In de Antwerpse Arena ging Bree eerder vlot winnen met 84-97. Vooral Wim Vanhaele bleek toen goed bij schot (18 punten), maar dat had, dixit hijzelf, meer te maken met de hem geboden ruimte dan met een extra motivatie. "Al blijft het een beetje thuiskomen in de Arena. Alledrie hebben we er de start van onze carrière gekend." Herbert Baert : "Voor die wedstrijden zitten er natuurlijk uitzonderlijk veel familie en vrienden in de tribunes, dat maakt toch een verschil." Yves Dupont : "Ook met de supporters hebben we nog een band."
...

In de Antwerpse Arena ging Bree eerder vlot winnen met 84-97. Vooral Wim Vanhaele bleek toen goed bij schot (18 punten), maar dat had, dixit hijzelf, meer te maken met de hem geboden ruimte dan met een extra motivatie. "Al blijft het een beetje thuiskomen in de Arena. Alledrie hebben we er de start van onze carrière gekend." Herbert Baert : "Voor die wedstrijden zitten er natuurlijk uitzonderlijk veel familie en vrienden in de tribunes, dat maakt toch een verschil." Yves Dupont : "Ook met de supporters hebben we nog een band." Baert : "Ik herinner mij de bekerfinale in Luik tegen Oostende. Er waren al enkele Oostendefans in een hoekje en ik weet nog dat we tijdens de opwarming tegen elkaar zegden : awel, waar zijn onze supporters gebleven ? Twintig minuten voor de opworp stroomde opeens heel die zaal vol met RBA-supporters. Dat maakte een geweldige indruk." Dupont : "Ik denk dat dit alleen zo was toen Van den Bosch er coach was." (Iedereen lacht.)Vanhaele : "In onze tijd was het natuurlijk gemakkelijker, omdat wij zoveel wonnen." Baert : "Wij zijn van laag naar hoog kunnen gaan..." Vanhaele : "... terwijl het na ons van hoog naar laag ging, dat maakt het al een stuk lastiger voor een coach. Dan barst de kritiek overal los, niet alleen in de Arena." Dupont : "Als het niet draait, hoor je het gemor natuurlijk." Vanhaele : "Maar als je wint, is het kot te klein." Baert : "Het pijnlijkst zijn de stilstaande fasen, dan hoor je soms één of twee mensen doelbewust naar jou roepen. Dat is soms wel slikken. Maar als je aan het spelen bent, dan let je daar niet zo op." Vanhaele : "Er zitten wel specialisten tussen die wachten tot het even stil is om dan tegen je te gaan schreeuwen. Vooral als je op de bank zit, hoor je dat geroep. De groep die het meeste lawaai maakt, is die van Dupont." Vanhaele : "De rust ! In Antwerpen heb je automatisch een drukker sociaal leven, omdat iedereen je opeist in je vrije uurtjes. De meeste mensen weten daar ook wanneer je geen training of match hebt en dan bellen ze je om even langs te komen." Baert : "Ik ben puur voor het basketbal naar hier gekomen, om mij weer goed in mijn vel te voelen op het veld. Niet speciaal omdat Wim en Yves hier speelden..." Vanhaele en Dupont in koor : "Ah neen ? !" (Lachen.)Baert : "... maar het is natuurlijk mooi meegenomen." Dupont : "Ik in ieder geval wel. Vorig jaar ben ik een maand bij Cantú, in Italië, gaan spelen. Ik wist dat Shaun Stonerook, een vroegere ploeggenoot bij RBA, er ook speelde. Verder waren het allemaal nieuwe gezichten, maar ik ben er zeer goed ontvangen." Vanhaele : "Het hangt niet enkel van jezelf af of je goed in de groep ligt, hé. Je kan elke dag proberen het zonnetje in huis te zijn, maar na een paar dagen krijg je het deksel op de neus. Aan de keuze van de spelers kan je trouwens vaak de basketbalvisie van de coach afleiden. Het hangt er ook van af of je meerdere aanbiedingen hebt. Heb je maar één aanbieding, dan is de keuze snel gemaakt en dan neem je de pijn er wel bij. Zeker gezien de huidige situatie in het basketbal." Baert : "Minder clubs, minder Belgen." Dupont : "En dan mogen wij bij Bree zeker nog niet klagen. Er lopen hier zelfs vier Antwerpenaren rond ! Hoewel, Jantje Van Hoecke komt van Melsele, dat is een randgeval (lacht)." Vanhaele : "Basketbal is een groepssport en je kan niet ontkennen dat de beleving veel intenser is met allemaal Vlamingen dan wanneer er twee Walen en twee Joegoslaven tussenlopen. Hier in Bree vind ik een beetje de sfeer van bij Antwerpen terug : een beetje lachen, een beetje zeveren. Het is toch belangrijk dat je niet elke morgen tegen je goesting naar de training rijdt. Bij Leuven heb ik het een jaar meegemaakt, dat je amper contact had met elkaar." Dupont : "Het is leuk om 's morgens op training toe te komen en meteen een grapje te kunnen maken. Ik denk dat het niet toevallig is dat wij met zijn drieën naast elkaar zitten in de kleedkamer." Vanhaele : "Ook al omdat we alle drie als vaders dezelfde kopzorgen hebben. Het eerste wat we aan elkaar vragen dan, is : "En, goed geslapen ? (Lacht.)" Baert(acteert) : " Jaja, maar één keer moeten opstaan. " Vanhaele : "Karakterieel liggen wij dicht bij elkaar. Dus : als een ploeg op basis van mentaliteit gaat rekruteren, kom je al gauw bij dezelfde namen uit." Dupont : "Wij spelen al van bij de nationale kadetten samen. We zijn nog samen begonnen bij Merksem." Baert : "Ik ben er pas twee jaar later bijgekomen." Vanhaele : "Eigenlijk wel, daarom proberen we Yves volgend jaar naar Italië te krijgen (lacht)." Dupont (onverstoord) : "Ik weet nog dat Wim en ik als twaalfjarige gastjes samen afspraken aan Antwerpen-Centraal om de trein te nemen naar Luik, waar we met de nationale kadetten moesten trainen." Vanhaele : "Het gebeurt vaak dat we in de kleedkamer tegen elkaar verhalen vertellen die beginnen met : 'Weet ge nog, in den tijd...' Meestal gaat dat dan over onze ploegmaats van toen, van wie er eigenlijk bijzonder weinig zijn doorgebroken. Toen was het allemaal nog onbekommerd en plezant." Vanhaele : "Jawel, veel zelfs, maar niet geschikt voor publicatie, vrees ik." Dupont : "Het EK voor kadetten in Griekenland was wel de moeite. Toen supporterden zelfs de Griekse meisjes voor onze ploeg (grijnst)." Vanhaele : "Ons hotel lag op vijfhonderd meter van de sporthal en als we dan door de straat richting zaal stapten, stonden al die mensen vanop hun balkon naar ons te zwaaien. Soms herkende je daar dan wel eens een moeder tussen wiens dochter je de vorige avond had opgevreeën (lacht). Of het kwalificatietoernooi onder 22 jaar in Roemenië. We hadden ons gekwalificeerd en mochten nog enkele dagen ginder blijven : drie dagen lang hebben we amper ons bed gezien." Vanhaele : "Als Yves blaast en met zijn hoofd begint te schudden, weet je dat het tijd is om in te grijpen." Baert : "Als Wim niet te vrolijk meer doet, scheelt er iets." Dupont : "Herbert is altijd goedgezind." Vanhaele : "Herbert en ik rijden samen naar training en als het stil is in de wagen, weten we dat er iets is. Of dat we beiden slecht geslapen hebben (lacht)." Baert : "Uitstekend schutter. Naast het veld het zonnetje in huis, een grote motivator ook." Dupont : "Als we twintig punten achterstaan, zal Wim ons toch proberen op te peppen." Vanhaele : "Hij heeft al iets over mij gezegd, dus kan ik eerlijk zijn : den Herbert is nen hiel slechte basketter !(Lacht.) Nee, serieus : Herbert is voor mij een gelijkgestemde. Inzake humor, maar ook inzake mens-zijn. Als basketter is hij een heel nuttige pion voor een ploeg, zowel offensief als defensief. Maar hij is niet de man die opmerkelijke cijfers haalt. Eigenlijk doet hij alles wat je niet in de statistieken ziet." Baert : "Yves heeft een enorm balgevoel en, om zo'n grote jongen te zijn, een uitstekend schot." Vanhaele : "Hij heeft één groot nadeel : hij is te bescheiden. Hij beseft niet hoe goed hij wel is en hoe ver hij wel kan komen." Vanhaele : "Wat mij betreft niet. Bij mij was het meer een cowboyverhaal : koffers pakken en we zien wel ! Maar dat ene jaar in San Sebastián heb ik meer geleerd dan alle jaren voordien." Dupont : "Ik kwam bij één van de topploegen van Italië terecht. Een schitterende ervaring. Maar om er een heel jaar te zitten, dat weet ik nog zo niet." Vanhaele : "Dan zeg ik tegen Yves dat hij nen dikken lomperik is. Als je een jaar in Cantú kunt zitten, dan zeg ik : pak uw kofferkes maar en vertrek ! Die ploegen weten ook wel wat ze moeten betalen." Dupont : "Dat wou ik ook nog zeggen : het hangt er natuurlijk van af wat ze je aanbieden." Baert : "Eigenlijk heb ik nooit met het idee gespeeld om naar het buitenland te vertrekken. Eerst waren er mijn studies, daarna mijn gezin. Bovendien denk ik dat de Belgische competitie mijn niveau is, daar ben ik realistisch in." Vanhaele : "Ten tijde van Lucien Van Kerschaever zat ik meestal op de bank. Toen Eddy Casteels het overnam, kreeg ik week na week meer vertrouwen. Tot Casteels naar mij toekwam en zei : oké, je bent er klaar voor. Dat was voor mij een belangrijk moment." Baert : "Er zijn zoveel mooie momenten en telkens speelt Eddy Casteels er een rol in. Ook mooi was mijn winnende korf in de play-offs tegen Oostende en de hele ontlading die daarmee gepaard ging. Yves pakte mij toen stevig vast en blies : 'Oef !'" Dupont : "In de eerste plaats Eddy Casteels. We waren een kameradengroep die voor elkaar wilde knokken." Baert : "Bovendien zat je toen met Michael Huger, Roger Huggins en Louis Rowe op de top van hun kunnen. Elk jaar werd er een stukje toegevoegd aan de puzzel." Dupont : "Die titel was de vrucht van jarenlang bouwen." Vanhaele : "Als ik later terug zal kijken op mijn carrière, zal ik maar één ding betreuren : dat ik toen als stukje van de puzzel werd ingeruild en dat daarna pas het plaatje klopte." Baert en Dupont(vol medeleven) : "Zo mag je niet redeneren." Vanhaele : "Jawel, ze hadden de rotte appel buitengegooid." Baert en Dupont(lachen) : "Ja, dat was de échte reden van ons succes." door Matthias Stockmans'In Bree vinden we de sfeer van Antwerpen terug : een beetje lachen, een beetje zeveren.'