Het leek erop dat de Redder uit de hemel was neergedaald. Een haast niet in te dijken stroom van enthousiasme liep door de voetbalwereld land toen Anderlecht bekendmaakte dat het Vincent Kompany als speler-trainer had aangetrokken. Een gouden zaak voor het Belgisch voetbal, een meerwaarde voor de competitie en zeker voor Anderlecht dat nu, zo klonk het, gegarandeerd uit een diep dal zou kruipen. Zelfs de meest kritische volgers plaatsten amper nuances. Geen vragen over een man zonder trainerservaring, geen kanttekeningen bij de combinatie speler-trainer, geen opmerkingen bij de kwaliteit van de spelerskern. Maar het heilig geloof in een project: met voornamelijk jonge spelers fris en dartel voetbal brengen dat bij de stijl van huis past.
...