Als Steve Schets (21) en Kenny De Ketele (20) over mekaar praten, noemen ze elkaar steevast ' mijne maat'. In hun stem weerklinkt telkens de oprechtheid van de onderlinge band die sinds de zesdaagse van Gent voor de komende jaren gesmeed lijkt. "Steve ziet mij meer dan zijn vriendin", lacht De Ketele.
...

Als Steve Schets (21) en Kenny De Ketele (20) over mekaar praten, noemen ze elkaar steevast ' mijne maat'. In hun stem weerklinkt telkens de oprechtheid van de onderlinge band die sinds de zesdaagse van Gent voor de komende jaren gesmeed lijkt. "Steve ziet mij meer dan zijn vriendin", lacht De Ketele. Op het ovaal van het Gentse Kuipke schaarden de twee jonge pistiers zich voor het eerst tussen de profs. Ze werkten in het verleden samen een rist zesdaagsen bij de beloften af, maar waren voor het debuut bij de grote jongens niet aan elkaar gekoppeld. Ze kregen elk een ploegmaat met ervaring aan hun zijde. "Aanvankelijk waren we daar erg blij om", zegt De Ketele. "Je weet niet waar je belandt. Misschien kwam die profzesdaagse voor ons te vroeg en zouden we door het ijs zakken."Dat gebeurde niet. De resultaten van Schets en De Ketele in Gent fonkelden. De belangrijkste les die ze naar huis meedroegen, was dat het ook samen perfect gelukt zou zijn. "De wedstrijd in het Kuipke was voor ons tweeën een enorme mentale opkikker", aldus De Ketele. "Voor aanvang van de zesdaagse hadden we schrik dat we door een gebrek aan techniek zouden tekortschieten", vervolgt Schets, die met Steven Deneef (35) de piste betrad. "Achteraf beseften Kenny en ik dat we met de techniek die we samen hanteren, niet moeten onderdoen voor de beste ploegen. Als je met iemand anders rijdt, vereist dat veel aanpassing. Ik had daar met Deneef heel wat problemen mee." "Ik was gekoppeld aan Alexander Aeschbach ", pikt De Ketele in. "Zijn manier van aflossen verschilt totaal van die van Steve. Op het einde van de zesdaagse moest ik met verstevigingen aan mijn polsen rijden. Ik en Aeschbach misten elkaar bovendien elke ploegkoers gemiddeld twee keer. Met Steve overkomt me dat nooit." Blijkbaar merkte wedstrijdleider Patrick Sercu dat ook allemaal op. Voor de zesdaagsen van Kopenhagen en Hasselt koppelde hij Schets en De Ketele zonder twijfel aan elkaar. "Samen kunnen we de beste prestaties neerzetten", klinkt het bij de tevreden jongelingen in koor. Steve Schets : "De ploegenvoorstelling. Als kleine jongen ging ik steeds vol bewondering naar de zesdaagse kijken. Wanneer je uiteindelijk zelf tussen die renners staat, kan je een brede smile niet onderdrukken." Kenny De Ketele : "Het was constant volledig overweldigend. Ik reed zes dagen rond op adrenaline en was enorm nerveus. Gent is mijn thuisstad, ik ken er enorm veel mensen. Iedereen sprak me er vooraf over aan. Ik voelde dat er ergens verwachtingen waren en wou voor eigen volk iets tonen. Wat de mensen ook vertellen, druk is er altijd." Schets ( aarzelt) : "Het is moeilijk om aan te geven wat ik precies van Deneef opstak. Er zijn zoveel kleine dingen die je als gewone toeschouwer niet ziet, maar die toch belangrijk zijn. Het zijn stuk voor stuk details. Als je al die zaken optelt, heb je een resem belangrijke tips." De Ketele : "Als je mij vraagt wat ik van Aeschbach leerde, kan ik daar net als Steve moeilijk op antwoorden. Vaak leer je al ziende als je samen met die mannen in je cabine zit. Je moet op tijd een koekje eten, iets drinken, je broek invetten. Maar op tactisch gebied viel er voor ons niet veel meer te leren." Schets : "Ik en Kenny zijn daar zelf als koppel in gegroeid." De Ketele : "We reden samen veel toekomstzesdaagsen. Na onze wedstrijden bleven we regelmatig een uurtje hangen om naar de profs te kijken. Als er bij een team een minieme hapering was bij de aflossing, hadden we het beiden altijd onmiddellijk gezien. Door alles nauwlettend in de gaten te houden bouwden we een berg inzicht op." De Ketele : "We zouden veel meer punten gehaald hebben. Je hebt op de piste twee soorten renners nodig : sprinters en jongens die kunnen blijven rijden. Dat komt bij Steve en mij perfect uit. Hij is de snelle jongen, ik zorg voor de fond." Schets : "Ik verwachtte veel van mijn baanronde in Gent. Maar Deneef is een locomotief die in een korte tijdspanne niet gemakkelijk snel op gang komt. Zijn tempo lag niet hoog genoeg om een scherpe tijd neer te zetten. Met Kenny lukt dat wel. Ik wil me niet respectloos tonen tegenover andere renners, maar doordat Kenny en ik al zo vaak een koppel vormden en elkaar zo goed kennen, lukken dingen beter als we ze samen kunnen doen." Schets : "Wij bereikten dit niveau in de eerste plaats omdat we het heel graag doen. Op dit moment wordt er gewerkt aan een goede doorstroming. Ik hoor dat er al een serieuze structuur op poten staat, waarbij provinciale coaches jongeren opvolgen. Bij ons was dat nog allemaal anders. Toen grote wedstrijden moesten worden voorbereid, gebeurde dat vooral met de natte vinger." De Ketele : "Verschillende instanties merkten op dat de piste een beetje aan het doodbloeden was en schoten in actie. Deze maand gaat in Gent het Centrum Eddy Merckx open." Schets : "Daar is een baan van 250 meter gebouwd. Dat is belangrijk om gericht naar wereldkampioenschappen en wereldbekers te kunnen toewerken. In het Kuipke is de piste eigenlijk veel te kort." De Ketele : "De voorbije jaren moesten we naar Alkmaar en Büttgen om trainingskampen af te werken. Dat wordt nu makkelijker, ook voor de jeugd." Schets : "Er dient aandacht te zijn voor specifieke trainingen. Onze ogen zijn de laatste twee jaar echt opengegaan. Wij zagen af als nooit tevoren. Met het oog op wereldbekers moet je speciale sessies inlassen." De Ketele : "Steve heeft het over in blokken rijden tijdens trainingen. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld vier keer een afstand van twee kilometer aflegt. Dat gebeurt met een zekere intensiteit en een bepaald verzet. Het is onwaarschijnlijk zwaar. Je doet dat met het oog op de vele korte nummers, waarin je jezelf op tien minuten volledig moet leegrijden. Als junior toerden wij gewoon maar wat rond en fietsten we wat achter een derny aan. Toen de wedstrijd aanbrak, werden we daarin gegooid en reed de tegenstand ons keer op keer naar huis. We konden er ons niet onderscheiden en dachten telkens : wat rijden die mannen snel. Nu schrijven we mee het wedstrijdverhaal. Als we vroeger op de hoogte waren geweest van de noodzaak van die specifieke trainingen, hadden we misschien al eerder resultaten geboekt." Schets : "Je mag de jeugd al confronteren met die harde trainingen. Dan zitten die jongens meteen op het goede spoor." De Ketele : "Zo kunnen ze uitgroeien tot echte toppers. Je leert wat trainen is en wordt sterker." Schets : "Er wordt aandacht aan besteed. Bij de junioren waren er voor ons veel minder internationale meetings dan nu." De Ketele : "Jongeren hebben tegenwoordig meer kansen om zich te bewijzen. Wij konden ons uitsluitend in de Belgische kampioenschappen tonen." Schets : "Hoe meer competities, hoe beter. Als je altijd tegen dezelfde jongens moet rijden, krijg je weinig impulsen om je niveau op te krikken." De Ketele : "Tijdens de zesdaagse van Hasselt krijgen nieuwelingen en junioren straks ook de kans om zich te tonen aan het volk. Zo moet het." De Ketele : "We willen ons tonen, veel punten halen en schitteren in bepaalde nevennummers. Voor mezelf denk ik dan aan de dernyreeks. Voor Steve zal dat de baanronde zijn. Daar heeft hij mij voor nodig. Ik ga er alles aan doen om hem daar goede tijden te laten rijden. Ook in de supersprint zal ik hem zo goed mogelijk trachten te lanceren. Het zijn allemaal onderdelen waar we veel punten kunnen sprokkelen. Dat staat mooi in het klassement. Het resultaat in de ploegkoers, dat zien we wel." Schets : "Nee, er blijft tijd om te genieten." De Ketele : "Wij staan fris aan de start, want Hasselt zal pas onze derde profzesdaagse zijn, na Gent en Kopenhagen. Dat is een wereld van verschil tegenover de ervaren pistiers, die de ene zesdaagse na de andere afhaspelen." Schets : "Hetzelfde circuit afleggen als die mannen, dat blijft andere koek. Zij krijgen in zesdaagsen bovendien telkens te maken met jonge, hongerige wolven zoals wij, die er steeds op gebrand zijn hen te verslaan. Je mag dat niet onderschatten. Wij hebben veel respect voor wat die mannen doen." Schets : "Als iedereen tevreden is over ons en als we weinig slechte momenten kenden. De mensen moeten zien dat Schets/De Ketele samen een toekomst hebben. Voor ons is het belangrijk dat we de kans die we krijgen om samen te rijden optimaal benutten." De Ketele : "Het is natuurlijk tof dat we er deze eerste keer bij zijn. Misschien is het in de toekomst aan ons om volk naar die zesdaagse te lokken door het aantrekkelijk te maken." Schets : "Het is een gelegenheid om ervaring op te doen." De Ketele : "Overal leer je wel iets. Ik rijd nu al zes jaar in competitie, Steve al iets langer. Maar het zal nog een hele tijd duren vooraleer wij ons lichaam volledig kennen. En dat is heel belangrijk voor een renner." Schets : "In zaken waarin ik ook nog moet groeien. Onze techniek zit heel goed, daar kunnen we weinig aan veranderen." De Ketele : "Bij een aflossing verliezen andere ploegen altijd ons wiel omdat we elkaar zo goed kunnen lanceren." Schets : "Maar Kenny moet net als ik bijvoorbeeld nog meer kracht krijgen." De Ketele : "In de wereldbeker waren we beiden vrij goed, niet super. We haalden er een derde plaats, maar hadden hoger kunnen eindigen als ik hem in de sprint beter had kunnen afzetten. De snelheid lag onwaarschijnlijk hoog en ik mankeerde nog de kracht om mee te schuiven en Steve in de tweede positie te brengen. Op dat vlak moet ik nog progressie boeken." De Ketele : "Op het tactische en technische vlak valt aan hem niets te verbeteren. Hij kan met een fiets een trap oprijden, ermee achteruitrijden, ermee springen en surplacen zonder handen. Alles lukt hem. Het is een luxe om met Steve te rijden, want op de piste vindt hij je altijd. Maar er is één ding waarin hij nog dient te groeien. Als het zwaar wordt tijdens wedstrijden, roept hij wel eens : ' Recup !' Dan wil hij dat we even kalmer gaan rijden. Steve moet op sommige momenten nog eens extra durven doorgaan in plaats van een rustmoment in te bouwen." Schets : "Ik kan dat perfect verklaren. Drieenhalf jaar geleden werd ik door iemand met een bromfiets omvergereden. Ik kreeg in de daaropvolgende weken last van mijn rug en bezocht ettelijke dokters. Nooit konden ze achterhalen wat het exacte probleem was. Een van hen zei me dat ik een professionele wielercarrière mocht vergeten. Ik klopte bij verscheidene rugchirurgen aan die telkens beloofden dat ze me zouden helpen, maar geen van hun behandelingen had effect. Aanvankelijk was het telkens op te lossen door bij een kraker te gaan. Maar de periodes tussen de bezoeken aan de kraker werden steeds korter en op den duur had ik daags nadat ik werd gekraakt alweer last. Ik was soms een echte sukkelaar. Ik werd ooit gelost in een afdaling. Ik slaagde er zelfs niet meer in simpelweg met mijn benen te draaien. De grootste pannenkoek kon mij er afrijden. Ik moest soms wenend van mijn fiets stappen omdat ik zwart voor mijn ogen zag van de pijn. Uiteindelijk kwam ik enkele maanden geleden bij een Nederlandse therapeut terecht. Wat geen enkele inspuiting of dokter kon, kon die man met zijn twee handen in drie behandelingen. Ongelooflijk. Hij zei me dat bepaalde spieren in mijn billen en benen niet juist zaten, dat het niet vanuit mijn rug kwam. Nu heb ik totaal geen last meer. Het is moeilijk om het verschil met vroeger onder woorden te brengen. Die geschiedenis met mijn rug blijft nu tijdens wedstrijden nog in mijn achterhoofd dwalen. Ergens houd ik er nog rekening mee dat ik plots volledig geparkeerd kan staan." De Ketele : "Hij denkt altijd dat hij ineens een inzinking kan krijgen." Schets : "Ik wil steeds overschot houden. Maar als ik geen problemen ondervind en die rug in orde blijft, zal die gedachte wel verdwijnen." Schets : "Je moet altijd rekening houden met je maat, maar hij kent me intussen goed genoeg. Hij weet dat ik soms wat voorzichtiger ben en dat hij daar zijn voeten al eens aan mag vegen door toch aan te vallen. Het is niet nodig om altijd medelijden te hebben met elkaar. Soms moet je beslissingen durven nemen." De Ketele : "Ik leerde al veel meer van Steve dan hij van mij. Toen ik nog junior was en hij al in de beloftecategorie zat, reden we in Gent samen onze eerste ploegkoers in de open categorie. Steve had meer ervaring. Hij stuurde me en gaf me de hele tijd richtlijnen. Zo is dat eigenlijk gebleven. Hij let ook veel meer op de concurrentie en waarschuwt me voor deze of gene renner. Ik ben niet echt iemand die heel veel praat tijdens een wedstrijd." Schets : "Ik zwijg niet ( lacht)." De Ketele : "Ook als we aflossen, hoor je enkel Steve. Ik hoef eigenlijk niets te zeggen. Hij heeft dat nodig. Anderzijds heb ik misschien iemand nodig die op mij inpraat. Je ziet het, we komen goed overeen." KRISTOF DE RYCK