Ruim tachtig jaar na zijn inhuldiging beleeft het stadion een ware revival. Union en zijn idyllische thuishaven zijn weer hip. Gele en blauwe zitjes tooien nu de staanplaatsen waar destijds 30.000 toeschouwers stonden, maar die gaandeweg door sluipend struikge...

Ruim tachtig jaar na zijn inhuldiging beleeft het stadion een ware revival. Union en zijn idyllische thuishaven zijn weer hip. Gele en blauwe zitjes tooien nu de staanplaatsen waar destijds 30.000 toeschouwers stonden, maar die gaandeweg door sluipend struikgewas werden ingenomen. Engels ogende rijwoningen leiden ons naar wat in het interbellum het voetbalcentrum van Engeland was. Een volkstheater van lang vergane glorie. Met kerstdag 1932 waren de spelers na hun nederlaag bij Beerschot zo vernederd dat ze het bestuur plechtig beloofden om de rest van het seizoen geen enkele match meer te verliezen. Zo geschiedde. Het Dudenpark vierde in 1933 zijn eerste titel. Voorzitter Joseph Mariën maakte het niet meer mee. Hij overleed onverwacht in de ochtend van de derby tegen Daring. De ploeg bleef haar belofte in daden omzetten en ook het seizoen daarna eindigde Union als eerste. In de euforie beloofde aanvoerder Jules Pappaert een derde titel op rij. Op 3 februari 1935 werd met een 7-0-overwinning tegen Cercle Brugge het magische getal van zestig wedstrijden zonder nederlaag bereikt. Erfvijand Daring brak de reeks een week later met een 2-0-zege af. 'Union 60' werd een nationaal begrip. Sinds 1953 wordt de Pappaertbeker jaarlijks uitgereikt aan de ploeg die het langst ongeslagen blijft.