Als je het centrum van Merksplas binnenrijdt, krijg je het gevoel dat de Kempische gemeente een dorp van dertien in een dozijn is. De hoofdweg is een soort slagader waar de lokale handelaars hun waren aan de man brengen. Het leven van de Spetsers, zoals de inwoners van Merksplas genoemd worden, speelt zich af onder de kerktoren, in dit geval is dat die van de statige Sint-Willibrorduskerk.
...

Als je het centrum van Merksplas binnenrijdt, krijg je het gevoel dat de Kempische gemeente een dorp van dertien in een dozijn is. De hoofdweg is een soort slagader waar de lokale handelaars hun waren aan de man brengen. Het leven van de Spetsers, zoals de inwoners van Merksplas genoemd worden, speelt zich af onder de kerktoren, in dit geval is dat die van de statige Sint-Willibrorduskerk. Toch komt Merksplas geregeld in het nieuws. Ook vorige week nog, toen zestig uitgeprocedeerde asielzoekers er het centrum voor illegalen mochten verlaten om plaats te maken voor transmigranten. Dat centrum bevindt zich op de Kolonie, een uitgestrekt domein van enkele honderden hectare groot met bossen en weiden. In het begin van de 19e eeuw werd daar begonnen met de opvang van landlopers, vagebonden, dronkaards en bedelaars. Nu zijn enkele gebouwen van de Kolonie omgevormd tot een gesloten centrum voor illegalen. Het is in dit domein dat André Van Herpe in de jaren 40 en 50 opgroeide. Zijn vader was chef technieker van de weverij in de toenmalige landloperskolonie. Op het domein lag ook een voetbalveld waar de bewakers en ander personeel van de Kolonie weleens matchen organiseerden. Daar zette Van Herpe, die het later tot Rode Duivel -10 selecties, 7 caps, 1 doelpunt - schopte, zijn eerste voetbalpasjes. Op twaalfjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de lokale voetbaltrots, K Merksplas SK (KMSK). Zijn talent werd al snel opgemerkt door La Gantoise, het huidige KAA Gent. Toch blijft Van Herpe een clubicoon, want na hem heeft KMSK geen Rode Duivels meer voortgebracht. Dat is ook niet de bedoeling, want geel-zwart wil in de eerste plaats een familieclub zijn. 'Zo organiseren we jaarlijks een familiedag waar toch ruim 200 aanwezigen zijn. Iedereen kent hier elkaar en er heerst een gemoedelijke sfeer', aldus Toon Huybrechts, technisch coördinator onderbouw van de club. Vorig seizoen degradeerde de club van eerste naar tweede provinciale, maar de supporters, in totaal met zo'n 150, bleven op post. Ook tijdens uitmatchen laten ze zich gelden. 'Op verplaatsing zijn we zelfs vaak in overtal', zegt Toon Huybrechts. 'Vorig seizoen speelden we bijvoorbeeld uit tegen Racing Mechelen en legden we een supportersbus in. Er was geen enkel plaatsje meer vrij.' Na elke match verzamelen de spelers van de A-kern in de 'Sir Lancelot', een café op wandelafstand van de terreinen van K Merksplas SK, voor de traditionele derde helft. De clubkleuren van KMSK, stamnummer 3256, zijn geel-zwart. Dat is opmerkelijk, want de officiële kleuren van de gemeente Merksplas zijn groen en wit. De verklaring daarvoor is van praktische aard. Toen de club in 1939 opgericht werd, zaten er nog geen centen in de kas. Toevallig waren de drie stichters ook aangesloten bij een katholieke studentenvereniging, die nog wel een voetbaluitrusting op overschot had. Vanaf dan lag het vast: Merksplas zou in geel-zwart voetballen. KMSK groeide uit tot een club met om en bij de dertig ploegen, goed voor ongeveer zeshonderd leden. Sinds 2017 trainen alle ploegen vanaf de U15 op drie nieuwe terreinen op de Kolonie. Zo spaart de club haar eigen velden op het Hofeinde voor de competitiewedstrijden, want de afgelopen jaren werd het daar te druk, wat de kwaliteit van de pleinen niet ten goede kwam. De financiële moeilijkheden van in de beginjaren heeft de club ondertussen van zich afgeschud. Maar dat K Merksplas SK kan overleven, heeft het te danken aan de vele vrijwilligers die er werken. Toon Huybrechts: 'Het kantinepersoneel, de poetsploeg en heel wat trainers krijgen geen vergoeding, maar toch zijn ze jaarlijks met zo'n 30 à 40. Dat toont toch dat het voetbal leeft hier in Merksplas.'