'Club Brugge, dat is en blijft nostalgie. Bij ons thuis hadden we een kruidenierszaak. Mijn papa was een Clubaanhanger, maar voetbal vormde niet het gespreksonderwerp van elke dag. Aan mijn moeders kant wel. Door haar broers, van wie er eentje - die jammer genoeg al overleed - over behoorlijk wat talent beschikte. Als kind was ik niet zo bezig met voetbal. In mijn prille herinnering boeide ballet en tennis mij. Typisch meisjes, hé. ( lacht)
...

'Club Brugge, dat is en blijft nostalgie. Bij ons thuis hadden we een kruidenierszaak. Mijn papa was een Clubaanhanger, maar voetbal vormde niet het gespreksonderwerp van elke dag. Aan mijn moeders kant wel. Door haar broers, van wie er eentje - die jammer genoeg al overleed - over behoorlijk wat talent beschikte. Als kind was ik niet zo bezig met voetbal. In mijn prille herinnering boeide ballet en tennis mij. Typisch meisjes, hé. ( lacht) 'Pas vanaf het middelbaar en later bij het verder studeren groeide de sympathie. Er is ook geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om fan te zijn van een ander team. De wedstrijd in 1992 waar afscheid werd genomen van Jan Ceulemans, daar was ik bij. Vrienden namen me mee naar Olympia. Een magisch moment. De Caje, hét icoon. Voor het eerst had ik het gevoel deel uit te maken van de Clubfamilie. Voor iedereen werd dat een bijzonder emotioneel moment. Het zorgde voor een altijddurende verbondenheid. ( grijnst) Kiekenvel. 'Sterke Jan blijft onze nummer één. Ik blijf het geweldig vinden wanneer Ceulemans eens terugkeert om de aftrap te geven. Hij wordt nog altijd op handen gedragen, echt aandoenlijk. Ook voor hem blijkbaar, het grijpt onze held telkens aan. Je kunt dat niet meer vergelijken met nu. Het gaat om een andere generatie, mannen die ook jarenlang echte clubliefde toonden en nooit van ploeg veranderden. Sportief bezorgden ze ons hoogtijdagen. 'In 2005 won Club Brugge van Anderlecht en werden ze kampioen in eigen huis. We konden niet meer aan tickets geraken, dus beslisten we met onze kliek om in de Olympos, in de buurt van het stadion, naar een scherm te kijken. Een geweldige ingeving, veel sfeer. Ik zag daar ook mensen terug die ik al zeker tien jaar niet meer had gezien. In een totaal andere context, maar even hartelijk en spontaan. Het jaar erna beslisten we abonnement te nemen in de Noordtribune. Het is altijd plezant om daar terug te keren. Voor mij betekent het ook meer dan een avondje voetbal, want ik woon in Antwerpen. Op zich vormt dat een dagvullende activiteit, het moet dus allemaal goed gepland zijn op voorhand. Al jaren heb ik dezelfde stek: vak 223, rij 15, plaats 37. ( lacht) Echt ideaal, want midden in de ambiance. Ook mijn CL-abonnement kocht ik vrij snel. Blue Army is wel gestopt, maar ik amuseer me daar. Rustig kun je er niet zitten, je wordt meegezogen, hé. Soms gaat het er stevig aan toe, maar ik zal nooit lelijke dingen roepen naar een tegenstander. Dat is niet oké, zeker niet met een negenjarige zoon aan je zijde. Dat moet hij niet horen. Ik probeer toch altijd zoveel mogelijk aan te moedigen, een echte steun te zijn. Schuin beneden mij zit iemand die de communicatie doet voor het hof van beroep in Antwerpen. Dan merk je dat ook voor hem dat voetbalavondje een echte uitlaatklep en pure ontspanning vormt, als je hem ziet opspringen van zijn zitje. Zo zie je nog maar eens wat die sport kan doen met de meest diverse mensen. 'Ik draag nogal vaak blauw en ga telkens gehuld in mijn oude sjaal. Verschillende heb ik er, maar eentje heeft een speciale betekenis. Die doe ik altijd aan. Ik kocht die na een verschrikkelijke wedstrijd, in de donkere periode tussen 2007 en 2016. Het werd eens heel laat op de avond en we passeerden voorbij zo'n kraam vol merchandisingspullen. Ik dacht: dit is het ideale moment om mijn steun te betuigen. Hij bracht precies geluk, want onder Michel Preud'homme werden we opnieuw kampioen. ( grijnst) Die mag dus niet snel weg.'