Helemaal tevreden kan Club over het voorbije seizoen niet zijn. Het had kampioen moeten zijn. Het kan zich enkel voor het hoofd stoten om zoveel gemiste kansen op de titel en de voorrondes van de Champions League.
...

Helemaal tevreden kan Club over het voorbije seizoen niet zijn. Het had kampioen moeten zijn. Het kan zich enkel voor het hoofd stoten om zoveel gemiste kansen op de titel en de voorrondes van de Champions League.Nochtans, daar zag het in de voorbereiding niet meteen naar uit. Aanvankelijk waren er in de groep twijfels over de spelvisie en de aanpak van de nieuwe trainer. Koppijn kregen ze van de theorieën en trainingen van Trond Sollied, die onder andere basislooppatronen introduceerde die de individuele vrijheid van de spelers wat beperkten. Het begon zijn spelers pas te dagen hoe groot de collectieve kracht daardoor kon worden, toen in de Brugse Metten PSV met 3-0 werd verslagen. Iedereen schrok toen van het evenwicht, de uitstekende organisatie en de beweging die er in de ploeg zat. Club was vertrokken. Met vaak fris, vloeibaar en efficiënt voetbal door het middenveld, met zonepressing, snelle omschakelingen en kantwisselingen was het in de competitie niet te stuiten, ook niet toen na een maand al Khalilou Fadiga - in het Sollied-systeem beter en produktiever dan ooit - aan Auxerre werd verkocht. Met veertien opeenvolgende overwinningen brak het het record van de beste competitiestart in de Belgische competitie ooit en werd het herstkampioen met 48 op 51. Het haalde niet alleen de meeste punten, het scoorde ook de meeste goals en incasseerde er het minst, het kreeg de meeste hoekschoppen en stond er het minst toe, het dwong de meeste strafschoppen af en maakte het minst overtredingen. De uitdrukking in cijfers van een dag na dag telkens weer uitgeklaarde en ingetrainde spelvisie van een trainer die niets belangrijker vindt dan het collectieve positiespel. Enkel in Anderlecht, waar een kloof van negen punten geslagen kon worden, werd verloren. Het was halfweg het seizoen met de bekeruitschakeling in La Louvière het enige minpunt. In de Uefabeker moest Club zijn meerdere erkennen in Barcelona, zij het eervol. En toen was het opeens over. In de terugronde voetbalde Brugge veel minder efficiënt. Liefst negen keer werd er gelijkgespeeld, waarvan zes keer thuis. Tegen de vier laatste ploegen uit het klassement gooide Club acht punten te grabbel. Feit is dat het van zijn tegenstanders minder ruimte kreeg. Pas toen werd Fadiga gemist. De openingen om in te spelen of te infiltreren waren kleiner, de passings minder zuiver; er werd meer overhaast en met de lange bal gevoetbald. Kansen werden er nog wel gecreëerd, maar ook de precisie in de afwerking was weg. Jochen Janssen was in januari verkocht, Gert Verheyen viel voor twee maanden uit, Rune Lange kwam te laat en helemaal uit vorm toe. Zeven punten liep Anderlecht uit, maar Club kon zijn achterstand tegen de komst van de leider tot twee eenheden terugbrengen. Tevergeefs, Club-Anderlecht werd 0-1. door Christian Vandenabeele