, maar omdat er nogal wat belangrijke spelers weggingen, vroeg hij een correctie. Eddy Wauters schoof dat echter op de lange baan. De keuze om naar de nationale ploeg over te stappen was in die omstandigheden snel gemaakt. Graag vertelde Guy Thys toen ook over de periode dat hij bij Antwerp Louis van Gaal onder zijn hoede had. Die vond dat hij altijd moest spelen omdat niemand zo veel aan de bal kwam als hij. Toen zei Thys, rustig als altijd: "Dat is best mogelijk Louis, maar er is wel een probleem: je hebt de bal nooit." Hij lachte dan om zijn eigen inval. Zoals ook die andere keer toen Van Gaal toch mocht meedoen en aan Thys vroeg hoe hij moest spelen. Waarop die zei: "Zoals altijd Louis: traag, heel traag." Na zijn trainerscarrière voelde Guy Thys zich uitstekend aan de andere kant van de barrière. Hij zag met verbazing hoe trainers steeds meer onder de spanning bezweken en was blij dat hij dit niet meer hoefde mee te maken. Hoewel: tijdens de wedstrijd wist Guy Thys dat hij niets meer kon doen. Hij geloofde niet in trainers die langs de zijlijn druk stonden te gebaren, dat vond hij show verkopen. En hij geloofde nog minder in wonderlijke wissels. Want, vroeg hij zich af als trainers zichzelf na een vervanging stonden te bewieroken, waarom ben je niet meteen zo aan de wedstrijd begonnen? Het was Guy Thys ten voeten uit. Zelf gold hij niet als de grootste tacticus, maar tegen dat beeld heeft hij zich nooit verzet. Net zoals hij de inbreng van trainers altijd minimaliseerde. Hij vond dat de grootste trainers een overeenkomst hadden: ze werken met de grootste spelers. Het kwam er vooral op aan over de rust in en rond de ploeg te waken. En je emotioneel niet te laten gaan. Zeker niet in moeilijke momenten. Dan kon Guy Thys veel praten zonder veel te zeggen. Dat vond hij een van zijn belangrijkste kwaliteiten. Helemaal bloot gaf hij zichzelf trouwens nooit. Daarom ook kwam zijn dood, op 1 augustus 2003, hard aan. Slechts weinigen wisten dat hij nierkanker had. Het lag niet in de aard van Guy Thys om mensen met zijn problemen lastig te vallen. ?DOOR JACQUES SYSDoor weinig van ploeg te veranderen gaf Guy Thys de spelers een mentale zekerheid. Grote trainers hebben een gemeenschappelijk kenmerk: ze werken met grote spelers.