'Ik heb dagelijks mijn portie AA Gent nodig. Daar valt niks meer aan te veranderen. De Buffalo's, daar was bij ons thuis gewoonweg geen ontkomen aan. Mijn aardrijkskunde leerde ik het beste via AA Gent. Mijn bompa ( Willy De Clercq, nvdr) en vader ( Yannick De Clercq, nvdr) namen me eind jaren tachtig mee naar stadions in gans België. Vanaf mijn vijfde zat ik in de wagen, richting Charleroi of Luik. Fantastisch. Ik beschik zelfs nog over het truitje van doelman Franky Frans - een echte Strop, een fiere gast mét een verhaal - met Maes Pils als hoofdsponsor. Hij droeg dat in 1989 in tweede klasse voor de promotiewedstrijd op het veld van KFC Eeklo. René Vander...

'Ik heb dagelijks mijn portie AA Gent nodig. Daar valt niks meer aan te veranderen. De Buffalo's, daar was bij ons thuis gewoonweg geen ontkomen aan. Mijn aardrijkskunde leerde ik het beste via AA Gent. Mijn bompa ( Willy De Clercq, nvdr) en vader ( Yannick De Clercq, nvdr) namen me eind jaren tachtig mee naar stadions in gans België. Vanaf mijn vijfde zat ik in de wagen, richting Charleroi of Luik. Fantastisch. Ik beschik zelfs nog over het truitje van doelman Franky Frans - een echte Strop, een fiere gast mét een verhaal - met Maes Pils als hoofdsponsor. Hij droeg dat in 1989 in tweede klasse voor de promotiewedstrijd op het veld van KFC Eeklo. René Vandereycken debuteerde toen als coach. Vanuit de eretribune scandeerde ik, 'Gust, Gust, Gust!' voor verdediger Egu Augustine. 'Zelf speelde ik van mijn zesde tot mijn twintigste voor provincialer KVV Sint-Denijs Sport en FC Latem. Ik droeg het nummer veertien. Net als Johan Cruijff kreeg ik een vrije rol op het middenveld. Achter de spitsen moest ik het vooral hebben van mijn creativiteit. Vandaar ook dat Buffalo's als Mbark Boussoufa, Bryan Ruiz en Mido snel in mijn hart zaten. Ook de zoolbewegingen van Darko Anic vergeet ik nooit. Voor artiesten als Fernando Redondo, Dennis Bergkamp en Zlatan Ibrahimovic had ik ook een voorliefde. Geniale voetballers, die voor kunststukjes zorgden. 'In 2010 trokken we met een volle bus naar de Heizel voor de bekerfinale tegen Cercle Brugge. Ook mijn vriendin ging mee, met een blauw-wit geschilderd gezicht. We zijn ondertussen vijftien jaar samen en hebben twee kinderen. Ook zij hebben de Buffalomicrobe meegekregen. 'Samen met mijn zoontje Cezar heb ik al enkele topmomenten beleefd. Met de bakfiets naar de Ghelamco Arena, onze ploeg aanmoedigen, uit de bol bij een doelpunt en zwaaien met onze sjaal, dat is echt genieten. Als vader-zoonmoment is dat moeilijk te evenaren. Voetbal verbindt verschillende generaties, dat is mooi om te zien. 'De promenade in de Ghelamco Arena is uniek in België. Daar kan je iedereen tegenkomen, ongeacht de rang of afkomst. Gentenaars hebben een grote mond, maar een klein hartje. En we weten het allemaal beter, we zijn bijzonder kritisch. De sfeer in de Ghelamco Arena is onovertroffen. In 2015 vielen alle puzzelstukjes, met het kampioenschap, plots ineen. Die titelmatch tegen Standard, dat was een echt delirium. Mijn vriendin en ik hadden de tranen in de ogen. ( grijnst) De huldiging met de bootjes en die mensenzee in de binnenstad, dat blijft ook een kippenvelmoment. Iedereen was toen Buffalo! 'Ik leef mee en houd me ook niet in als supporter. Toen Kalifa Coulibaly bijvoorbeeld in de slotfase van het CL-duel in Lyon onverhoopt nog scoorde, sprong ik uit de zetel en knuffelde ik mijn tv. Mijn vriendin zal dat nooit meer vergeten, vertelde ze onlangs nog tegen vrienden. 'Onze grootste realisatie vind ik de attitude waarmee de spelers van AA Gent tegenwoordig het veld opkomen. Een soort van volwassen assertiviteit. We voetballen altijd met de borst vooruit. We hebben wel respect voor de tegenstander, maar zullen nooit onze identiteit verloochenen. Een verdedigend ingestelde trainer zal door de fans nooit worden getolereerd. AA Gent moet altijd willen winnen.'