Het wintert ook in Villers L'Évêque, deelgemeente van Awans halfweg tussen Borgworm en Luik in Franstalig Haspengouw. Hier woont Jean-Marc Bosman (55) sinds zijn terugkeer van La Réunion, het Franse overzeese departement waar hij een jaar voetbalde. In de garage staat geen auto meer, enkel een fiets waar hij in de lente opnieuw hoopt op te kunnen rijden. Sinds een epilepsieaanval hem in januari vorig jaar trof, herstelt hij moeizaam. Het hoofd links en rechts draaien, lukt nog niet.
...

Het wintert ook in Villers L'Évêque, deelgemeente van Awans halfweg tussen Borgworm en Luik in Franstalig Haspengouw. Hier woont Jean-Marc Bosman (55) sinds zijn terugkeer van La Réunion, het Franse overzeese departement waar hij een jaar voetbalde. In de garage staat geen auto meer, enkel een fiets waar hij in de lente opnieuw hoopt op te kunnen rijden. Sinds een epilepsieaanval hem in januari vorig jaar trof, herstelt hij moeizaam. Het hoofd links en rechts draaien, lukt nog niet. De dag tevoren heeft de fotograaf nog foto's genomen bij het al jaren leeg staande zwembad. Meestal is Bosman gewoon thuis. 'Buiten de schooluren heb je hier twee keer per dag een autobus. Als ik mijn moeder opzoek die 90 is en nog steeds in het ouderlijk huis woont in Cointe, bel ik een taxi.' Volgend jaar is het 25 jaar geleden dat jouw naam synoniem werd van een arrest dat het voetbal helemaal op zijn kop zette. Weinig mensen weten nog dat jij als jonge voetballer een toptalent was, een vaste waarde in de nationale jeugdploegen. JEAN-MARC BOSMAN: 'Als kind telde alleen voetbal. Dat speelde ik van 's morgens tot 's avonds op een plein in Cointe, met mijn vrienden. Ze noemden me Bobby Charlton. 'Bobby' was mijn bijnaam. Op mijn tiende nam mijn vader, een fervent supporter van Standard, me mee om bij die club een aansluitingskaart te tekenen. Ik weet nog dat hij tegen die secretaris zei: 'U zal nog van mijn zoon horen', en dat die man opmerkte: 'Mijnheer, velen voelen zich geroepen, maar slechts weinigen zijn uitverkoren.' 'Je had toen de miniemen A, B en C. Ik begon met de C's, samen met mijn vrienden. Toen men me na twee weken meldde dat ik met de provinciale miniemen, de A-ploeg, mocht spelen, barstte ik in tranen uit. Ik wou bij mijn vriendjes blijven. 'In bijna alle toernooien won ik de beker voor de beste speler. Vanaf de scholieren, de U15, werd ik opgeroepen voor de nationale ploeg. Elke woensdag reed ik samen met Benoît Thans, hét talent van Club Luik, naar de Heizel. Met de UEFA-juniores speelde ik 24 wedstrijden. Ik heb een EK meegemaakt in Finland, en één in Engeland, met Marc Van der Linden ( spits die onder meer bij Antwerp, Anderlecht en KAA Gent speelde, nvdr) en Pascal Plovie ( verdediger die bij Club Brugge en Antwerp voetbalde, nvdr) .In mijn tweede jaar bij de juniores speelde ik samen met Marc Degryse die een jaar jonger was. Julien Labeau was onze bondscoach. Die had een boontje voor mij.' Klopt het dat je ooit in de belangstelling stond van buitenlandse topclubs? 'Op een bepaald moment speelden we met de UEFA's van Standard een toernooi in Nice waar we in de finale Inter klopten met 2-0, met twee goals van mij. Ik trainde toen al met de A-ploeg, met de fameuze lichting Eric Gerets, Michel Preud'homme, Simon Tahamata en Walter Meeuws. Ik trok op met Michel en met Etienne Delangre, we waren de enige Waalse spelers in de kern. De trainer, Raymond Goethals, zette me vaak op de bank, maar spelen deed ik niet. Na dat toernooi in Nice zei hij me: 'Inter heeft een oogje op je, maar we gaan je niet zomaar laten gaan.' 'Prompt kreeg ik toen op mijn zeventiende mijn eerste contract: 100 euro per maand, 500 euro verplaatsingskosten en 300 euro per punt, je kreeg toen nog twee punten voor een zege. Maar kort daarop barstte het omkoopschandaal los, en ineens was heel de club onthoofd. Er was geen bestuur meer, geen sportieve lijn. We veranderden sneller van trainer dan van hemd. Geen ideale toestanden voor jonge spelers. Het was complete chaos, soms werden we een of twee maanden niet of veel te laat betaald. Onder René Desaeyere belandde ik bij de reserven. Daar merkte Robert Waseige me op, die toen Club Luik trainde. 'Voor 75.000 euro kochten ze me, ik kreeg er een mooi contract voor twee jaar. Het eerste seizoen speelde ik niet veel, het tweede jaar wel. Ik was heel goed in de achtste finales van de Europabeker tegen Rapid Wien. Club Luik speelde toen de kwartfinales tegen Werder Bremen, maar toen zat ik op de bank. We hadden een fijne groep met veel Luikenaars, een sterke Danny Veyt én in de spits Zvonko Varga, die nu een echte topper zou zijn. Met Frédéric Waseige, Moreno Giusto, Raphaël Quaranta en Luc Ernes trok ik veel op. Club Luik was een familieclub, met goeie menselijke verhoudingen. We hebben samen veel plezier gemaakt. Dat mocht ook van de trainer. Hij moedigde dat aan, behalve wanneer we verloren. Ik herinner me een terugreis van Kortrijk na een nederlaag. De bakken bier die we altijd meenamen in de bus voor de terugreis mochten we niet aanraken, en aangekomen in Luik volgde 's nachts meteen een tactische nabespreking. 'Robert was de beste trainer die ik ooit meemaakte. Hij kon als geen ander een groep motiveren en gaf je veel vrijheid, tenminste: wanneer je won.' Hij was wel de man die je afschreef: het begin van een zwaar dossier. 'Hij is dat nog bij ons thuis in Cointe komen zeggen in een gesprek met mijn vader, die een neef van hem was. Die werd boos toen hij hoorde dat ik twaalf miljoen frank moest kosten: 375.000 euro, terwijl ze me twee jaar eerder hadden gekocht voor 75.000 euro. 'We gaan hem toch niet gratis laten gaan', repliceerde Waseige.' Kortom, ze gooien je in de vuilnisbak, maar als iemand je daar wil uithalen, moet hij eerst twaalf miljoen frank betalen? Voilà. ' Eén Belgische club slechts was toen naar verluidt in jou geïnteresseerd: Patro Eisden. 'Dat klopt, maar daar wilde ik niet naartoe. Zij speelden in tweede klasse en ik wilde in eerste blijven.' Uiteindelijk bood de Franse tweedeklasser, US Dunkerque, jou én Club Luik een uitweg. 'Al wat Dunkerque wilde, was dat Club Luik me voor 5 augustus bij de start van de competitie een vrijgave zou bezorgen, waarna zij de transfersom zouden betalen. Maar André Marchandise ( de voorzitter van Club Luik, nvdr) weigerde, omdat hij twijfelde aan hun solvabiliteit, en de KBVB volgde hem. Bij Dunkerque zou ik drie keer meer verdienen dan bij Club Luik.' Wat gebeurde er toen? 'Luik legde me het verplichte minimumcontract voor: 30.000 frank bruto ofte 275 euro per maand. Toen ik dat niet tekende, werd ik geschorst. Gevolg: nergens voetballen en nul inkomsten, want van werkloosheidsvergoeding was toen geen sprake in het Belgische voetbal, in tegenstelling tot elders. Ik stond met de rug tegen de muur. Toen ben ik naar een advocaat gestapt.' Een ex-ploegmaat van jou bij Standard, Eddy Snelders, had nooit verwacht dat je zo'n lef zou hebben. Bosman was te braaf, vond hij. 'Dat was ik ook. Sommigen teerden op grinta en karakter, ik voetbalde op intuïtie, volgens de inspiratie van de dag. Ooit zei Robert Waseige me: 'Jean-Marc, jij bent een poëet. Tegen Real zou je nog een bruggetje proberen.' Waarop ik reageerde: 'Als dat lukt, wat is dan het probleem?' Ik heb altijd overal goed in de groep gelegen. Maar als iets me niet beviel, kon ik verschrikkelijk koppig zijn ook.' Later kon je toch bij een andere Franse tweedeklasser terecht, Olympique de Saint-Quentin. 'Die wilden dat ik een testmatch meespeelde tegen Valenciennes, maar dat werd voor de rechtbank aangevochten door de advocaten van Luik. Ik ben toen voor de rechter in tranen uitgebarsten, en hij gaf toestemming om die match te spelen. Dat viel mee, en de club bood me een contract aan. 'Net voor ik zou tekenen, zegt de voorzitter van Saint-Quentin mij: 'Raad eens wie ik hier net heb gezien?' Het was André Marchandise. Die had hem gezegd dat hij van plan was een paar warenhuizen in de regio te openen van zijn keten, Trafic, en hij zou ook de club een paar spelers gratis geven. Op één voorwaarde: dat hij afzag van zijn belofte om mij een contract te geven. 'Maar die voorzitter heeft zijn woord gehouden. Alleen ging de club dat jaar failliet. Toen heb ik alle Franse clubs aangeschreven. De meesten antwoordden dat ik derde of vierde keuze zou zijn, omdat ze al de twee toegestane buitenlanders hadden. Op dat moment besloten we de buitenlandersclausule op te nemen in de klacht bij het Europese Hof. Het kon toch niet dat in een Europa waar vrijheid van arbeid en vrij personeelsverkeer bestond een Belg, toch uit een EU-land, niet aan de slag kon in Frankrijk, een ander EU-land? Vandaag kan je in elke job aan de slag in een andere EU-lidstaat. Toen niet.' Wat veel mensen niet weten was dat, voor het arrest van 15 december 1995, de Belgische rechter al bevolen had dat je in België vrij mocht voetballen bij een club van je keuze. 'Ik speelde toen een jaar voor derdeklasser Olympic Charleroi, aan 3000 frank (275 euro) per maand. Het jaar daarna tekende ik voor vierdeklasser Visé, waar de voorzitter een vriend was. Toen ik bij Visé kwam, stond er amper een reclamebord; wanneer ik er wegging, stond het vol. Het tweede jaar ben ik gestopt. De zaak slorpte me helemaal op, en het klikte niet met trainer Patrice Broeders. Toen die me nog een keer op de bank zette, werd de voorzitter, met wie ik wel eens een pint dronk, boos. Hij wilde hem ontslaan. Ik raadde hem dat af, maar hij deed het toch. De volgende dag wees de trainer mij als de schuldige aan. Niemand zei nog een woord tegen mij. Toen ben ik naar de voorzitter gestapt en heb gezegd: ik stop ermee, het is genoeg geweest. Daarna heb ik me laten gaan, in alcohol vooral.' Waarom ben je nooit iets anders gaan uitproberen naast het voetbal? 'Omdat ik niets anders kon. Ik heb mijn middelbare school niet afgemaakt. Ik haatte de school, al sinds ik klein was. Thuis kon men me niet begeleiden. Mijn vader werkte hard, hij sleurde met zakken steenkool en was later taxichauffeur. Hij had geen tijd om zich met mij bezig te houden. Mijn moeder kwam uit Slovenië, zij was op haar twaalfde met een groot deel van haar familie in een concentratiekamp beland en kon amper lezen en schrijven. Eén keer heeft een mama van een klasgenoot me in het middelbaar mee naar huis genomen om me te begeleiden voor een toets van aardrijkskunde. Toen had ik 95 procent van de punten. Maar meestal bracht ik er niets van terecht, omdat niemand me hielp.' Je kreeg vooral steun en geld uit het buitenland. 'Marc Degryse en Filip De Wilde wilden in België een actie op touw zetten, maar het werd hen niet makkelijk gemaakt, om niet te zeggen dat ze werden tegengewerkt. Van de toenmalige Nederlandse internationals, de broers De Boer en Koeman kreeg ik 2500 euro elk. Van de spelersvakbond FIFPro ontving ik ook een mooi bedrag, 300.000 euro. En toen Michel Preud'homme bij Benfica zat, mocht ik daar meetrainen.' Je had een tijdje een uitkering van het OCMW. Van wat leef je nu? (toont de brief van het OCMW) 'Sinds 1 juni 2015 krijg ik niets meer. Daarvoor ontving ik eerst 700 euro per maand, daarna nog 577 euro. Al wat ik nog heb, is dit huis dat ik gebouwd heb toen ik na een jaar voetballen van La Réunion terugkeerde. Als ik het verkoop, moet ik gaan huren.' Kijk je nog naar voetbal? 'Soms. Zo'n Champions Leaguewedstrijd, waarin Club Brugge in de laatste minuut gelijkmaakt op Galatasaray, daar kan ik nog van genieten. Maar als er een goeie film op tv is, verkies ik dat vaak boven voetbal.' Wat zeg je op de opmerking van veel mensen die beweren dat jij het voetbal kapot hebt gemaakt? 'Ik heb het voetbal niet kapotgemaakt, ik heb het rijk gemaakt. Dankzij mij verdienen de clubs miljoenen euro's. Ik heb hen de magische formule gegeven. Ze hebben mijn arrest omgedraaid. Het is nu puur kapitalisme geworden. Ze zouden de rode loper voor me moeten uitrollen, omdat ze dankzij mij zo veel verdienen, maar ik ben nergens welkom. Zij verdienen miljarden, en ik leef in armoede. 'Wat nu gebeurt, was niet mijn bedoeling. Ik vroeg enkel het vrij verkeer voor Europese voetballers. De meeste bonden hebben iedereen vrije toegang gegeven. Twee jaar slechts zijn de spelers die eind contract waren echt vrij geweest, van 1995 tot 1997. Vanaf dan hebben de clubs en de federaties zich herpakt. Voetballers hebben het nu qua verloning beter, maar ze zijn net als toen geen meester van hun eigen lot. Spelers worden nu op jonge leeftijd weggekocht bij hun ouders, met de bedoeling ze later met veel winst door te verkopen. Vijfennegentig procent van de voetballers, de allergrootste sterren uitgezonderd, kiezen niet waar ze naartoe gaan. De clubs bepalen dat, net als in mijn tijd. Ze kunnen wél naar het buitenland. Op een viering van de FIFPro kwam een spelersvrouw klagen dat ze de hele tijd moest verhuizen. Ik heb haar geantwoord: 'Jullie kunnen verhuizen, wij zaten geblokkeerd.' In het buitenland waren strikte beperkingen op het aantal buitenlandse spelers. In België konden enkel Enzo Scifo en Juan Lozano, de absolute toppers, weg. Nu kan om het even wie naar het buitenland.' Kennen de jonge spelers je nog? 'Nee. Ooit nam makelaar Paul Stefani me mee naar een Europese wedstrijd van PSV. Nadien bracht hij me in contact met Dries Mertens die toen nog in Eindhoven speelde en die in die wedstrijd indruk had gemaakt op mij. 'Als je zo verder doet, zal je nog hoog geraken', zei ik hem. Achteraf zei men mij dat hij geen idee had wie ik was.' Ze verdienen allemaal miljoenen dankzij jou, maar niemand heeft je nog bedankt de laatste decennia? 'Nee, op één keer na. Op een dag kreeg ik telefoon van een mevrouw die ik niet kende. Ze vroeg naar mijn rekeningnummer. Haar zoon had net een mooi profcontract gekregen bij PSG en zij vond dat dat ook mijn verdienste was, en ze wilde me een som doorstorten. Ik geloofde het eerst niet. Ze heette Veronique Rabiot, de mama en manager van haar zoon Adrien die inderdaad meespeelde bij PSG. Ze hebben toen 10.000 euro op mijn rekening gestort en zijn me hier komen opzoeken. 'Vorig jaar was Rabiot einde contract. Toen hij PSG zei dat hij niet wilde bijtekenen, hebben ze hem uit de kern verwijderd en hem 's morgens en 's avonds een apart trainingsprogramma laten volgen, zeven maanden lang. Maar hij is bij zijn standpunt gebleven. En nu speelt hij bij Juventus, dat hem gratis overnam en hem zeven miljoen euro per jaar betaalt.' Waar haal je nog voldoening uit, in je leven? 'Alleen uit mijn twee jongste kinderen die ik in het weekend mag zien: mijn zonen van tien en elf. Met mijn dochter uit mijn eerste huwelijk is alle contact verbroken. Ze wil me niet meer zien. Het proces heeft me ook mijn huwelijk gekost.' Je bent er bijna zelf aan ten onder gegaan. Je was op een bepaald moment zwaar aan de alcohol. 'Als ik dronk, belandde ik in een soort bubbel en vergat ik mijn problemen. Alleen werd ik er ook ziek en verdrietig van. Ik ben in mijn eentje gestopt. Ik heb een sterke wil. Tijdens de feestdagen zal ik wel eens een glaasje drinken, en dan is het weer gedaan.' Je bent ook opgepakt wegens partnergeweld. 'Ik had ruzie met mijn vriendin, zij werd agressief en om me te verdedigen heb ik haar een klap gegeven. Dat was fout, ik weet het. De politie is me komen halen en heeft me met de handboeien aan weggevoerd. Ik heb een nacht in de cel doorgebracht en werd veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijk en veertig uren werkstraf.' Je hebt ook gebroken met de advocaten die je destijds verdedigd hebben: Luc Misson en Jean-Louis Dupont. ' Misson heeft me goed geholpen en Dupont in de begindagen ook. Nu heb ik een advocaat die ik door en door vertrouw, en die veel voor me doet: Renaud Molders die samenwerkt met het bureau van meester Misson. Voorheen had ik een blind vertrouwen in Dupont met wie ik het best overeenkwam omdat hij een leeftijdsgenoot was. Al mijn zaken liet ik aan hem over. Als iemand me contacteerde om geld op mijn rekening te storten, trok hij dat naar zich toe. Ik kende niets van die materie, ik vertrouwde hem volkomen. Maar hij heeft na het arrest vooral goed voor zichzelf gezorgd.'