H enny Cruijff, broer van Johan : "Onze ouders zijn geboren en getogen in de Jordaan. Vader zat tijdens de oorlog in het verzet, voorzag, omdat hij bij een slager was gaan werken en met voedingswaren mocht rondrijden, ook onderduikers van eten en kreeg na de oorlog als beloning de keuze uit een aantal winkels die vrijkwamen. Tot grote verwondering van iedereen kozen onze ouders voor een groentezaak in Betondorp. Dat was een keurige buurt, plus dat je daar als kind in tegenstelling tot in de Jordaan de vrijheid had om te voetballen. Er was geen enkele belemmering in je ontwikkeling.
...

H enny Cruijff, broer van Johan : "Onze ouders zijn geboren en getogen in de Jordaan. Vader zat tijdens de oorlog in het verzet, voorzag, omdat hij bij een slager was gaan werken en met voedingswaren mocht rondrijden, ook onderduikers van eten en kreeg na de oorlog als beloning de keuze uit een aantal winkels die vrijkwamen. Tot grote verwondering van iedereen kozen onze ouders voor een groentezaak in Betondorp. Dat was een keurige buurt, plus dat je daar als kind in tegenstelling tot in de Jordaan de vrijheid had om te voetballen. Er was geen enkele belemmering in je ontwikkeling. "Iedere zaterdag om vijf uur kreeg ik van mijn vader 12 gulden 95. Want 12 gulden 95, dat kostten een paar Robinsonschoenen. Want als Johan een week intensief gevoetbald had op straat en op het grindveld dat er lag, dan liep hij 's zondags toch met een beetje mooie schoenen. Maar de week erop waren ze weer helemaal versleten. Dus ik ging elke zaterdag met mijn broertje schoenen halen in de winkel op de hoek. "Grind is de ondergrond waarop je schoenen het meest slijten, je kreeg kapotte kleren en opengehaalde benen, maar het was ook een ondergrond waarop je gleed. Je deed alles impulsief, zonder scholing, vanuit je eigen beleving van wat je denkt dat goed is, maar later blijkt hoe Johan daardoor tackles kon ontwijken, op zijn benen kon blijven staan, zichzelf als het ware gewichtloos maakte. Hij was altijd klein en mager en als een grote vent hem probeerde onderuit te schoffelen of een schouderduw te geven, zag je de opleiding van de straat naar boven komen en hem intuïtief, zonder nadenken, even opspringen. Dan kon je als tegenstander nog honderd kilo wegen en hem een duw verkopen, hij kwam gewoon een halve meter verderop weer op z'n voeten terecht. Een bodycheck of schouderduw had nauwelijks nog invloed. "Johan heeft niemand gehad die hem voetbal geleerd heeft. Hij was vier, vijf jaar en deed alles met een bal. Mijn vader was altijd heel trots op hem : ik was ouder, groter en sterker ; Johan was heel klein en tenger. Dat vertederde. En hoe hij die grote gasten door de benen speelde ... Pisnijdig werden ze ervan ( grijnst). "We woonden op tweehonderd meter van Ajax ( het oude stadion, nvdr), dus wij kwamen al zolang we konden lopen op Ajax. Onze vader was er kind aan huis, de hele familie was Ajax. "Toen we kampioen werden met de jeugd speelde hij als rechtsbuiten omdat hij te klein was als spits en toen heb-ie een goal gemaakt waarbij hij de bal krijgt aangespeeld twintig centimeter voor de outlijn, tussen de zestien en de cornervlag in ... Mathematisch kon dat doelpunt eigenlijk niet. De doelman stond op de lijn en toen heeft Johan met zoveel effect geschoten om de keeper heen in het zijnet. Ik dacht : dat kán niet. De enige goal dat ik, net als alle andere spelers, sprakeloos was ( lacht). Hij was zó bezeten. Hij zat op school ook alleen maar naar buiten te kijken en te denken : om twaalf uur kunnen we weer voetballen. Johan was één met een bal. Hij was als keeper, denk ik, net zo goed." Henny Cruijff : "Toen vader overleden was, zijn we verhuisd. Ajax heeft in die periode veel goed werk voor ons gedaan. De beleving was warmer dan het nu door de professionalisering van het voetbal is. We konden een straat verder gaan wonen en onze moeder kon op de club gaan werken als schoonmaakster. "Vader is gestorven waar ik bij was, terwijl Johan op school zat. Dat heeft diepe indruk gemaakt. Johan heeft net als ik een bypassoperatie gehad door een vernauwing van de bloedvaten, wat eigenlijk hetzelfde is als wat mijn vader had. Alleen zijn wij er door de medische wetenschap nog. Dat geeft je toch wat realiteitszin. Dat is ook de reden waarom ook Johan op een gegeven moment heeft gezegd : genoeg is genoeg, ik wil geen stress meer, maar normaal kunnen leven. " Arend van der Wel, die wij onze grote broer noemen, kwam als kind altijd bij ons binnen. Toen onze vader was overleden, nam hij ons vaak mee naar het voetbal. Dus gingen wij als hij trainde naar de spelers van het eerste in Enschede ( nuFC Twente, nvdr) kijken. Voor jongetjes van twaalf is dat een droomwereld. Fadrhonc, de trainer, had te horen gekregen wat de omstandigheden waren waarom wij daar stonden en op een gegeven moment kwam hij ons vragen of wij in het doel wilden staan tijdens de training. Dat hebben we op prijs gesteld. Toen hij zelf in de problemen kwam ( Frantisek Fadrhonc was van 1970 tot 1974 bondscoach van Nederland, nvdr), we zaten thuis in de kamer, zei Johan dat ze van hem af wilden. Dus ik vroeg op een sarcastische manier : 'En gaat dat gebeuren ?' Neen, antwoordde hij, 'als je dat maar weet.' Johan had gezegd : als Fadrhonc niet meegaat, ik ook niet. "We zijn door de vroege dood van onze vader opgegroeid met een stuk verantwoordelijkheid - ook al vonden we in Henk Angel de perfecte tweede vader. Hij heeft een positieve inbreng gehad : in onze beleving hadden we ze alle twee op dezelfde hoogte staan en daardoor hebben we een superjeugd gehad. "Het probleem is, vind ik, dat Johan de verkeerde mensen om zich heen heeft verzameld, wat ook tot zakelijke wanorde leidde, zoals met Cor Coster. Hij blijft doordrammen op zijn eigen waarheid. Het is niet dat ik slecht praat over 'em, maar bij sommige zaken staat mijn verstand gewoon stil. Sommige dingen, hoe hij niet loyaal is gebleven aan zijn familie, hoe hij zijn nieuwe omgeving creëert als de algemene waarheid, zakelijke blunders, kán ik gewoon niet begrijpen. Daarom heb ik na een paar jaar besloten dat ik rechtsaf ging als Johan linksaf ging. Alsof er elke dag een velletje van de kaas gaat en je op een gegeven moment alleen nog de korst in je hand houdt." Meer info over Johan en Henny Cruijff staat in: Beckenbauer&Cruijff, de Keizer en de Verlosser van Marcel Rözer, Uitgeverij Houtekiet. Door Raoul De Groote