Bij het binnenrijden van Brasschaat veel chique villa's, weggestopt achter hoge hagen, alsof de eigenaars niet willen dat iemand ze ziet. Veel kapitaalkrachtige Vlamingen en Nederlanders hebben zich er gesetteld. De stad staat op plaats veertien in de lijst van duurste gemeenten van België. Als inwoner van de stad krijg je er wel iets voor terug. Zo goed als elke bewoner vindt op 800 meter van zijn huis een natuurvoorziening. Brasschaat staat immers bekend als de gemeente der parken. Weinig Vlaamse steden kunnen bijvoorbeeld rekenen op zo'n prachtig domein als het Gemeentepark, dat naadloos een geheel vormt met het Peerdsbos.

In het midden van het Gemeentepark bevindt zich het Louis De Winterstadion, de thuishaven van tweedeprovincialer KFC Brasschaat. Naast het plein ligt de schietstand van een wipschuttersclub en ook de plaatselijke petanqueclub vindt haar thuis rond het stadion. De kantine moet KFC Brasschaat delen met een atletiekclub. Die houdt haar trainingen op de piste rond het voetbalveld. Normaal gezien is er dus altijd iets te beleven in en rond het stadion, maar sinds kort is het er stil. Het stadion is dringend aan herstel toe. Het beton is rot, de kantine verouderd, de vloeren zijn in slechte staat en ook het sanitair heeft zijn beste tijd gehad.

Voorlopig ligt het dossier over het stadion nog op het schepencollege. De stad bekijkt of een renovatie tot de mogelijkheden behoort. Voorzitter en scheidsrechter Patrick Termissen wil liever een volledig nieuw stadion. 'We hopen dat het huidige stadion afgebroken wordt zodat er een nieuw complex kan komen. Nu Jan Jambon opnieuw burgemeester van Brasschaat is, hopen we dat het dossier sneller behandeld wordt. Hij staat wel achter een nieuw stadion.'

Zolang het stadsbestuur niets verandert aan de accommodatie speelt KFC Brasschaat er geen wedstrijden meer en wordt er enkel nog getraind. Dat zorgt voor problemen, want momenteel moet de club jeugdspelers weigeren. Met 250 leden zit geel-blauw aan het maximum. 'Voorlopig hebben we maar één veld en daar voetballen twintig ploegen op, meer is onmogelijk', zegt Termissen.

Eind juni werkte geel-blauw haar voorlopig laatste match in het Louis De Winterstadion af, een oefenwedstrijd tegen Antwerp. Stamnummer 228 heeft goede banden met de eersteklasser. De twee clubs liggen nog geen tien kilometer van elkaar en voor KFC Brasschaat is de match in de voorbereidingsperiode op het nieuwe seizoen elk jaar een belangrijke wedstrijd. Het stadion en het anders zo rustige Gemeentepark veranderen dan in een heksenketel. 'Het is voor ons een eer om tegen een eersteklasser te spelen. Daarnaast supportert 90 procent van onze leden voor Antwerp', aldus Termissen. 'Ook financieel is het een opsteker. Er komt telkens zo'n 1500 man op af.'

Dat is nodig ook, want de club komt van ver. Onder de naam KACV Brasschaat speelde de ploeg eind jaren 50 en begin 60 ongeveer anderhalf decennium in de nationale reeksen, tot het in 1971 zakte naar eerste provinciale. Na een korte opflakkering zakte de ploeg opnieuw weg naar de lagere provinciale regionen, maar sinds 2010 is KFC stilaan aan een opmars bezig. In 2016 slaagde geel-blauw erin om de eerste titel in 25 jaar te pakken in tweede provinciale.

Termissen verklaart de opmars: 'Er zijn mosselfestijnen en andere extrasportieve activiteiten nodig om het hoofd boven water te houden. Er moet zoveel geld binnenkomen om het noodzakelijke te kunnen uitgeven, dat vergt veel van de vrijwilligers. In het verleden is er financieel het een en het ander misgelopen. Niet alles wat het bestuur deed, was even koosjer, met als gevolg dat we met een financiële put zaten. Gelukkig beseft het huidige bestuur dat er meer op de cijfers moet worden gelet.' Ondanks de gezonde financiële situatie van de club, ziet de voorzitter niet meteen een terugkeer naar de nationale reeksen. 'Dan hebben we nog meer financiële ondersteuning nodig. Je moet niet hoger springen dan je stok lang is.'

© BELGAIMAGE
© BELGAIMAGE
© BELGAIMAGE
© BELGAIMAGE
© BELGAIMAGE
© BELGAIMAGE
Bij het binnenrijden van Brasschaat veel chique villa's, weggestopt achter hoge hagen, alsof de eigenaars niet willen dat iemand ze ziet. Veel kapitaalkrachtige Vlamingen en Nederlanders hebben zich er gesetteld. De stad staat op plaats veertien in de lijst van duurste gemeenten van België. Als inwoner van de stad krijg je er wel iets voor terug. Zo goed als elke bewoner vindt op 800 meter van zijn huis een natuurvoorziening. Brasschaat staat immers bekend als de gemeente der parken. Weinig Vlaamse steden kunnen bijvoorbeeld rekenen op zo'n prachtig domein als het Gemeentepark, dat naadloos een geheel vormt met het Peerdsbos. In het midden van het Gemeentepark bevindt zich het Louis De Winterstadion, de thuishaven van tweedeprovincialer KFC Brasschaat. Naast het plein ligt de schietstand van een wipschuttersclub en ook de plaatselijke petanqueclub vindt haar thuis rond het stadion. De kantine moet KFC Brasschaat delen met een atletiekclub. Die houdt haar trainingen op de piste rond het voetbalveld. Normaal gezien is er dus altijd iets te beleven in en rond het stadion, maar sinds kort is het er stil. Het stadion is dringend aan herstel toe. Het beton is rot, de kantine verouderd, de vloeren zijn in slechte staat en ook het sanitair heeft zijn beste tijd gehad. Voorlopig ligt het dossier over het stadion nog op het schepencollege. De stad bekijkt of een renovatie tot de mogelijkheden behoort. Voorzitter en scheidsrechter Patrick Termissen wil liever een volledig nieuw stadion. 'We hopen dat het huidige stadion afgebroken wordt zodat er een nieuw complex kan komen. Nu Jan Jambon opnieuw burgemeester van Brasschaat is, hopen we dat het dossier sneller behandeld wordt. Hij staat wel achter een nieuw stadion.' Zolang het stadsbestuur niets verandert aan de accommodatie speelt KFC Brasschaat er geen wedstrijden meer en wordt er enkel nog getraind. Dat zorgt voor problemen, want momenteel moet de club jeugdspelers weigeren. Met 250 leden zit geel-blauw aan het maximum. 'Voorlopig hebben we maar één veld en daar voetballen twintig ploegen op, meer is onmogelijk', zegt Termissen. Eind juni werkte geel-blauw haar voorlopig laatste match in het Louis De Winterstadion af, een oefenwedstrijd tegen Antwerp. Stamnummer 228 heeft goede banden met de eersteklasser. De twee clubs liggen nog geen tien kilometer van elkaar en voor KFC Brasschaat is de match in de voorbereidingsperiode op het nieuwe seizoen elk jaar een belangrijke wedstrijd. Het stadion en het anders zo rustige Gemeentepark veranderen dan in een heksenketel. 'Het is voor ons een eer om tegen een eersteklasser te spelen. Daarnaast supportert 90 procent van onze leden voor Antwerp', aldus Termissen. 'Ook financieel is het een opsteker. Er komt telkens zo'n 1500 man op af.' Dat is nodig ook, want de club komt van ver. Onder de naam KACV Brasschaat speelde de ploeg eind jaren 50 en begin 60 ongeveer anderhalf decennium in de nationale reeksen, tot het in 1971 zakte naar eerste provinciale. Na een korte opflakkering zakte de ploeg opnieuw weg naar de lagere provinciale regionen, maar sinds 2010 is KFC stilaan aan een opmars bezig. In 2016 slaagde geel-blauw erin om de eerste titel in 25 jaar te pakken in tweede provinciale. Termissen verklaart de opmars: 'Er zijn mosselfestijnen en andere extrasportieve activiteiten nodig om het hoofd boven water te houden. Er moet zoveel geld binnenkomen om het noodzakelijke te kunnen uitgeven, dat vergt veel van de vrijwilligers. In het verleden is er financieel het een en het ander misgelopen. Niet alles wat het bestuur deed, was even koosjer, met als gevolg dat we met een financiële put zaten. Gelukkig beseft het huidige bestuur dat er meer op de cijfers moet worden gelet.' Ondanks de gezonde financiële situatie van de club, ziet de voorzitter niet meteen een terugkeer naar de nationale reeksen. 'Dan hebben we nog meer financiële ondersteuning nodig. Je moet niet hoger springen dan je stok lang is.'