Aan het vroegere secretariaat van RWDM informeren twee gegadigden voor een abonnement hoeveel seizoenskaarten er al verkocht zijn de eerste twee dagen. Negentig zijn er dat. Om de andere zin wordt aan het loket geswitcht van Frans naar Nederlands. Een beetje wantrouwig staren de nieuwe abonnees naar het gratis bij een abonnement geleverde knalrode T-shirt met het nieuwe clubembleem en de nieuwe clubnaam. Die luidt (even ademhalen) : FC Molenbeek Brussels Strombeek. De gemeente Molenbeek participeert in het project via de befaamde jeugdschool en stelt het Edmond Machtensstadion ter beschikking ; vanuit Strombeek participeren voor een niet onaanzienlijk bedrag nieuwe sponsors.
...

Aan het vroegere secretariaat van RWDM informeren twee gegadigden voor een abonnement hoeveel seizoenskaarten er al verkocht zijn de eerste twee dagen. Negentig zijn er dat. Om de andere zin wordt aan het loket geswitcht van Frans naar Nederlands. Een beetje wantrouwig staren de nieuwe abonnees naar het gratis bij een abonnement geleverde knalrode T-shirt met het nieuwe clubembleem en de nieuwe clubnaam. Die luidt (even ademhalen) : FC Molenbeek Brussels Strombeek. De gemeente Molenbeek participeert in het project via de befaamde jeugdschool en stelt het Edmond Machtensstadion ter beschikking ; vanuit Strombeek participeren voor een niet onaanzienlijk bedrag nieuwe sponsors. Maar boos zijn de initiatiefnemers van het project niet als er gemakshalve over FC Brussels wordt gepraat. Die naam werd ook al wettelijk gedeponeerd, opdat andere geïnteresseerden (Anderlecht ?) geen gebruik zouden maken van de naam van de hoofdstad, hét visitekaartje van de ambitieuze tweedeklasser. Dat kaartje moet nog ingevuld worden. Op de fonkelnieuwe website van de club wordt gedebatteerd tussen nostalgische ex-RWDM-supporters, misnoegde Strombeekfans en optimisten die blij zijn met een nieuw ambitieus project met een nieuwe naam, "want RWDM staat in Brussel bekend als de club die nog moet betalen". Nostalgische fans kunnen overigens nog altijd terecht in de Brabantse vierde provinciale B, waar onder leiding van Rémy Poussart RWD Molenbeek een nieuwe start neemt. Kijkt FC Brussels in tweede klasse al reikhalzend uit naar een terugkeer op het hoogste niveau, dan gaat RWDM onder een nieuw stamnummer, 9449, de strijd aan met Koeiveld Pede en SK Oetingen. Betalen moet het nieuwe FC Brussels niemand meer, geen sprake meer van schulden. Nu al heeft directeur Gino Gylain bijna het budget van iets meer dan één miljoen euro rond. In mei tekende Johan Vermeersch een verbintenis met de gemeente Molenbeek om de komende zes jaar topvoetbal in het Edmond Machtensstadion te spelen. Zelf geven Vermeersch en Gylain zich twee jaar om uit te maken of een tweede profclub in Brussel leefbaar is. Kan dat niet, dan wordt er overgeschakeld naar amateurvoetbal. Maar Gylain gelooft net als Vermeersch rotsvast in het project. Dat deden ze vroeger ook al, toen ze in 1996 het Belgisch voetbal verbaasden door met een slecht aangeschreven team via een vierde plaats Europees voetbal af te dwingen. De interne verdeeldheid toen deed Vermeersch verbitterd afhaken, waarna Gylain naar Moeskroen trok. Het faillissement van RWDM en de leegte in het Brusselse voetbal bliezen de oude droom van FC Brussels nieuw leven in. Gecontacteerd door de gemeente Molenbeek nam Vermeersch contact op met de bescheiden tweedeklasser Strombeek. Die werd goed geleid, maar had geen accommodatie, weinig goeie spelers en al evenmin supporters. Voor Strombeeks eerste thuismatch in het Edmond Machtensstadion (op 15 september 2002 tegen Roeselare) daagden meteen 3000 kijkers op, een voor Strombeek ongekende luxe. Het akkoord van mei tussen Strombeek, Molenbeek en Vermeersch maakte een eind aan de gesprekken met La Louvière, dat toen zijn stamnummer te koop stelde, én aan de gedachte om het Koning Boudewijnstadion op de Heizel te bespelen, een locatie die bij de naam FC Brussels past. Precies die naam noemt Gino Gylain de garantie voor succes. Sinds vorig jaar siert daarom de iris, symbool van het Brussels gewest, ook de clubtruitjes. Aan werk en een gevulde agenda ontbreekt het Gylain niet. "Ons probleem is tijdnood. We zijn nog maar een paar maanden bezig, er staat nog zo veel te doen." Hij somt op : een themacafé aan de oude Tribune 1, een sportwinkel uitgebaat door de club in volle stadscentrum, de aanleg van synthetische terreinen bij alle partnerclubs. FC Brussels wil niet de concurrentie met het instituut Anderlecht aangaan, maar de markt bespelen die Anderlecht vrij laat. Gylain : "In Brussel zijn 21.000 bedrijven, die kunnen niet allemaal Anderlecht steunen. Bovendien haalt Anderlecht slechts acht procent van zijn toeschouwers uit Brussel." Nu al sloot de tweedeklasser een partnership met 14 van de 26 Brusselse clubs, waardoor hij onrechtstreeks greep heeft op 4000 aangesloten jongeren. Die hebben allemaal ouders, familie en vrienden, bekijkt Gylain de potentiële supportersmarkt. Volk lokken doe je alleen met prestaties. Toen Harm van Veldhoven (ex-Lommel) in januari als trainer arriveerde, stond de ploeg voorlaatste. Uiteindelijk eindigde ze als negende en had ze even uitzicht op de eindronde. Meer zat er écht niet in, verzekert de trainer. Daarom werd in overleg met Vermeersch beslist om een hele nieuwe ploeg te vormen. Met de kern van de tweede helft van vorig seizoen, had Van Veldhoven komend seizoen een gooi kunnen doen naar een plaats bij de eerste vijf, geeft hij toe. "Lukt het, dan moet je net als Heusden-Zolder of Cercle een heel nieuw team kopen om de kloof met eerste te dichten. Daarom beslisten we een stap over te slaan en nu al te investeren in spelers die in eerste mee kunnen. Alleen willen die het liefst in eerste klasse blijven. Daarom wachten we, tot ze beseffen dat ze beter af zijn bij een ambitieuze tweedeklasser dan op een overvolle markt van werkloze profs." Omdat FC Brussels nog altijd wacht, moet Van Veldhoven het seizoen aanvatten met veertien veldspelers en drie keepers. Nogal krap voor een ploeg die een plaats in de eerste drie beoogt. Niet dat hij een brede kern wil, maar met nog één of twee ervaren spelers is het team gewapend voor de opdracht. Amper vijf van de zeventien spelers zaten vorig jaar al bij het team, dat op de Tsjech Culek en de Kongolees Makasi na helemaal Belgisch oogt. Natuurlijk heeft Van Veldhoven nog een lijst van zaken die beter kunnen, maar ook aan de omkadering en de werkomstandigheden wordt er elke dag gewerkt. Met Vermeersch ("Kent alle spelers van eerste en tweede klasse") kan hij over voetbal praten. In het nabijgelegen klooster van Scheut vond hij ideale trainingsaccommodatie. Voor het eerst sinds vijf jaar werd de slechte grasmat in het stadion nog eens grondig aangepakt. De oude Tribune 1 wordt door de gemeente opgeknapt, sinds vorige week woont er weer een conciërge in het stadion en is er toezicht. Van Veldhoven, ex-speler van het oude RWDM tussen 1990 en '92, voelt zich goed in wat hij omschrijft als het typisch Brussels gebeuren. "De verschillende culturen en afkomst, de talen die door elkaar gehaald worden. Met een nieuwe naam willen we hier weer een volksclub creëren."Met zijn spelers presenteerde de trainer zich een paar weken geleden al op de befaamde Foor aan de Midi, het Zuid, waar ze smoutebollen aten en in het reuzenrad stapten, muzikaal begeleid door de veelgeprezen Molenbeekse fanfare. Op het eind zorgde die als enige bij het tanende Molenbeek nog voor positieve noten. Dat wordt straks anders. Van Veldhoven : "Op die kermis voelen we een mix van enthousiasme en nieuwsgierigheid. Je ziet veel mensen zich afvragen wat het nu weer zal zijn : laat ze eerst maar iets op het veld tonen. Dat gaan we ook doen." 'Met een nieuwe naam willen we hier weer een volksclub creëren.' (Harm van Veldhoven)