Het is zaterdagochtend. Christel Moerman staat in Brugge bij een van de voetbalvelden rond het Jan Breydelstadion. Haar twaalfjarige zoon is geen match aan het spelen zoals de tientallen jeugdspelers op alle andere velden. Paris is zich aan het amuseren bij de 'Voetbalkraks', een sociaal project van Club Brugge waarbij vrijwilligers trainingen geven aan zo'n twintig kinderen met gedragsstoornissen en autisme. Paris is zo'n jongen met autisme. "Ik zie nog voor me hoe hij hier voor het eerst naar een bal ging", vertelt Christel. "Hij nam een aanloop, stopte vlak voor de bal en had dan enkele seconden nodi...

Het is zaterdagochtend. Christel Moerman staat in Brugge bij een van de voetbalvelden rond het Jan Breydelstadion. Haar twaalfjarige zoon is geen match aan het spelen zoals de tientallen jeugdspelers op alle andere velden. Paris is zich aan het amuseren bij de 'Voetbalkraks', een sociaal project van Club Brugge waarbij vrijwilligers trainingen geven aan zo'n twintig kinderen met gedragsstoornissen en autisme. Paris is zo'n jongen met autisme. "Ik zie nog voor me hoe hij hier voor het eerst naar een bal ging", vertelt Christel. "Hij nam een aanloop, stopte vlak voor de bal en had dan enkele seconden nodig om te bedenken hoe hij op die bal zou trappen. Bij de Voetbalkraks gunnen ze Paris die tijd. De trainers zijn koekegoed. Ze brengen Paris ook zachtjes terug bij de groep als hij weer eens verstrooid staat rond te kijken. En als er een conflict is, nemen ze hem even apart. Voor Paris is dat belangrijk. Als iets hem verdrietig maakt, kan hij niet meer verder. Dan moet je de zaken eerst uitpraten met hem, rustig, van a tot z. Bij een normaal ploegje zou Paris te horen krijgen dat ze voor hem geen tijd hebben, daar is alles prestatiegericht." Er zijn weinig voetbalprojecten voor kinderen zoals Paris. Mede daardoor spelen de Voetbalkraks amper matchen; tegenstanders zijn moeilijk te vinden. Maar dat vindt Paris niet erg. Bij hem draait het niet om winnen. "Voor Paris is het belangrijk dat hij bij de groep hoort", zegt Christel. "En ook: hier kan hij zijn wie hij is. Paris gaat naar een gewone school, omdat hij heel intelligent is, maar daar moet hij proberen te zijn zoals de rest. Dat is moeilijk, want tegenover zijn intelligentie staat dat hij niet rijp is voor zijn leeftijd." Bij de vraag of Paris al vrienden maakte dankzij het voetbal, kraakt Christel. Ze kan haar tranen niet bedwingen. "Vrienden heeft Paris niet", zegt ze. "Als we kinderen uitnodigen voor een verjaardagsfeest, komt er niemand. Paris is nochtans zo'n lieve, warme, dappere jongen, die zo hard zijn best doet. Maar op sociaal vlak loopt het vaak mis door zijn manier van praten; die is te intelligent voor een twaalfjarige. Zijn klasgenoten noemen hem 'de wandelende encyclopedie'. Het is perfect mogelijk dat hij daar op dat veld nu plots over vulkanen begint te praten. Zijn leeftijdsgenootjes vinden dat raar. Maar zo is Paris. Op de speelplaats loopt hij vaak doelloos rond. En als hij dan eens mee tikkertje speelt, blijft hij de hele tijd de tikker, omdat hij te traag is. Dat alles doet hem vaak twijfelen aan zichzelf." Bij de Voetbalkraks zette Paris al enorme stappen op motorisch vlak, zegt Christel. "Hier leerde Paris bijvoorbeeld correct lopen, mede dankzij de inspanningen van de trainers." Maar kinderen mogen maar tot hun twaalfde bij de Voetbalkraks blijven. Volgend jaar zou Paris moeten doorstromen naar het G-voetbal, voor mensen met een beperking. Bij Paris lijkt dat geen optie, omdat G-voetbal competitiegerichter is. "En dus zal er binnenkort voor hem niks meer zijn", besluit Christel. "Dat is schrijnend."DOOR KRISTOF DE RYCK