Reeds vier jaar sputtert de motor van de Rode Duivels. Het ontbreken van geluk, blessures en op momenten sterkere tegenstanders hebben er- voor gezorgd dat het Belgische voetbal internationaal al een tijd tegen het vriespunt aanzit. Nochtans zijn de ingrediënten wel degelijk aanwezig om stevige kost te serveren. Belgische spelers worden omschreven als tactisch sterk en gedreven kuitenbijters met een compacte organisatie. Deze kwaliteiten hebben we nog alti...

Reeds vier jaar sputtert de motor van de Rode Duivels. Het ontbreken van geluk, blessures en op momenten sterkere tegenstanders hebben er- voor gezorgd dat het Belgische voetbal internationaal al een tijd tegen het vriespunt aanzit. Nochtans zijn de ingrediënten wel degelijk aanwezig om stevige kost te serveren. Belgische spelers worden omschreven als tactisch sterk en gedreven kuitenbijters met een compacte organisatie. Deze kwaliteiten hebben we nog altijd ! Gelukkig kan in het voetbal alles heel snel veranderen en kunnen de Rode Duivels vliegensvlug het dipje te boven komen. Het afscheid van Marc Wilmots als leider op en naast het veld, de verpersoonlijking en het boegbeeld van de ploeg, werd echter nooit opgevangen. Gewoonweg omdat er geen tweede Kampfschwein voorhanden was. Na een openstaande vacature van vier jaar staan er uit het niets ineens twee jongens te springen om die rol op te eisen. Akkoord, ze zijn beiden nog jong en mogen nog niet in staat geacht worden de ploeg te dragen, maar dat is ook nog niet nodig. Met hun talent en mentaliteit kunnen ze meer kwaliteit in het elftal en in de kern toevoegen. Ik heb het over Moussa Dembele (nu nog Willem II, maar waar gaat dat eindigen) en Steven Defour (RC Genk), twee Kampfschweinen in spe. Zuivere raspaardjes met lef die mettertijd leiders en symbolen van de Rode Duivels zullen worden. Ambassadeurs van het steeds kleiner wordende België. Ook nu verdienen ze al bij de kern te horen en met leiders zoals Timmy Simons, Daniel Van Buyten, Vincent Kompany en Bart Goor zullen ze perfect begeleid worden. Omring al dat talent dan nog eens met Silvio Proto, Stijn Stijnen, Anthony Vanden Borre, Hans Cornelis, Frédéric Dupré, Carl Hoefkens, Jason Vandelannoitte, Birger Maertens, Timothy Dreesen, GilSwerts, Peter Van der Heyden, Filip Daems, Jelle Van Damme, Karel Geraerts, Gaby Mudingayi, Bernd Thys, Jo Blondel, Mo Messoudi, Koen Daerden, Benji De Ceulaer, Kevin Roelandts, Tom Caluwé, Tony Ser- geant, Thomas Chatelle, Jamaïque Vandamme, Wesley Sonck, Thomas Buffel, Stein Huysegems, Luigi Pieroni en Kevin Vandenbergh. Zeg nu nog eens dat we in België geen talent hebben, want dit is nog maar een kleine greep uit de brede poel waarin meestertacticus René Vandereycken in alle rust mag hengelen. TOM VANDECAVEYE, ROESELARE