J an Peeters, hoofd van de delegatie van de FIFA die de kandidatuur van Zuid-Afrika voor het WK onderzocht, valt haast uit zijn stoel als hij het hoort. "Was er georganiseerd voetbal op Robbeneiland? Dat wist ik niet. Straf!"
...

J an Peeters, hoofd van de delegatie van de FIFA die de kandidatuur van Zuid-Afrika voor het WK onderzocht, valt haast uit zijn stoel als hij het hoort. "Was er georganiseerd voetbal op Robbeneiland? Dat wist ik niet. Straf!" Maar het klopt. Chuck Korr en Marvin Close schreven er een boek over: Meer dan een spel. Voetbal versus Apartheid. Het belangrijkste voetbalverhaal ooit, noemen ze het. Overdreven, allicht om marketingredenen, maar het is wél een indrukwekkend boek, waaruit blijkt hoe belangrijk de rol was van sport voor de gevangenen... * * * Een winderig stukje rots, zo'n twaalf kilometer voor de kust van Kaapstad. Dat is Robbeneiland. Vanaf 1999 beschermd werelderfgoed, te bezoeken met een ferry vanuit Kaapstad. Een beetje ovaal, een goeie drie kilometer lang en ongeveer 2 kilometer breed. Lage begroeiing, omdat alleen die de gesel van de wind kan dragen. In het zuiden een vuurtoren en een kerk, een Anglicaanse. Errond verzameld wat gebouwen: de gevangenis. Sinds het einde van de 17e eeuw haast continu gebruikt door de Zuid-Afrikaanse autoriteiten voor het isoleren van mensen of dieren: politieke tegenstanders, gevangenen van gemeen recht, lepralijders en, inderdaad, dieren die in quarantaine gehouden werden voor ze het vasteland op mochten. Ook het apartheidsregime van Zuid-Afrika maakte er druk gebruik van om er lastposten af te zonderen van hun gemeenschap. De drie recente presidenten van het land hebben een band met het eiland. Nelson Mandela verbleef er van 1964 tot 1982. Govan Mbeki, de vader van Mandela's opvolger als president, Thabo Mbeki, zat er een tijd gevangen, net als de huidige president Jacob Zuma, die er tien jaar verbleef. Opdat de gevangenen hun dagen niet in ledigheid - en met elkaar konkelfoezend - zouden kunnen doorbrengen, werden ze overdag aan het werk gezet. Ze moesten stenen kappen in de kalksteengroeve. Lastig werk in open zon, zeker omdat de voedselporties klein waren. Ook hier raciale segregatie: zwarten kregen 340 gram per dag, kleurlingen en Aziaten 400 gram. Per week was voor die laatste twee vier keer 170 gram vis of vlees voorzien, zwarten hadden recht op vier keer 140 gram. Mandela zat er in een aparte afdeling, geïsoleerd van de rest, samen met andere leiders van het ANC. Ook hij moest stenen kappen, maar ook weer geïsoleerd van de rest, ze hadden hun eigen groeve. 24 uur per dag patrouilleerden bewakers rond dat aparte blok, met Duitse herdershonden. Zuma zat niet in die geïsoleerde afdeling. Gevangenen kregen elk een nummer. Dat van Mandela was 466/64, waarbij 64 stond voor 1964, het jaar dat hij op het eiland gevangen werd gezet en 466 verwees naar het aantal gevangenen dat er op dat moment in dat jaar al werden ingeschreven in het gevangenisregister. Om 5.30 uur werden de gevangenen met een ijzeren bel gewekt. Na een kort wasje in brak zeewater leidden de blanke bewakers hen naar een hoop sandalen, gemaakt van oude autobanden. Daar mochten ze hun paar van de dag zoeken. Wie geluk had, vond een paar dat paste. Wie pech had, kon het stellen met twee linker- of rechterschoenen, of met verschillende maten. 's Avonds moest iedereen zijn paar van de dag weer op de hoop gooien, in hun barakken moesten ze blootsvoets rondlopen. In het weekend lag het werk, acht lange uren per dag, stil. Vertier was er niet, alle communicatielijnen met de buitenwereld aanvankelijk afgesneden. Gevangenen hadden geen krant, geen boeken, voor het grote aantal intellectuelen een nachtmerrie. Omdat er inmiddels ook een paar sportievelingen, ex-voetballers, werden vastgezet, deed men stiekem wat sport. Shirtjes werden in een bundel tot een voetbal gewrongen. Daarmee werd gespeeld, in de blokken. Bedden schoof men opzij en er ontstonden wedstrijdjes, vijf tegen vijf of acht tegen acht. Met een gevangene op de uitkijk, om de komst van een bewaker aan te kondigen. Wandelen. Dat was de enige sport die de gevangenen werd toegestaan. Volgens het interne reglement moesten gevangenen die meer dan 72 uur waren opgesloten, verplicht worden gelucht. Waarom zouden we ook buiten niet voetballen, vroeg eentje zich af. De meesten waren pro en ergens in de loop van 1964, toen het cellenvoetbal volop aan de gang was, werd beslist het verzoek officieel aan de oversten te richten, middels het op zaterdagmorgen officieel voorziene klagtes en versoeke. Gevangenen met klachten of vragen konden die daar kwijt. Vanaf 1964 werd het verzoek wekelijks herhaald, want de directie gaf niet direct de toestemming. Gedurende het hele jaar 1965 luidde het antwoord neen. Koppig hielden de gevangenen vol. Volgde 1966 en nog meer neen. Pas begin december 1967 (!) gaf de toenmalige commandant toe, mede onder druk van het Internationale Rode Kruis. Er mocht worden gevoetbald. Alleen op zaterdag, en slechts een half uur. Een privilege dat kon worden ingetrokken als gevangenen zich niet gedroegen. De gevangenen zagen het als een uitdaging en maakten er werk van. De uitdaging was niet alleen sportief, ook logistiek én intellectueel. Rangers vs Bucks, dat waren de twee ploegen die de eerste match op Robbeneiland afwerkten, op een winderige decembermorgen in 1967. Blootsvoets, in het uniform van de gevangenis, op een slecht, hobbelig veld, met doelen die gemaakt waren uit aangespoeld wrakhout en tussen de rotsen gevonden visnetten. Het niveau was laag, niemand had fysiek noch techniek. De blanke bewakers dachten dat het snel voorbij zou zijn, die bevlieging. Maar dat was het allerminst. De zwarten hadden te lang gevochten voor hun recht. Ze begonnen te trainen, in hun cel, 's avonds. Er ontstonden ploegen; gevangenen veranderden ongemerkt van gebouw om meer bij hun ploegmaats te zijn. Er ontstonden vriendschapsbanden, er kwamen clubs, zelfs afdelingen. In de A-reeks speelden de beste teams, in de B-reeks de iets mindere elftallen en de C-reeks was voor amateurs. Er kwam een heuse FA, een bond, de Makana FA. Er werden statuten opgesteld, er gebeurden transfers, scheidsrechters meldden zich. Onder druk van het Internationale Rode Kruis, dat bemiddelde in de aankoop van sportuitrustingen, ontstond ook een kleine bibliotheek. Het meest uitgeleende boek was de bijbel. Op twee stond een dun boekje, uitgegeven door de FIFA, met de regels van het voetbal. Na een tijd was er zowel op zaterdag als op zondag voetbal. Er kwam zelfs ruzie van, en een heuse spelersstaking, toen een bekerwedstrijd uit de hand liep, en schorsingen, en veroordelingen, om het 'spel in diskrediet te brengen'. Wedstrijden bleven wel maar 30 minuten duren, langer hielden de gevangenen het fysiek niet vol. Jacob Zuma, de huidige president, was in die tijd geen onaardige verdediger bij de Rangers. Naast de Rangers had je ook de Gunners en de Hotspurs, allemaal verwijzingen naar clubs in Groot-Brittannië. Mandela volgde alles vanuit zijn cel, maar mocht niet meedoen. Als ex-bokser had hij wellicht zijn mannetje kunnen staan. Vanaf 1971 daalde het niveau. De eerste gevangenen werden vrijgelaten. Zuma onder meer, maar ook andere, betere voetballers. De rest werd gaandeweg ouder. In sommige ploegen was de gemiddelde leeftijd 40 jaar en meer. Rekening houdend met de zware werkomstandigheden op het eiland en de soms belabberde voedselvoorziening, ging dat ten koste van het spelpeil. Bovendien was niet iedere gevangene geïnteresseerd in voetbal, en daarom kwamen er ook andere sporten. Zelfs een heuse jaarlijkse olympiade, met loopwedstrijden en kampnummers. Ook werden de interne regels versoepeld en bereidden sommigen liever hun terugkeer in de maatschappij voor door zelfstudie in het weekend. Er kwamen boeken en kranten, de ontspanningsmogelijkheden vergrootten. Ook de instroom van nieuwe mensen stokte. De problemen in Soweto, in 1976, brachten even een heropflakkering in het gevangenenbestand, maar tegelijk ook een klimaatsverandering. De oudere ANC-gevangenen hadden een relatief goeie verstandhouding met hun bewakers, in het weekend vaak hun supporters. De nieuwe Sowetojongeren brachten agressie naar het eiland. De sfeer werd grimmiger. Toch bleef men voetballen, tot in 1990 de gevangenis op Robbeneiland werd gesloten. Het jaar waarin officieel aan de Apartheid een einde kwam. En de Makana FA niet langer een bestaansreden had. 'Meer dan een spel. Voetbal vs Apartheid' van Chuck Korr en Marvin Close werd uitgegeven door Uitgeverij Carrera. door peter t'kint