"De Champions League, daar doe je het voor", glundert Robert Horstink (22, 2m01). De Nederlandse receptieaanvaller van Noliko Maaseik proefde er afgelopen donderdag tegen het Poolse Sosnowiec voor het eerst van. Vanavond staat hij met de Belgische landskampioen al voor de tweede Europese opdracht, wanneer het Griekse Iraklis Thessaloniki op bezoek komt. "Geen eenvoudige klus", beseft Horstink, "maar onze prestaties op de stage in Italië, geven me heel veel vertrouwen. Maaseik is uiteraard een stapje hoger dan Apeldoorn, waar ik tot vorig seizoen volleybalde. Ik merkte dat ik al een tijdje op hetzelfde niveau zat. Bij Apeldoorn trainden we zelden 's ochtends, dan kan je moeilijk progressie maken. Onder meer Richard Schuil vertelde me alleen maar goeie dingen over de club. En over de trainer."
...

"De Champions League, daar doe je het voor", glundert Robert Horstink (22, 2m01). De Nederlandse receptieaanvaller van Noliko Maaseik proefde er afgelopen donderdag tegen het Poolse Sosnowiec voor het eerst van. Vanavond staat hij met de Belgische landskampioen al voor de tweede Europese opdracht, wanneer het Griekse Iraklis Thessaloniki op bezoek komt. "Geen eenvoudige klus", beseft Horstink, "maar onze prestaties op de stage in Italië, geven me heel veel vertrouwen. Maaseik is uiteraard een stapje hoger dan Apeldoorn, waar ik tot vorig seizoen volleybalde. Ik merkte dat ik al een tijdje op hetzelfde niveau zat. Bij Apeldoorn trainden we zelden 's ochtends, dan kan je moeilijk progressie maken. Onder meer Richard Schuil vertelde me alleen maar goeie dingen over de club. En over de trainer." Horstink merkt alvast een verschil met wat hij in Nederland gewend was. "Aan elk onderdeel moest ik wel iets veranderen ( lacht), en, toegegeven, tot nu toe werkt het gewoon. Je denkt dat je al aardig kan volleyballen als je hier komt, maar de feiten spreken het tegen. Als ik tijdens een videoanalyse bekijk hoe ik de receptie nam toen ik hier kwam en nu... Dat lijkt niet eens meer op elkaar. Doordat ik van nature heel beweeglijk ben, maakte ik vroeger nog een hup en een split step. Zo maakte ik al gauw een stap de verkeerde richting om er dan twee te moeten zetten naar de andere kant. Nu blijf ik staan en ga meteen de juiste richting uit." Ook zijn aanvalsbeweging paste hij op aanraden van Anders Kristiansson aan. "Ik moet wat langer wachten, want ik liep veel onder ballen door, zodat ik ze achter me moest pakken. Nu neem ik ze meer voor me, waardoor ik beter kan zien wat het blok doet. Ik sprong altijd wel hoog, maar ik nam de bal niet op zijn hoogste punt." Kristiansson is een enorme detaillist, zegt Horstink, die kan vergelijken met twee gereputeerde Nederlandse coaches. " Bert Goedkoop ( bondscoach van Nederland, nvdr) houdt zich ook veel bezig met individuele techniek. Toon Gerbrands, die ik bij Apeldoorn als coach had, werkt meer aan het mentale gedeelte : opbouwen van het team, elkaar onder de reet trappen als het nodig is. Hij werkte nauwelijks aan technische zaken. Anders heeft het allebei." Aanvankelijk werd Horstink door Maaseik gehaald als derde receptieaanvaller, na Joao Paulo Bravo en Petr Plátenik, maar de Tsjech vertrok in laatste instantie naar het Griekse Panathinaikos Athene. "Klopt, maar de coach verzekerde mij dat ik sowieso aan spelen zou toekomen. Natuurlijk is het voor mij mazzel dat Plátenik vertrok, daardoor zal ik zowat alle wedstrijden in de basis starten." Plátenik vervangen, het móeten waarmaken op zijn positie : het brengt ook meer druk met zich mee. "Ja, ( enthousiast) maar dat vind ik wel lekker. Meerdere mensen wijzen me erop : 'dat is toch een heel andere situatie waarin je nu stapt.' Is juist, maar ik ben er wel klaar voor. Tot nu toe bevalt het me in elk geval prima. In het nationale team komen ook wat plaatsen vrij. Daar zal ik dus ook met extra prestatiedruk geconfronteerd worden." Die nationale ploeg staat een stapje hoger dan de Belgische, maar wat met het clubvolleybal boven de Moerdijk ? "Nadat Omniworld in de Top Teams Cup Menen versloeg, las ik dat "het Nederlandse nummer drie nog altijd sterker is dan het Belgische." Daar ben ik het niet mee eens. Met Apeldoorn ondervonden wij altijd moeilijkheden tegen de teams die onderin stonden, terwijl we hier, met Maaseik, die tegenstanders overvleugelen, zeg maar. Dat kan betekenen dat óf de mindere teams in Nederland beter zijn dan de Belgische óf de betere Belgische teams sterker dan de Nederlandse. Ik heb het idee dat het niveau hier in België bij de topploegen een stuk hoger ligt."Robert Horstink begon al erg vroeg met volleybal. "Op mijn vierde bij Twello, een klein clubje in de omgeving van Apeldoorn. Ik combineerde volleybal met tennis, waarin ik ook regionale selectietrainingen volgde, zelfs tot vier, vijf keer in de week. 's Middags ging ik tennissen, 's avonds volleyballen, met mijn tennistas nog bij. Tja, waarom kies je dan voor het ene en niet voor het andere ? Ik vond het gewoon leuker om een teamsport te beoefenen."Op zijn veertiende zat hij al bij de eerste ploeg van Twello. "Na de trainingen telde alleen nog zuipen in de cafetaria. Toen zeiden mijn ouders : 'Als je wil volleyballen, moet je elders naartoe.' Het werd topklasser Piet Zoomers/Dynamo uit Apeldoorn. We beschikten er over een uitstekende lichting, die zes keer na elkaar kampioen van Nederland werd bij de jeugd."Zijn trainer bij het tweede team in Apeldoorn trok in 1998 naar Barneveld en nam een vijftal spelers mee, onder wie Horstink. "Het eerste jaar promoveerden we meteen naar de hoogste afdeling. We waren een echte vriendenploeg. Supergezellig. Én we haalden een zeker niveau, hoewel lol altijd vooropstond. In 2000 ontstond het zogenaamde Talent Team in Nederland, waarbij de beste jonge spelers in een club gestald werden. Dat jaar werd onze club uitgekozen, waardoor het hele team uit elkaar viel." Als Talent van het Jaar in de Nederlandse competitie mocht Horstink blijven, maar hij bedankte voor de eer. Gerijpt in Barneveld keerde hij terug naar Piet Zoomers. In vier jaar tijd laadde hij met Apeldoorn zijn prijzenkast vol : de Nederlandse titel (2001 en 2003), beker (2002), Supercup (2001) én de Europese Top Teams Cup (2003) prijken al op zijn palmares. "De andere spelers zijn vooral trots op het winnen van die Europese beker, maar zelf zat ik het hele finaleweekend geblesseerd op de bank." In zijn tweede periode bij Apeldoorn speelde hij voor het eerst in clubverband als receptieaanvaller. "Bij de jeugdselecties van het nationale team volleybalde ik eerder al aan de buitenkant, maar in de competitie speelde ik altijd in het midden. Het kan een rol gaan spelen als de servicedruk straks in de Champions League zwaar wordt. "Ik snap wel dat veel mensen het erover hebben dat receptie wel eens een probleem kan worden voor Maaseik, want uiteindelijk verloor de ploeg met Hanano en Plátenik twee sterkhouders op dat vlak. Alan en ik zullen nog moeten bewijzen dat we die jongens waardig kunnen vervangen. We beseffen dat, maar er wordt dan ook hard aan gewerkt op training." Horstink zou wel eens geviseerd kunnen worden door de servicekanonnen aan de overkant van het net. "Dat ben ik wel gewend. Als ik speel bij de nationale ploeg staan Klok en Nummerdor naast me, dan scheren ze ook op mij. Het maakt me alleen maar beter als ik veel ballen krijg." door Roel Van den broeck'Aan elk spelonderdeel moest ik van Anders Kristiansson wel iets veranderen.'