Als u even de tijd hebt, moet u eens een filmpje bekijken op YouTube. U vindt daar een fragment van het duel, half april, tussen leider Benfica en Vítória Setúbal, elfde in de stand. Benfica is kort daarvoor door stadsgenoot Sporting uitgeschakeld in de halve finale van de Portugese beker, nadat het eerder al tegen Porto sneuvelde in de ligabeker. Maar er is wel euforie na de Europese 4-2 tegen Frankfurt, in de heenwedstrijd van de kwartfinales in de Europa League. João Félix, een van de twee spitsen van de thuisploeg, zweeft. In die wedstrijd scoorde hij immers drie keer. Heel Europa kent nu zijn naam.
...

Als u even de tijd hebt, moet u eens een filmpje bekijken op YouTube. U vindt daar een fragment van het duel, half april, tussen leider Benfica en Vítória Setúbal, elfde in de stand. Benfica is kort daarvoor door stadsgenoot Sporting uitgeschakeld in de halve finale van de Portugese beker, nadat het eerder al tegen Porto sneuvelde in de ligabeker. Maar er is wel euforie na de Europese 4-2 tegen Frankfurt, in de heenwedstrijd van de kwartfinales in de Europa League. João Félix, een van de twee spitsen van de thuisploeg, zweeft. In die wedstrijd scoorde hij immers drie keer. Heel Europa kent nu zijn naam. De match tegen Setúbal nadert de 57e minuut wanneer rechtsbuiten Pizzi, al goed voor vijftien assists in de competitie, voorzet. Centraal komt Félix voor zijn man en hij ramt de bal met de rechter binnen. Het stadion ontploft. Félix loopt door richting doel en ziet dan een ballenjongen achter de goal staan. Hij valt hem in de armen. Een deel van de ploeg volgt en klopt de jongen hard op de rug. Als ze terug het veld op lopen, geeft João de knaap nog een kus. Die wordt meteen wereldberoemd in Portugal. Zijn naam: HugoFélix. Inderdaad, broer van... João, in The Players' Tribune over de jongen, inmiddels ook jeugdvoetballer bij Benfica: 'Hij is vier jaar jonger en ze zeggen dat hij beter is dan ik op die leeftijd. Maar ( lachend) daar ben ik nog niet zo zeker van.' Wél zeker is dat knuffel en zoen gemeend waren. Want één ding blijkt uit alle portretten die de Portugese pers al over de gedoodverfde opvolger van Cristiano Ronaldo maakte: zijn familie is alles voor hem. Dat blijkt uit dit verhaal over Jõao Félix, die in één seizoen van nobody de vierde duurste transfer aller tijden werd en voor wie Atlético méér betaalde dat stadsgenoot Real voor Eden Hazard ( zie kader). Toch een stunt. Benfica maakte hem groot als voetballer, maar groot worden, of liever opgroeien, deed hij in Viseu, Noord-Portugal. In São João de Lourosa, een van de buitenwijken van het stadje, kennen ze de familie allemaal. Er wonen dan ook maar een paar duizend mensen en als eentje het schopt tot voetballer van Benfica gaat dat snel rond. Op 6 november 2018 stuurt Rádio Renascença een verslaggeefster naar het dorp voor een reportage rond het wonderkind. Ze stapt af in café Penedo, waar ze wat stamgasten ondervraagt. Insteek van haar reportage: wordt Félix de nieuwe Cristiano? Eentje, duidelijk een sportiguista, ziet dat wel zitten, maar maakte deze kanttekening: 'Hij was beter naar Sporting gegaan dan naar Benfica.' Een goeie jongen, zo omschrijft cafébaas José Alberto Félix in de reportage. 'We zijn heel blij dat hij uit dit dorp komt.' 'Een speler met een grote toekomst, ' vult Micael Almeida op de radio aan, 'al voetbalt hij voor een club die ik niet zo van dichtbij volg. Die vergelijking met Ronaldo vind ik een moeilijke. Op die leeftijd wist Cristiano ook niet waar hij zou uitkomen. Maar João lijkt me in staat om ergens in de buurt te geraken.' Het is niet de eerste profvoetballer met naam uit deze streek, waar het goed wonen is. Op toeristische websites omschrijft men Viseu immers als een oude stad met grijze stenen huizen, een goed bewaard historisch centrum, maar ook veel groen. Gezellig en levendig, ooit uitgeroepen tot de Portugese stad met de hoogste levenskwaliteit. Paulo Sousa, de huidige trainer van Bordeaux, is ook van hier, hij won de Champions League met Juventus en Dortmund. En nog anderen uit de buurt schopten het tot prof. Maar Félix kan wel de grootste ooit worden, als hij alle beloftes waarmaakt. António Silva, in dat café dat duidelijk vol Sportingaanhangers zit, tegenover de verslaggeefster: 'Buiten het feit dat hij voor Benfica voetbalt, is het een goeie jongen, en als hij blijft werken, lijkt het mij goed mogelijk dat hij geraakt waar hij zelf wil.' Filipe Simões voetbalt bij Viseu United en kent João al jaren: 'Ik heb hem nog zien spelen bij de jeugd van Benfica. Hij kan goed voetballen, is tweevoetig, maakt op het veld het verschil. Maar hij is wel anders dan Cristiano. Ronaldo is meer de man van de doelpunten, de afwerker. Félix zal eerder goals aanbrengen en de ploeg aan doelpunten helpen.' De ouders van João zijn leraars, de pa daarnaast ook een voetballer. Als het Jornal do Centro begin februari nog maar eens aandacht besteedt aan de steile opgang van een van de vedetten in zijn marktgebied, komen ze terecht bij Carlos Pedro Rodrigues. Hij is voorzitter van Os Pestinhas, een voetbalschool in het naburige Tondela. Hij herinnert zich de jonge João als een kind dat in de periode dat hij er trainingen kreeg al zeer leergierig was, toegewijd, én blijk gaf van veel talent. 'Wat nu gebeurt, verrast me niet. In onze opleiding hielden we niet vast aan leeftijdscategorieën. Wie goed was, schoof door. Hij mocht bij de U9 spelen, maar we lieten hem al meetrainen bij de U10. Overal hadden ze de mond vol van wat hij liet zien. Hij deed alles ontzettend serieus.' De krant zocht ook Tó Zeca op, de eerste trainer onder wie Félix wedstrijdjes speelde. 'Hij was anders dan de rest', herinnert de man zich. 'U9 van gestalte, een fijn mannetje, maar zoveel talent dat we vonden dat hij richting competitie moest worden geduwd en niet langer in de opleiding mocht blijven. Hij hield absoluut van trainen en voetballen, was altijd present en hij paste zich met gemak aan aan ploegen met oudere tegenstanders.' Veel van zijn kwaliteiten nu waren destijds al zichtbaar, vindt Zeca: 'Snel het spel lezen, veel kwaliteit in de passing en in het denken. Zo snel denkt hij dat de bal hem amper heeft bereikt of hij weet al waar hij hem gaat afspelen.' Eén jaar had Tó Zeca de jonge Félix onder zijn hoede: tijdens het seizoen 2007/08. 'Je zag dat hij veel talent had, maar vooral: hij werkte ook. Hij stopte nooit, en zeker niet meer nadat de scouts van Porto hem in het oog kregen.' Voor Tó Zeca staat het dan ook vast: 'Hij wordt een van de groten van Portugal in de toekomst. Ik zeg niet dat we de nieuwe Cristiano Ronaldo vonden, ik denk dat het moeilijk wordt om die te evenaren, maar een craque op het niveau van de andere toppers wordt hij wel.' En daarbij heeft João ontzettend veel te danken aan zijn ouders, looft Tó Zeca: 'De begeleiding die zij hem gaven, was fantastisch. Hij heeft een ongelooflijk stevige basis meegekregen en kan terugvallen op familie die hem altijd steunde.' João Félix Sequeira, zo heet de nieuwe wereldster voluit. Carlos Sequeira is zijn vader, Carla Félix de mama. Beiden zijn zoals gezegd leraars, pa is ook trainer, opleider en een fysiek beest. In 2017 zoekt O Jogo, de sportkrant uit Porto, hem op. João begint immers naam te maken bij Benfica B, schittert in de Youth League en wordt al de nieuwe Bernardo Silva genoemd. De krant wil daarom wel eens weten waarom de trots uit de stad, FC Porto, deze parel misliep, nadat de jongen daar zeven jaar vrij anoniem door de jeugdreeksen liep en ontgoocheld de deur achter zich dicht sloeg. Tegenover O Jogo doet pa het verhaal dat João later ook nog eens zal brengen, in monoloog, op de website van The Players' Tribune. Het was Carlos die zijn zoon meebracht naar training, toen hij adjunct was bij Tondela, en trainer bij Os Pestinhas, de opleidingsschool. Carlos, tegenover O Jogo: 'Hij was thuis immers altijd maar bezig met voetballen en daarom nam ik hem mee. Als we een wedstrijd hadden ging hij tijdens de rust het veld op, wat jongleren met de bal. De jongen was amper vijf en niet te houden.' Thuis vlogen de ballen constant door de living, alles moest in veiligheid worden gebracht, zeker toen later ook Hugo groot genoeg werd om mee te doen en de twee jongens indoor voetbalden. In huis lagen altijd minstens 15 ballen. Zijn ouders lachten er vaak mee. 'Onze oudste, die kon al voetballen voor hij leerde lopen.' Na dat ene jaar competitie bij Tó is het ook de scouts van Porto duidelijk: dit is een talent dat de club niet mag laten ontsnappen. Ze nodigen hem uit voor een test en wat trainingen. Hij mag een week op proef komen, en zich vervolgens aansluiten. Vanaf dan beginnen de logistieke problemen. Tussen Porto en Viseu ligt immers 130 kilometer, die vier keer per week moeten overbrugd worden: op dinsdag, woensdag en donderdag voor de training, op zondag voor de match. Als João wat ouder is, komen er nog trainingen op vrijdag bij. Verblijven in Porto kan ook, maar slechts vanaf zijn twaalfde. Hij, de laatmature uit november 1999, moet bij zijn overstap nog negen worden... Dus beginnen ze te plannen. Wie rijdt wanneer? Meestal is het de ma tijdens de week, pa moet zelf ook nog training geven. Hij mist wel geen wedstrijd. Als ze thuis komen van school, is João al klaar met zijn huiswerk. Die discipline legt hij zichzelf op, zijn droom is immers prof worden. Ook zijn tas maakt hij zelf, vroeg zelfstandig. Om 17 uur zetten ze aan, richting Porto. Daar komen ze aan rond 18.30 uur. Om 19 uur begint de training, ongeveer twee uur later is die gedaan. Na een korte douche en een snelle terugrit is het gezelschap rond 23 uur weer thuis. Tijd voor bed, want 's anderendaags begint dat hele spel opnieuw. Félix daarover in de Player's Tribune: 'Na een paar jaar had ik die hele rit zo vaak gedaan, dat ik elke bocht, elke heuvel, elk verkeerslicht van buiten kende.' Carla over die last: 'We hebben ons nooit verzet omdat hij er zich zo goed voelde. Naar Porto gaan was een enorme kans, iets wat hij zeer graag wilde en niet evident voor een jongen uit Viseu. Daarom deden we er alles aan opdat hij zich goed zou voelen.' Op zijn dertiende neemt hij een beslissing: gedaan met dat pendelen. Hij blijft op de club en gaat wonen in de Casa do Dragão, te midden van een paar dozijn andere jongeren. Als zijn vader hem de eerste keer brengt en hij beseft dat hij 's avonds niet terugkeert naar het veilige nest, wordt de emotie hem te machtig, getuigt hij in de Player's Tribune: 'Ik herinner me hoe ik uit de auto stapte, de hand van mijn pa nam en de kamer binnenging waar ik met al die jongeren zou gaan wonen. We gingen zitten en - ik begon te wenen. Ik zei: 'Papa, papa.. Hier wil ik niet blijven. Ik wil naar huis. Ik kan dit niet.' Ik denk dat mijn vader goed het belang inschatte van de beslissing die we moesten nemen. Hij keek rond in de kamer, haalde diep adem en keek me in de ogen. 'Oké,'zei hij, 'maar vanavond blijf je. En als je je morgen nog steeds hetzelfde voelt, of overmorgen, of de dag erna, kan je me bellen en dan kom ik je halen. Dan breng ik je naar huis, maar nooit meer terug naar hier. Dan houdt dit op.' Hij sprak op een toon die ik niet kende. Serieus, belangrijk. Er klikte iets in mijn hoofd toen hij dat zei... Zoals een moment van helderheid. Ik moest daar zijn. Ik was zeer bang voor wat zou komen, maar het was nodig.' Hij blijft, maar makkelijk is het niet. Tegenover Maisfutebol, een onlinekrant, zegt Carla in in september 2018: 'We hadden onze moeilijke momenten. Ik herinner me hoe hij ons eens op een woensdag belde. Of ik hem kon komen halen? Ik deed dat, hij sliep één nacht thuis, haalde daar nieuwe energie uit en 's anderendaags moest ik hem terugbrengen.' Félix mist zijn thuis, ook al omdat Porto niet echt in hem gelooft, is zijn indruk. Hij blinkt nochtans geregeld uit, herinnert Tiago Moreira, een van zijn jeugdtrainers bij Porto zich. Moreira tegenover Maisfutebol: 'Op een gegeven moment was er op een tornooi een wedstrijd tegen Benfica. Op dat moment een zeer sterke lichting, ze hadden ook al Real Madrid geklopt. We waren outsiders, maar wonnen uiteindelijk met 4-2. Félix scoorde twee keer en werd later uitgeroepen tot beste speler van het tornooi.' Porto steekt hem in zijn PJE-project. PJE staat voor Potencial Jogador de Elite. Een speler met mogelijkheden. Uit elke jeugdcategorie mogen slechts de drie, vier besten dat programma volgen. Ze krijgen extra trainingen, fysiek, maar ook technisch. De bedoeling is een nieuwe generatie Portovoetballers te creëren, op jonge leeftijd naar de club gehaald, om ze daar te trainen binnen een aanvallend spelconcept. Andre Silva, Ruben Neves, Diogo Dalot, Queirós, Leite, Bruno Costa en.. Antwerpspeler Ivo Rodrigues maakten er deel van uit. Een van de trainers in dat project is de Nederlander Pepijn Lijnders, nu bij Liverpool. Lijnders, vanuit de Engelse havenstad: 'Tijdens de vier jaar dat ik met hem werkte ontdekte ik dat João een techniek had die hem onderscheidde van de anderen. Hij viel altijd op tijdens tornooien, zowel nationaal als internationaal. Een van zijn topkwaliteiten was het veinzen van een beweging, hij kon een tegenstander misleiden als geen ander. Hij was dun, maar vond altijd oplossingen. João was zeer creatief, soms een pas, soms een dribbel, dan weer een schot. Intelligent ook, hij zag hoe hij ruimte voor zichzelf kon maken, of een lijn kon breken.' Maar toch, ondanks alles, blijft João de indruk hebben dat Porto niet voldoende in hem gelooft. Reden: het laatmature, het gebrek aan fysiek, zijn achterstand tegenover de anderen. Te weinig speelminuten dwingen hem bij de U16 tot een keuze. Nieuwe lucht. Filipe Soares, zijn ploegmaat later bij Benfica: 'We hadden het over hem een kans geven. We wisten dat hij niet gelukkig was bij Porto. Benfica kende hem al, van scoutingverslagen. Hem binnenhalen bleek het beste wat de club kon doen.' Dat is wel zijn beslissing, benadrukt Carla in haar gesprek met Maisfutebol: 'Hij is niet weggestuurd bij Porto, hij is zelf weggegaan. João was een lichtgewicht. Letterlijk, niet mentaal. Hij heeft eerst beslist om weg te gaan, zonder te weten waarheen. Benfica, Sporting, Viseu, alles kon. Hij wist dat hij toch een ploeg zou vinden.' Benfica ontvangt hem met open armen. Hij verhuist naar Seixal, de opleidingscampus van de ploeg uit Lissabon. Pas begin vorig seizoen ruilt hij dat voor een eigen appartement in de stad. De ploegmaats, vroeger tegenstanders, ontvangen hem met open armen. Diogo David, ex-ploegmaat: 'Hij deed speciale dingen op training. Nu, er zijn wel meer spelers die dat kunnen. Het probleem is vaak dat ze dat talent moeilijk kunnen omzetten in iets ten dienste van de ploeg. Félix kon dat wel, dankzij zijn talent gingen wij allemaal beter voetballen. Daaruit blijkt hoe goed hij is. Hij is sterk in de kleine ruimte, zijn startsnelheid is groot en zijn bewegingen zijn vaak onvoorspelbaar. Een zeer groot talent.' De familie blijft hem ook in Lissabon van nabij volgen en begeleiden. Elke vrijdag rijden ze 300 kilometer naar Lissabon, waar de ouders van Carlos, de opa en oma van João, een appartement hebben. In Almada is dat, aan de overkant van de Taag. Ze halen João op vrijdag van het internaat en spenderen het weekend samen. Tussendoor is er wel de match. Op maandag gaan ze elk weer hun eigen weg, de ouders naar school, hun zoon naar de training. In Lissabon wordt João een talent dat zijn liefde voor het voetbal terugvindt en - eindelijk - zijn lichaam ziet ontwikkelen. Snel begint hij aan spieren te winnen. Tot dan is Félix nooit een voetballer geweest die veel bezig was met fitness. Hij krijgt meer speelkansen dan bij Porto, blinkt nog meer uit. Het was een argument dat verantwoordelijken van Benfica ook al gebruikten in hun versierpogingen bij pa Carlos. Ze gaven hem het voorbeeld van André Gomes, de Barçaspeler die afgelopen seizoen verhuurd werd aan Everton. Ook ooit opgeleid bij FC Porto, maar moeten uitwijken naar Benfica, om echt door te breken. Om net dezelfde redenen, te frêle voor Porto. De nieuwe Cristiano, de nieuwe Silva, de nieuwe Gomes... Overal zien ze in Portugal overeenkomsten. Tenzij met Pepe... Het succes volgt: op zijn zestiende wordt João Félix, een fan van Kaká, Neymar, Playstation en Fortnite, de jongste speler in de tweede klasse, op zijn zeventiende de jongste doelpuntenmaker op dat niveau. Hij doet dat in... Fontelo, tegen Académico Viseu. Uitgerekend in zijn thuisstad, op een prachtige manier: met een volley. Voor de ogen van de hele familie. Een kippenvelmoment. Portugal roept hem op hetzelfde moment op bij de U21. Onlangs, op 5 juni, debuteerde hij met de A-ploeg tegen Zwitserland. Dat was niet direct een succes, in tegenstelling tot zijn eerste seizoen bij Benfica, waar hij 15 keer scoort in de competitie en 8 goals aanbrengt. Maar het gaat wel snel. Zeer snel. Na amper één seizoen op het hoogste niveau, zijn debuut in eerste klasse maakte João Félix pas in augustus 2018 met een invalbeurt van 3 minuutjes, meldt Atlético Madrid zich al. Het is bereid het eigen clubrecord te breken en 120 kilos neer te tellen voor zijn diensten. Hij moet in het Wanda Metropolitano het uithangbord worden van het vernieuwde Atlético. Benfica kan nu alles zetten op de nieuwe Félix. Hugo. Vier jaar jonger en met min of meer hetzelfde parcours achter de rug: via Porto naar de Juvenis do Benfica. Om waar te eindigen?