De sfeer is gemoedelijk en ontspannen in de Cristal Lounge Bar, de loge van één van Genks hoofdsponsors in de Luminus Arena. Er klinkt wat muziek op de achtergrond en er staat een hele trits Limburgse biertjes om uit te kiezen. Het is de setting voor het kennismakingsgesprek dat KRC Genk samen met trainer Jess Thorup met de vaste clubwatchers heeft georganiseerd. Een gemoedelijke babbel leek Thorup wel een goed idee, en werd prompt door communicatieverantwoordelijke Peter Morren op de agenda gezet.
...

De sfeer is gemoedelijk en ontspannen in de Cristal Lounge Bar, de loge van één van Genks hoofdsponsors in de Luminus Arena. Er klinkt wat muziek op de achtergrond en er staat een hele trits Limburgse biertjes om uit te kiezen. Het is de setting voor het kennismakingsgesprek dat KRC Genk samen met trainer Jess Thorup met de vaste clubwatchers heeft georganiseerd. Een gemoedelijke babbel leek Thorup wel een goed idee, en werd prompt door communicatieverantwoordelijke Peter Morren op de agenda gezet. Thorup weet niet meteen welk biertje te kiezen. Hij is niet zo'n bierfanaat, al spreekt hij in zijn woonplaats Odense, wanneer hij in Denemarken is, één keer per jaar met zijn vrienden en vroegere ploegmaats af in een bekend biercafé. De traditie begon om de Europese stunt tegen Real Madrid uit 1990 te vieren. In Carlens Kvarter (in Hunderupvej 19, mocht u toevallig in de buurt zijn) serveren ze naast lokale brouwsels vooral Belgische speciaalbieren. Het maakt niet uit welk bier hij vandaag proeft, zo wordt de druk om te kiezen even weggenomen. Als hij de brouwsels van Cristal Alken maar allemaal geproefd heeft wanneer hij op een dag Genk verlaat. De Deen aanhoort het, bekijkt de lange rij drankjes en lacht: 'Dan moet ik hier wel een hele tijd blijven.' Dat is ook wat het Genkse bestuur het liefste wil, een trainer die niet alleen meedenkt en de Genkse filosofie omzet in daden, maar dat ook een aantal jaar volhoudt. Die sportieve continuïteit is een wens die maar niet wil uitkomen. Nu mag de Genkse clubleiding zichzelf daarbij ook in vraag stellen: heeft ze daar niet zelf schuld aan door de lat telkens zo hoog te leggen? En vertrekt het talent er vaak niet veel sneller dan gepland? Feit is: Jess Thorup is al de tiende hoofdtrainer bij Genk in evenveel jaar. Van die tien werden er zeven voortijdig ontslagen. Twee stapten zelf op, telkens na een landstitel. Frankie Vercauteren nam in augustus 2011 zelfs letterlijk een andere uitgang op de luchthaven van Tel Aviv na de kwalificatiewedstrijd voor de poulefases van de Champions League uit bij Maccabi Haifa. Philippe Clement verkoos anderhalf jaar geleden zijn contract niet te verlengen nadat de club met hem al de sportieve plannen voor het volgende seizoen had gedeeld. In de afgelopen tien jaar bleven enkel Clement, Mario Been en Peter Maes langer dan één seizoen aan de slag in Genk, wat de gemiddelde levensduur van een trainer er terugbrengt tot minder dan één jaar. Met zo'n verloop is het moeilijk om continuïteit in het sportief beleid te stoppen en rust in de tent te behouden. Dat bleek nog maar eens na de recente landstitel, toen de twee opvolgers van Clement ver onder de lat bleven die na de titel bewust hoog werd gelegd. Vandaag bidt men haast dat Thorup er wel over geraakt, anders moet de club conclusies trekken waar het voorlopig niet aan wil. Men wil er niet aan denken dat men straks vier trainers in twee jaar zal gehad hebben. Het wordt dus Jess or no.De manier waarop de informele babbel verliep, sloot aan bij hoe Thorup zijn nieuwe club in de voorbije weken ervoer. Als een familieclub, met allemaal aardige mensen, maar tegelijk een club die twee landstitels in tien jaar heeft behaald en die een aantal erg getalenteerde voetballers zag passeren. Van overal ter wereld stroomden hier spelers in, om vervolgens naar een echte topclub te gaan. Die komen niet naar Genk omdat ze het een goed georganiseerde club met allemaal fijne mensen vinden, evenmin om zich te vergapen aan de prijzenkast die, gezien het jonge bestaan van de club (31 jaar) en het beperkte hinterland (een stad van 60.000 inwoners in een provincie van 800.000 inwoners) mooi gevuld is. Die komen omdat ze gehoord hebben van de spelers die hier de kiem legden voor een grote carrière ( Thibaut Courtois, Kevin De Bruyne, Kalidou Koulibaly en Sergej Milinkovic-Savic), hopende om net als zij van hieruit hogerop te kunnen. Liefst zo snel mogelijk, terwijl de club erop rekent dat zulke jonge wolven in hun ambitie de club een eind mee naar omhoog zuigen. Zo'n proces, berekende men bij Genk, duurt gemiddeld zo'n drie jaar. Zo lang wil men het liefst jong Belgisch én buitenlands talent in de kern houden. Probleem is dat vooral de buitenlandse nieuwkomers dat wel erg lang vinden. Omdat die wel eens een vertrek willen forceren, verwordt Genk tegen zijn zin in een constante bouwwerf, mocht het onder meer ervaren met Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski. Bijna had het twee weken geleden weer zo'n geval. Toen Joakim Maehle in de zomer van 2017 in Genk arriveerde, was hij een jonge beloftevolle voetballer aan wie nog veel schaafwerk was. Toen dit blad anderhalf jaar geleden in Denemarken een rootsverhaal maakte over de huidige Genkse trainer, trok men in kennerskringen in Denemarken grote ogen toen men hoorde dat Maehle hier intussen al uitgegroeid was tot één van de betere spelers in de Jupiler Pro League. Dat had men daar niet meteen verwacht. Vorige week debuteerde Maehle eindelijk als basisspeler in de Deense A-ploeg. Een paar dagen eerder gingen in en rond de Luminus Arena op de laatste dag van de mercato alle alarmbellen af, toen zich in de namiddag plots Olympique Marseille meldde met een onverwacht bod op de rechtsachter. Afgelopen zomer was nog met Maehle doorgenomen dat hij dit seizoen niet zou vertrekken. Ook niet bij een groot bod, voegde men er zelfverzekerd aan toe. Die boodschap was ook doorgedrongen bij de buitenlandse clubs die de Deen al een tijdje op hun verlanglijst hadden staan. Zij roerden zich de voorbije maanden niet eens, wetende dat dat weinig zin zou hebben. Maar bij Genk gebeurt niet altijd wat de clubleiding het liefste wil. Vroeger ook niet, maar toen had dat vaak te maken met de financiële noodzaak waardoor men al eens spelers moest verkopen van wie men wist dat ze een sportieve aderlating zouden betekenen, wat inhield dat de lat weer naar beneden moest. Die noodzaak voelt Genk de laatste jaren niet meer: er staat meer dan voldoende geld op de rekening om zonder verpinken nee te kunnen zeggen op een deftig bod. Het bod van Marseille overtrof niet wat Genk voordien al aangeboden kreeg voor Maehle, al is een goeie tien miljoen voor een rechtsachter wél een bedrag waar je al eens kan over nadenken. Of moet, wanneer de speler zelf bij de club gaat aandringen, bijna smekend om ondanks de eerder gemaakte afspraken nog te mogen vertrekken. Bij veel clubs is het scenario dan simpel: de sportief verantwoordelijke beslist, in samenspraak met de voorzitter, of men daarop ingaat. Niet zo bij Genk. Daar ontspint zich op zo'n moment door de vzw-structuur een discussie waar alle bestuurders met een toonaangevende rol hun mening over geven. De één vindt dat de club het been stijf moet houden, een ander vraagt zich af of men om menselijke redenen toch niet moet verkopen, een derde of je in deze moeilijke tijden niet moet ingaan op elk deftig voorstel, omdat niet zeker is of de bedragen die vandaag gehanteerd worden morgen nog zullen geboden worden. Gevolg is dat in Genk pas rond middernacht iedereen het eens is om de deur dicht te houden. Waarop Maehle, onderweg met de Deense nationale ploeg, zijn frustraties uitschreeuwt. Het is een moment waarop Thorup beseft dat Gent en Genk niet alleen dezelfde kleuren en bijna dezelfde naam hebben, maar ook in dezelfde situatie verkeren. Allebei willen ze onbekend talent beter maken en aan een flinke meerwaarde verkopen, ondertussen hopend om in België om de prijzen mee te dingen. Bij Gent ervoer hij aan de lijve wat voor impact het vertrek van zo'n belangrijk puzzelstukje ( Jonathan David) heeft op de club én de entourage. Met name een sportieve crisis van jewelste en een eerste ontslag in zijn nog jonge trainerscarrière. Een scenario dat hij amper anderhalve maand later niet nog eens wilde meemaken. Dat Genk het been stijf hield, vond Thorup een positief signaal naar andere Genkse spelers die misschien van een versneld vertrek bij een goeie aanbieding dromen. Gelukkig voor Thorup én de club is de Deen een no-nonsensekerel die een week na het afspringen van de deal niet gaat mokken, maar meteen een knop omdraait en de mouwen opstroopt. Zondagavond was de Deense rechterflankspeler alvast de absolute uitblinker in een nieuw tactisch systeem dat de thuisploeg aan een hard bevochten maar deugddoende overwinning hielp tegen competitieleider Charleroi. Negentig minuten lang toonde Maehle zich de aanjager van zijn team, en ook nog eens de man van de winning goal. Voorlopig kan Dimitri de Condé weer even opgelucht ademhalen, al beseft hij dat de volgende mercato niet meer zo veraf is. De eerste zege onder de nieuwe coach maakt dat Thorup en Genk met een goed gevoel naar Gent afreizen. De afgelopen weken constateerde de nieuwe trainer vooral veel twijfel en een gebrek aan vertrouwen bij zijn nieuwe ploeg, die al anderhalf jaar zoekt en maar niet vindt. Zondag verraste hij vriend en vijand met een nieuw tactisch systeem, met drie centrale verdedigers achterin, waardoor de flankspelers Maehle en Jere Uronen een rij vooruitschoven en volop mee mochten participeren aan het aanvallende spel. Een paar weken observeren leerde Thorup dat dit systeem beter bij de kwaliteiten in zijn kern paste, en tegelijk wilde hij met een nieuw verhaal zijn spelers prikkelen. 'Soms is het goed om niet altijd hetzelfde te doen en een nieuwe start te nemen', gaf hij aan. De tactische ingreep van zondag was een eerste verandering onder de nieuwe coach, die dat achteraf ook toelichtte: 'Ik ben niet iemand die ergens aankomt en meteen alles omgooit. Ik neem liever kleine stapjes. Een zege maakt het makkelijker om daarna zaken bij te sturen.' Na afloop waren de spelers niet alleen tevreden met de drie punten en de hervonden strijdlust. Kapitein en doelman Danny Vukovic moest niet lang nadenken op de vraag waar de grootste verandering sinds de trainerswissel zit, en Maehle bevestigde zijn mening. 'Er hangt een betere sfeer in de kleedkamer, we genieten meer op training en achteraf. Het gaat erom eenheid te voelen, en die is er nu.' Vooraf miste Thorup, die vrijdag een groepsgesprek voerde na de terugkeer van de internationals, een groepsdynamiek bij Genk. Hij moest op zoek naar leiders en spelers met een x-factor. Mannen met ballen aan hun lijf, die de anderen konden meetrekken in wat algemeen als een erg brave groep wordt omschreven, met vooral ideale schoonzonen. 'Vukovic is een leider', gaf Thorup voor Charleroi aan. ' Bongonda, Hrosovsky en Onuachu kunnen dat ook zijn, maar waren tot nu toe meer bezig met hun eigen prestaties.' Zondagavond rechtten ook die drie spelers, samen met Maehle en de voortijdig uitgesloten Junya Ito, in een spannende en hard bevochten tweede helft de rug. Niet dat de motor plots op volle toeren draait, daarvoor gaat het bij momenten nog te stroef en te onzeker, terwijl Thorup zondag nog te veel momenten van twijfel en moeilijke communicatie zag. Maar daar wilde hij niet op hameren. 'Ik heb wel een idee van wat de oplossing zou kunnen zijn, maar ik onthoud vooral de positieve zaken, ' gaf hij voor Charleroi aan. Na Charleroi is het wachten op bevestiging. Een zege op Gent zou zijn vorige club nog wat dieper in de problemen duwen en hemzelf vaster in het zadel helpen in wat nog een lang proces wordt. KRC Genk is nog niet helemaal op dreef, maar, zo gaf de trainer aan, 'winnen is het beste medicijn'.