Het contrast met Brussel kan niet groter zijn. Weg van de drukte en de industrie biedt het Pajottenland, 'het Toscane van het Noorden', rust en stilte. De nostalgische mijnwerkersspoorlijn 123 brengt je via Edingen en Herne in Tollembeek. Of voor de meesten: 'het dorp van Urbanus' . Het beeld van de Galmaardse deelgemeente uit de strips van Urbain Servranckx en Willy Linthout valt echter niet te vergelijken met de werkelijkheid. Er heerst hier een gezapige kalmte. In het licht van een vallende lentezon torent de Sint-Martinuskerk hoog boven het centrum uit.
...

Het contrast met Brussel kan niet groter zijn. Weg van de drukte en de industrie biedt het Pajottenland, 'het Toscane van het Noorden', rust en stilte. De nostalgische mijnwerkersspoorlijn 123 brengt je via Edingen en Herne in Tollembeek. Of voor de meesten: 'het dorp van Urbanus' . Het beeld van de Galmaardse deelgemeente uit de strips van Urbain Servranckx en Willy Linthout valt echter niet te vergelijken met de werkelijkheid. Er heerst hier een gezapige kalmte. In het licht van een vallende lentezon torent de Sint-Martinuskerk hoog boven het centrum uit. Aan de rand van de dorpskern pronkt De Kaatser als nostalgisch aandenken aan de vergane glorie van deze volkssport. De Lustige Balspelers uit de streek genoten hun hoogdagen in de jaren 80, toen ze bijna jaarlijks kampioen speelden. Het Bosmanarrest in het voetbal liet zich echter ook in het Tollembeekse kaatsmilieu voelen en met de Balspelers ging het plots steil bergaf. Sindsdien wordt het veldje naast De Pajotse Albatros, de plaatselijke jeugdbeweging, steeds minder bespeeld. De buren uit Galmaarden namen de plaats van Tollembeek aan de Belgische kaatstop over, maar de sport verloor mettertijd heel wat van haar aanhang en staat momenteel op het randje van uitsterven. 'Tollembeek bloedt stilletjes aan dood', luidt het harde verdict. Een probleem waar ze in de voetbalvereniging ook mee kampen. Bij KFC MZ Tollembeek draait vandaag alles rond slechts één herenploeg in derde provinciale. Geen enkele jeugdspeler valt dit seizoen te bewonderen in de blauwe shirts van de Markzonen. Iets wat voorzitter Georges Olemans, bijna 76, uiteraard betreurt: 'Je kunt geen jeugdploegen vormen als je te weinig spelers hebt. Daarnaast zijn we maar met een vijftal werknemers en een handvol vrijwilligers binnen de club. Te weinig voor een deftige werking.' Zijn kleinzoon Diego Goessens fungeert in theorie als jeugdcoördinator, maar houdt zich nu vooral met andere taken bezig. 'Ik ben eigenlijk een soort T2 en ik verzorg ook de velden. Het warm hart voor de ploeg heb ik meegekregen van mijn grootvader. Anders zou je me hier waarschijnlijk ook niet vinden', verduidelijkt Goessens, die zelf nog studeert. Verschillende oorzaken liggen aan de basis van de slabakkende vallei van de Mark, te beginnen met een toenemende vergrijzing. Bijna een vierde van de gemeente is zestig jaar of ouder, nefast voor een streek met verschillende voetbalverenigingen die maar wat graag hun jeugdspelers zouden zien floreren. 'Ik heb de overgebleven jonge spelers naar FC Galmaarden laten vertrekken, want ik kon hen hier niks meer aanbieden.' Tollembeek kan wel rekenen op een vaste oude garde die de spelers komt aanmoedigen. Olemans blijft dan ook allerminst bij de pakken zitten en wil iets terugdoen voor hen: 'Volgend jaar verplaatsen we onze thuismatchen opnieuw naar zondag, beter voor onze supporters op leeftijd.' Daarnaast heeft de club sportief geen topjaren achter de rug. De glorieperiode van eind jaren 90, met een promotie naar eerste provinciale als hoogtepunt, ligt al even in het verleden. In de prijzenkast staat één, intussen met stof bedekte, Beker van Brabant. Met een 1 op 12 kende de club een dramatisch seizoensbegin. De coach werd op de keien gezet en oude bekende Roland Willems kwam de ploeg weer in handen nemen. Behoud was het eerste doel, terwijl er op de achtergrond stevig aan het toekomstplan gewerkt werd: een gloednieuw spelershome installeren en de portefeuille opentrekken voor een kwaliteitsinjectie. KFC MZ legt zich dus niet zomaar neer bij het doodbloeden van de deelgemeente. 'Als voorzitter zeg ik nooit dat we voor de titel gaan spelen', zegt Olemans. Coach Willems pikt echter snel in: 'Ja, maar ik wel. Georges verdient nog eens een promotie.'