Het was in april 1974 dat we ons allereerste interview maakten. Het profvoetbal in België stond in de steigers, trainers en voetballers waren bereikbaar en te allen tijde aanspreekbaar, ze werden niet afgeschermd door perschefs en leefden niet in een cocon. Heel gewoon stapten we voor een wedstrijd tussen Waregem en Standard op de Nederlandse trainer Hans Croon af en vroegen, terwijl hij keek hoe zijn spelers zich opwarmden, of we hem na de match konden interviewen. Dat bleek geen enkel probleem. Croon zei dat hij zijn vrouw zou bellen en dat die voor een kaasschotel zou zorgen. "Zo maken we het gezellig", lachte hij. Hij zou drie uur uittrekken voor een gesprek. Niet met dooddoeners, maar met diepgaande bespiegelingen. De kaasschotel smaakte uitstekend, de rode wijn ook. Hans Croon genoot van een lange avond. Ook al had Waregem een paar u...

Het was in april 1974 dat we ons allereerste interview maakten. Het profvoetbal in België stond in de steigers, trainers en voetballers waren bereikbaar en te allen tijde aanspreekbaar, ze werden niet afgeschermd door perschefs en leefden niet in een cocon. Heel gewoon stapten we voor een wedstrijd tussen Waregem en Standard op de Nederlandse trainer Hans Croon af en vroegen, terwijl hij keek hoe zijn spelers zich opwarmden, of we hem na de match konden interviewen. Dat bleek geen enkel probleem. Croon zei dat hij zijn vrouw zou bellen en dat die voor een kaasschotel zou zorgen. "Zo maken we het gezellig", lachte hij. Hij zou drie uur uittrekken voor een gesprek. Niet met dooddoeners, maar met diepgaande bespiegelingen. De kaasschotel smaakte uitstekend, de rode wijn ook. Hans Croon genoot van een lange avond. Ook al had Waregem een paar uur eerder met 0-2 verloren. Het tweede interview maakten we met Nico Rijnders. Een vedette uit de gouden Ajaxperiode van Johan Cruijff. Rijnders trok later naar Club Brugge, werd door hartproblemen afgekeurd voor het voetbal en was trainer van Harelbeke. In een krakkemikkig dorpscafé deed hij toen zijn verhaal. Af en toe werd hij door mensen aangeklampt, maar daar deed Rijnders niet moeilijk over. Hij was niet verwaand, hij aanzag een interview niet als een verplicht nummer. Integendeel: hij deed het van harte. Afspraken waren in die periode telkens weer snel gemaakt. Ook in het buitenland. Swat Van der Elst die je wilde opzoeken in zijn periode bij West Ham United bijvoorbeeld. Hij zorgde er zelfs voor dat je de voorbereiding van nabij meemaakte, we zien de spelers nog drie uur voor een match lachend een hotel binnenstappen en een pint bier bestellen. Vervolgens werden de mouwen opgestroopt en werd er 90 minuten gevlamd. Of neem Horst Hrubesch die - hij was van Hamburg naar Standard getransfereerd - een afspraak vergeten was. Hij verontschuldigde zich honderd keer en kwam om het goed te maken op een vrije dag zélf van Duitsland naar Sclessin. Of Jean-Marie Pfaff die je wilde opzoeken bij Bayern München. Je hoefde niet via de club te passeren, Pfaff kwam je ophalen aan de luchthaven, liet het trainingscomplex zien en stelde je voor aan Uli Hoeness. Vervolgens nam hij je mee naar huis waar er spaghetti werd geserveerd en zijn dochter Kelly je een tekening meegaf. Interviewen is een van de mooiste facetten van dit vak en het kon toen zonder dat er door de clubs werd gecensureerd. Lei Clijsters die op een gegeven moment de sfeer bij KV Mechelen hekelde, Walter Meeuws die vond dat Standard ten onder ging aan een machtsstrijd in het middenveld, Marc Wilmots die onverbloemd vertelde waarom hij een punt had gezet achter zijn carrière als international, het passeerde want het werd niet nagelezen voor publicatie. En nog belangrijker: de achteraf door hun club op de vingers getikte spelers bleven pal achter hun woorden staan. Natuurlijk mag je niet romantiseren en mijmeren over een verleden waarin het allemaal beter was. Toch is het heerlijk om nog eens te grasduinen in oude verhalen. Veertig jaar profvoetbal vormt het geraamte van dit eerste nummer van 2015. Met een anekdotische wandeling doorheen vier decennia, met vergeeld beeldmateriaal en een eigenzinnige top 40 van de Belgische voetballers die in deze periode de grootste impact hadden. Een lijst die voer voor discussie is, net zoals dat met dat soort rangschikkingen altijd het geval is. Het voetbal is veranderd, net zoals de maatschappij evolueerde. Koude zakelijkheid neemt vaak de bovenhand op warme gezelligheid. Alleen de trainers worden nog altijd op dezelfde manier benaderd als toen: het zijn wegwerpartikelen. Zoals de afgelopen dagen bij Mouscron-Péruwelz, Waasland-Beveren en zelfs Westerlo, dat contracten altijd respecteert, is gebleken. Steeds weer wordt een zogenaamd beleidsplan opgeofferd op het altaar van de kortzichtigheid. Professionele bestuurders blijven een rariteit binnen ons voetbal. Laat staan dat intelligente ex-(top)voetballers een sleutelrol krijgen en lijnen mogen mee uitzetten. Iedereen in de bestuurskamer bakent zijn territorium angstvallig af en blijft vooral zitten. Dat is in 40 jaar profvoetbal niet geëvolueerd. DOOR JACQUES SYSOok na 40 jaar profvoetbal blijven trainers wegwerpartikelen.