J onathan Legear: "Ik ben een Luikenaar die in Brussel voetbalt, maar zodra ik tijd heb, keer ik terug naar Luik, de stad waar ik opgroeide, waar nog steeds mijn familie en vrienden wonen. Dat gebeurt een keer of twee, drie per week, bijvoorbeeld als we 's ochtends trainen en de volgende training pas de volgende middag plaatsvindt. Dan ga ik er wat winkelen en babbelen met mensen die ik ken. Luik is mijn stad, al ben ik opgegroeid op de hoogten buiten het centrum: in Vottem, niet ver van Rocourt. Witsel woont op een paar minuten van mij. Ik ben zeker dat ik na mijn voetballoopbaan terug naar Luik ga. Wat het verschil is tussen de twee sted...

J onathan Legear: "Ik ben een Luikenaar die in Brussel voetbalt, maar zodra ik tijd heb, keer ik terug naar Luik, de stad waar ik opgroeide, waar nog steeds mijn familie en vrienden wonen. Dat gebeurt een keer of twee, drie per week, bijvoorbeeld als we 's ochtends trainen en de volgende training pas de volgende middag plaatsvindt. Dan ga ik er wat winkelen en babbelen met mensen die ik ken. Luik is mijn stad, al ben ik opgegroeid op de hoogten buiten het centrum: in Vottem, niet ver van Rocourt. Witsel woont op een paar minuten van mij. Ik ben zeker dat ik na mijn voetballoopbaan terug naar Luik ga. Wat het verschil is tussen de twee steden? In Luik is de mentaliteit veel warmer, een beetje zoals de sfeer op Standard. Die sfeer vind je ginder ook in restaurants, op straat, in de winkelbuurten. In Brussel heb je veel mensen uit andere landen en een heleboel die hier enkel komen om te werken en 's avonds weer weg zijn. Het is een stad waar je komt om te werken. In Luik lacht men, kijkt men positiever tegen het leven aan. Het is een stad die groeit, die mooier en veiliger is geworden dan een jaar of vijf geleden. Ik kan er nog steeds makkelijk rondlopen, ook als speler van Anderlecht. De supporters moeten niet boos zijn op mij, maar op Standard voor het feit dat ik daar nu niet meer rondloop. In die tijd geloofde men niet echt in de jeugd. Niet alleen in mij, ook niet in Bailly, Mirallas of Pocognoli. Had men toen in de jeugd geloofd, was ik er nooit vertrokken. Ik ga er nog altijd graag naar wedstrijden kijken, er hangt een heel warme en positieve sfeer. "In tegenstelling tot Standard geloofde Anderlecht wel in mij. Zij haalden me op mijn zestiende. Ik ben deze club heel veel verschuldigd: al wat ze beloofden, kwamen ze ook na. Hier heb ik altijd veel vertrouwen gevoeld. Sociaal was de aanpassing moeilijker. De eerste twee jaar trok ik bijna elke dag naar Luik. Ik zat alleen op mijn appartement, had nog geen auto. Als ik in Brussel bleef, duurde zo'n dag erg lang. Ik heb hier ook mijn school niet afgemaakt. In het vijfde jaar stopte ik. Als ik 's morgens wat langer sliep, was er niemand die achter mijn veren zat en me zei dat ik naar school moest gaan. Ik had niemand die me steunde. Zo lang ik in Luik woonde, ging ik wel altijd naar school. Maar hier zat ik in mijn eentje. Mijn ouders hebben nog besproken of ze met me naar hier zouden verhuizen, maar dat ging niet. Zij werken in Luik: mijn vader in een sporthal, mijn moeder als oppasser in een crèche. "Wat mijn ouders me als waarden mee hebben gegeven? Ze leerden me om altijd beleefd te zijn en iedereen te respecteren. Daarmee kan je ver raken in het leven. Ik ben ook vrij makkelijk in de omgang, ik zal zelden een interview of een handtekening weigeren. Ik heb het alleen moeilijk als mensen die me niet kennen een verkeerd beeld van me ophangen, omdat dat nu eenmaal goed klinkt of goed verkoopt. Ik beoordeel nooit iemand die ik niet ken. Dus snap ik niet dat mensen die mij niet kennen me wel beoordelen buiten het voetbal. "Over het algemeen ben ik tevreden met mijn leven. Van mijn tiende tot mijn zeventiende was ik fan van David Beckham. Op een dag heb ik na een match tegen Real zijn truitje gevraagd en gekregen. Waar ik nu nog van droom? Ik zou graag ooit eens aan een wereldbeker deelnemen." S door geert foutré