Website: www.juventus.com
...

Website: www.juventus.com Palmares: Landstitel: 1905, 1926, 1931-1935, 1950, 1952, 1958, 1960, 1961, 1967, 1972, 1973, 1975, 1977, 1978, 1981, 1982, 1984, 1986, 1995, 1997, 1998, 2002, 2003, 2005 Beker: 1938, 1942, 1959, 1960, 1965, 1979, 1983, 1990, 1995 Europacup 1: 1985 en 1996 Europacup 2: 1984 Uefacup: 1977, 1990 en 1993 Europese supercup: 1985 en 1997 Intercontinentale beker: 1985 en 1996 De macht ligt bij Juventus niet bij voorzitter Franzo Grande Stevens, voor zijn aantreden in juli 2001 advocaat van de familie Agnelli. Stevens zit de raad van bestuur voor. Die telt sinds 11 mei twaalf leden, drie meer dan voorheen. Nieuwkomers zijn advocaat Luigi Chiappero, die Juve verdedigde op het dopingproces, financieel analist Stefano Bertola en Fransman Jean-Claude Blanc, nu al Monsieur Sponsor genoemd. Van 1987 tot 92 was hij marketingverantwoordelijke voor de Olympische Winterspelen in Albertville, daarna general manager van Amaury Sport Organisation dat de Ronde van Frankrijk, Parijs-Roubaix en Parijs-Dakar organiseert en vanaf 2001 directeur van Roland Garros. De echte macht ligt sinds juni 1994 in handen van een triumviraat. Toen nam, geteisterd door de economische problemen bij Fiat, de familie Agnelli, die de club sinds 1923 leidde, afstand van het dagelijks beleid. De Turijnse ondernemersfamilie kwam in 23 per toeval bij de club terecht. Toen fietste de toenmalige clubsecretaris om werkfaciliteiten te vragen voor een speler naar diens werknemer Giovanni Agnelli en vroeg terloops of hij niet geïnteresseerd was in het clubvoorzitterschap. Die vond het een leuke bezigheid voor zijn zoon Eduardo, die meteen de grote middelen aanwendde : 26 van de 28 landstitels won Juve onder direct bestuur van de Agnelli's. Vandaag is de sterke man een ex-supporter van Torino : afgevaardigd bestuurder en advocaat Antonio Giraudo. Zijn rechterhand én sportief uithangbord van de club is vice-voorzitter en ex-spits Roberto Bettega. Die werd tussen 1971 en 1981 zeven keer kampioen met Juve en keerde begin 1994 terug naar huis. Algemeen directeur is sinds juni 1994 Luciano Moggi. Die beheerste al voordien de transfermarkt in Italië als manager van AS Roma, Napoli en... AC Torino. Moggi wordt algemeen beschouwd als de machtigste man in het Italiaanse voetbal, met een netwerk van relaties en zijn zoon als leider van Gea-sport, een managersbureau met heel wat vooraanstaande spelers en trainers onder contract. De vorige titel was vooral de verdienste van Pavel Nedved, die daarvoor droeg de stempel van David Trezeguet, toen topschutter met 24 goals. Dit jaar onderscheidde geen speler zich. Alle uitblinkers wisselden sterke met minder goede periodes af. In de aanvangsfase ging alle lof naar de muur van Juventus : keeper Gianluigi Buffon, maar ook naar Lilian Thuram. Die speelde opnieuw samen met international Fabio Cannavaro met wie hij bij Parma jaren succesvol was. Emerson (meegekomen met de trainer van AS Roma) was voor de winterstop outstanding als leider, maar nam nadien gas terug met een liesblessure, hoewel hij omwille van zijn leiderscapaciteiten in de basiself bleef. Trezeguet, wiens contract niet vernieuwd was, mocht van trainer Fabio Capello niet weg. Zijn goals hielpen Juve mee aan de titel, al was hij net als Nedved een tijd geblesseerd. Moeilijke momenten beleefde dé vedette en het uithangbord van Juventus : drie keer startte Alessandro Del Piero op de bank, twintig keer werd hij voortijdig naar de kant gehaald door de trainer. Maar op het einde waren zijn sterke prestaties wel bepalend voor de titel. Del Piero haalde sportief zijn gram op Capello, maar de nieuwe trainer deed hem beseffen dat hij niet langer onmisbaar is op het veld. Opvallend was het Italiaanse debuut van aanvaller Zlatan Ibrahimovic. Laat overgekomen van Ajax miste hij de voorbereiding maar hij gaf meteen zijn visitekaartje af : scoorde en liet scoren en eindigde sterk. Maar van januari tot april stond het kanon bij hem droog. Voor volgend jaar worden geen nieuwe grote namen verwacht. "Daar is geen geld voor", lichtte voorzitter Grande Stevens op de aandeelhoudersvergadering van 11 mei de politiek op de komende transfermarkt toe. "Eerst verkopen, dan kopen." Zijn vedette voor volgend seizoen haalde Juventus al voor de winterstop. In alle rust paste de Roemeense spits Adrian Mutu zich na zijn overstap van Chelsea aan. Centrale middenvelders, zegt Fabio Capello (58), worden vaak goeie trainers. Hij kan het weten : hij was er zelf één, al dan niet toevallig bij de drie Italiaanse ploegen die hij trainde. Van 1970 tot 76 voetbalde hij bij Juventus, werd drie keer kampioen, alvorens over te stappen naar AS Roma en af te sluiten bij AC Milan. Als trainer toont hij zich een garantie voor succes. Een echte kampioenenmaker : waar hij aankomt, is het meteen prijs, of toch ongeveer. Opvolger van Arrigo Sacchi bij Milan in 1991/92 ? Meteen werd Capello kampioen en hij deed dat de volgende vier jaar nog eens drie keer over. Bij Real vond de pers hem bij aankomst arrogant, maar op het einde van het jaar was Real wél kampioen. Alleen in AS Roma duurde het wat langer, volgde de titel in het tweede jaar. Maar toen het geld op was, keek hij uit naar frisse lucht waar nog een zweem ambitie in zat. Wel nam hij Emerson met zich mee, een middenvelder met een over-mijn-lijk-mentaliteit waar hij iets van zichzelf in herkent. Lang blijft de trainer niet bij de pas verworven titel stilstaan : "Wat voorbij is, interesseert mij niet meer." Sentiment is niet aan hem besteed. "Ik stel een ploeg op die wil winnen, niet om sympathiek bevonden te worden." Dat Juventus niet spectaculair voetbalt, stoort hem niet. Het gaat om wínnen. En de amusementswaarde ? "Volgens mij amuseert alleen wie wint zich echt." Nog een paar jaar wil hij met Juventus prijzen winnen. En daarna ? "Een nationale ploeg trainen, ergens in een land dat meedoet om te winnen."Van de kern die de 28e titel pakte, komt geen enkele speler uit de eigen jeugdopleiding. Bij de Oude Dame zijn er geen Costacurta's , Maldini's zoals bij Milan of Totti's zoals bij AS Roma. Het dichtst in de buurt van een jeugdproduct komt nog Alessandro Del Piero, die als belofte werd aangeworven maar tevoren bij tweedeklasser Padua al een paar keer in het eerste elftal speelde en dat ook al in zijn eerste jaar in Turijn lukte. Niet dat Juventus die jeugd verwaarloost. Van alle eersteklassers zit Juventus met 2,5 miljoen euro per jaar ruim boven het gemiddelde in de Serie A dat 1 miljoen euro bedraagt. Alleen Inter (2,7 miljoen euro) doet beter dan Juve. Ter vergelijking : Ajax investeerde in 2002 nog 5 miljoen euro. Juventus telt dubbel zoveel spelers en dubbel zoveel jeugdteams dan om het even welke andere eersteklasser, met 413 aangesloten spelers, 21 teams en 28 trainers. Milan, bijvoorbeeld, telt 230 jeugdspelers over 9 teams. Liefst pikt Juventus via een uitgebreid scoutingnet (het heeft 25 scouts op de loonlijst, enkel Fiorentina (30) en Brescia (35) doen beter) elders jong talent weg dat vervolgens uitgeleend en verkocht wordt aan andere clubs in eerste, tweede en derde klasse. De helft van de Italiaanse nationale belofteploeg kreeg zijn opleiding bij Juve, maar de weg terug naar huis is voor weinigen weggelegd : de laatste was Fabrizio Miccoli, die bij Perugia international werd, terugkeerde naar Juventus maar dit seizoen wegens overbodig toch weer van de hand gedaan werd, dit keer richting Fiorentina. De komende 99 jaar behoort het Stadio Delle Alpi, opgericht in 1990 ter gelegenheid van het WK, helemaal aan Juventus toe. Dat betaalt daarvoor 25 miljoen euro aan de stad Turijn. In ruil mag Juventus Delle Alpi herbouwen. Het huidige stadion is te groot, biedt te weinig commerciële mogelijkheden en maakt door de atletiekpiste een ongezellige indruk. Het vernieuwde stadion krijgt 41.000 plaatsen in plaats van de huidige 67.000. Het nieuwe Delle Alpi krijgt niet de naam Giovanni Agnelli maar die van een sponsor die daar flink voor wil betalen. Directeur marketing Romy Gai huurde dezelfde expert in als Arsenal (dat 178 miljoen vangt voor een nieuwe stadionnaam) om op zoek te gaan naar de best mogelijke partner : Jeff Knaple, ex-American-footballspeler. Met het geld wil Juventus de verbouwing van het stadion betalen waardoor de normale sportieve werking niet in het gedrang komt. De werken die gepland waren voor vorig jaar moeten nu aanvangen en af zijn tegen 2007. Na de winterspelen in 2006 wordt het oude Olympisch Stadion, nu nog het trainingscentrum van Juventus, het nieuwe stadion van AC Torino, dat sinds 1990 samen met Juventus Delle Alpi bespeelt maar voor wie het moderne stadion veel te groot was. Tot 1990 bespeelden beide ploegen dat oude Stadio Comunale, dat opgericht werd in 1933 met als naam Stadio Benito Mussolini als 'symbool voor de grootheid van het Italiaanse en fascistische volk'. Juventus speelde er vanaf 1933 zijn thuismatchen en kreeg in 1963 het gezelschap van Torino dat weg moest uit het eigen vervallen mythische stadion Filadelfia. Omdat Torino straks opnieuw het Stadio Comunale gaat bespelen, krijgt Juventus een fonkelnieuw trainingscomplex van 15.000 vierkante meter in Nichelino-Vivono. Geen andere club ter wereld heeft zoveel fans over de hele wereld als Juventus. In Italië bezet Juventus met 9,78 miljoen fans 27 procent van de supportersmarkt. Dat is bijna het dubbel van Milan (5 miljoen) en meer dan het dubbel van Inter (4,7 miljoen). Daarnaast telt Juventus acht miljoen supporters in Groot-Brittannië, Spanje, Duitsland en Frankrijk en nog eens bijna drie miljoen in voormalig Oost-Europa : totaal 21 miljoen. Meer dan dertig procent van de fans zijn vrouwen. In schril contrast tot die cijfers staat de karige bezetting van het stadion bij thuiswedstrijden. Traditioneel komt tussen 50 en 60 procent van de stadionbezoekers van buiten Turijn. Twee jaar geleden rekende men uit dat de grootste concentratie Juventussupporters zich in Lombardije bevindt, nochtans de thuishaven van Milan en Inter. In en rond Turijn zelf geniet Torino, momenteel in tweede klasse, maar nog terend op een groots verleden, procentueel een grotere aanhang. Gezien de enorme afstanden die de meeste fans van hun geliefde club scheiden, is het voordeliger om een abonnement op de wedstrijden van Juventus op betaal-tv te nemen. Daarom oogt het Stadio delle Alpi vooral bij avondwedstrijden vaak leeg. In twee jaar daalde het aantal abonnementen met de helft : van 34.000 naar 17.000. Alle officiële fanclubs zijn verenigd in Juventus Club. In het buitenland heeft Juventus vooral fanclubs in Zwitserland, maar ook in Bangkok en Tripoli. In België zijn er acht : zeven in Wallonië, één in Vlaanderen : Gaetano Scirea Vlaanderen, dat met 400 leden zijn thuisbasis in Genk heeft en drie tot vier keer per jaar naar Juventus gaat. Net als vorig seizoen sluit Juventus de voorbije competitie af met verlies. Toen kwam het 18,5 miljoen euro tekort, de eerste negen maanden van dit seizoen bedroeg het tekort 5,7 miljoen euro. Voorheen was Juventus haast vergeten wat schulden waren : liefst zeven jaar na elkaar maakte het winst. Die ommekeer kwam er in 1994 toen Umberto Agnelli Antonio Giraudo als beheerder aanstelde, omdat hij het in tijden van economische crisis niet langer verantwoord vond om te investeren in dure spelers terwijl hij bij Fiat werknemers moest ontslaan. Op dat moment had Juventus 25 miljoen euro schuld. In december 2001 stapte Juventus naar de beurs. Daartoe verkochten de Agnelli's 35 procent van de aandelen die ze via de familieholding Ifi nog altijd in Juventus hadden. Vorige week noteerde een aandeel van Juventus 1,549 euro. Vorig jaar werd de totale waarde van alle aandelen samen op 242 miljoen euro geschat. Ook na de beursgang blijven de Agnelli's via Ifi hoofdaandeelhouder met ruim zestig procent van de aandelen. Tweede is de Libische familie Khadafi met 7,5 procent van de aandelen, derde aandeelhouder is afgevaardigd bestuurder Antonio Giraudo (3,5 procent). Meer dan de helft van zijn inkomsten haalt Juventus uit televisierechten : 110 miljoen euro op een budget van 208 miljoen. Geen enkele andere Italiaanse club krijgt 65 miljoen euro per jaar van Sky-tv. Dat is 13 miljoen meer dan Milan. Juventus' contract met Sky loopt nog tot 2007. Met technisch sponsor Nike sloot Juventus in 2003 een tot 2015 lopend contract dat de club naast een vast bedrag van 157,3 miljoen euro extra bonussen garandeert. In maart werd met het in Nederland gebaseerde Oilinvest een shirtsponsoringcontract voor vijf jaar afgesloten met een optie voor nog eens vijf jaar : dit jaar prijkte Tamoil, in handen van Oilinvest, al op de truitjes voor de bekerwedstrijden, vanaf volgend seizoen is het shirtsponsor voor alle wedstrijden. Opbrengst voor de club : 22 miljoen euro per seizoen. Juventus is big business ! door Geert Foutré