Onze nineties

Jovan Stojanovic (26): 'Ik groeide op in het plaatsje Stubline, vlak bij de industriestad Obrenovac en op veertig kilometer van Belgrado. Mijn vader baatte in mijn kindertijd zijn eigen tankstation uit. Daarmee deed hij goede zaken. Het waren ' the big nineties', de tijd dat er in Servië amper regels golden. Alle betalingen gebeurden in het zwart, iedereen deed maar op, niemand moest iets vrezen.
...

Jovan Stojanovic (26): 'Ik groeide op in het plaatsje Stubline, vlak bij de industriestad Obrenovac en op veertig kilometer van Belgrado. Mijn vader baatte in mijn kindertijd zijn eigen tankstation uit. Daarmee deed hij goede zaken. Het waren ' the big nineties', de tijd dat er in Servië amper regels golden. Alle betalingen gebeurden in het zwart, iedereen deed maar op, niemand moest iets vrezen. 'Mijn vader is opgegroeid in een gezin dat het niet breed had. Hij had zich voorgenomen om mijn broer en mij te geven wat hij zelf niet gekregen had. Voor mij kocht hij zelfs eens een fiets mét versnellingen. En toen Nike de eerste Mercurial presenteerde, de R9, schafte mijn vader mij zo'n paar aan, terwijl vrienden van mij het moesten stellen met schoenen van twintig euro. 'Maar die big nineties vormden ook een donkere periode, met veel criminaliteit. En de oorlogen braken uit, eerst met Kroatië, nadien met Bosnië ( gebieden die zich wilden afscheuren van het voormalige Joegoeslavië, nvdr). In 1999 volgden dan de problemen met de NAVO en de Amerikanen ( omtrent Kosovo, waar de Servische president Slobodan Milosevic zich volgens de NAVO schuldig maakte aan etnische zuiveringen, nvdr). Gelukkig bevond de war zone zich telkens op zo'n honderd kilometer van ons huis. NAVO-vliegtuigen legden wel een keer de elektriciteitscentrales van Obrenovac plat met behulp van een groot net, maar bombardementen maakten wij niet van nabij mee. Bij ons ging het gewone leven door. Alleen bleef soms de school wat langer dicht. Maar dat was net leuk.' 'Vlak bij Obrenovac mondt de Kolubara uit in de Sava. In 2014, toen het eens veertien dagen aan een stuk stortregende, werd op een gegeven moment duidelijk dat de Sava het water van de Kolubara niet meer zou kunnen slikken. Verderop dreigde een prestigieus deel van Belgrado onder te lopen, Belgrade on water. De politici schatten in dat ze dat stuk van de hoofdstad beter konden behoeden voor zo'n ramp, dus lieten ze Obrenovac onderlopen. 'Bij mijn jeugdclub, Radnicki Obrenovac, zag je zelfs de doelen niet meer staan; het water stond vier meter hoog. De club had in 2011 van Cercle Brugge 200.000 euro voor mij gekregen. Ze had ook geld ontvangen voor Filip Duricic, Alen Stevanovic en Radoslav Petrovic. Al die centen waren gebruikt om een nieuw gebouw te zetten, om het hoofdterrein aan te pakken en een synthetisch veld aan te leggen. Door de overstroming waren al die investeringen in één klap om zeep.' 'Voor mij is de beste Servische voetballer aller tijden Dejan Stankovic. Zijn fighting spirit sprak me enorm aan. Maar de grootste sportman die ons land ooit voortbracht, is zonder twijfel tennisser Novak Djokovic.' 'Telkens als ik in het tussenseizoen terugkeer naar Servië, moet ik in vier weken een heel jaar inhalen. Dan staan er elke dag bezoeken bij vrienden en familie op het programma en intussen moet ik mijn conditie op peil houden. Als ik na zo'n vakantie terug in België ben, heb ik een week nodig om te bekomen. Doordat ik zo moe was, waren mijn fysieke testen begin dit seizoen echt slecht; Glen ( De Boeck, de vorige trainer, nvdr) was zó kwaad. 'Vroeger telde ik altijd de dagen tot ik terug naar Servië kon, nu niet meer. Ik heb in België rust gevonden. In Belgrado gaat alles zo snel. Voor een hoop mensen is het leven daar echt moeilijk. Er is veel werkloosheid en het gemiddelde maandinkomen bedraagt er 300 euro, niet genoeg om een behoorlijk leven te leiden. Dus loopt iedereen er op de toppen van zijn tenen.' 'Als je in België 's namiddags een koffiebar binnenstapt, zit die meestal vol ouderen. In Servië zie je overdag ook veel jonge mensen in zo'n zaak. Het is in ons land een soort van nationale hobby om samen iets te gaan drinken. Bij Servische clubs doen de spelers het elke dag. En je hoeft dan heus niet altijd koffie te drinken, al is Servië wel een land van koffiedrinkers. Hier ga ik regelmatig met Petar Golubovic iets drinken. Thomas Kaminski gaat ook geregeld mee. Meestal trekken we hier dan naar de zaak Viva Sara.'