Bijna 25 jaar nadat hij op De Schorre zijn eerste balletjes trapte, prikt Brecht Capon in het spelershome van KV Oostende de laatste restjes pasta van zijn bord. 'De cirkel is eindelijk rond', klonk het in de kranten, toen hij eind juli voor vier seizoenen bij de kustploeg tekende. Hij verbetert. 'Dat zal het pas zijn als we hier ook mooie dingen kunnen realiseren. En: ik ben nog maar 27, hé.'
...

Bijna 25 jaar nadat hij op De Schorre zijn eerste balletjes trapte, prikt Brecht Capon in het spelershome van KV Oostende de laatste restjes pasta van zijn bord. 'De cirkel is eindelijk rond', klonk het in de kranten, toen hij eind juli voor vier seizoenen bij de kustploeg tekende. Hij verbetert. 'Dat zal het pas zijn als we hier ook mooie dingen kunnen realiseren. En: ik ben nog maar 27, hé.' Hij deelt een tafel met Wouter Biebauw en David Rozehnal en dolt op de parking met Sébastien Siani. Een vis in het water. Relaxed. 'Eerlijk: ik was bang om naar Oostende te komen. Grote kern, veel verschillende nationaliteiten, opnieuw moeten aanpassen... Bij Kortrijk was ik een van de anciens en voelde ik me enorm goed. Daar zat ik in mijn comfortzone. Maar misschien was het wel nodig om van club te veranderen. Mezelf herontdekken. En uiteindelijk heb ik me heel gemakkelijk kunnen integreren. Een nieuwe start. 's Middags eens bij mijn ouders langslopen. Nostalgie.' Het was een vreemde zomer. Bij KV Kortrijk enthousiast aan de voorbereiding begonnen, geschrokken toen hij in de krant las dat landskampioen AA Gent een onbekende Israëlische rechtsback (Hatem Abd Elhamed) als back-up voor Thomas Foket naar de Ghelamco Arena haalde. 'Ik was ontgoocheld, ja, en dacht: waarom ik niet? Gezonde ambitie, die je als voetballer moet hebben. Hein Vanhaezebrouck heeft mij altijd een van de betere rechtsbacks genoemd. Misschien stond de club er niet achter. Of is mijn naam nooit gevallen, dat kan ook.' Hij benadrukt: vertrekken was geen must. 'Ik had met plezier nóg zes jaar in Kortrijk gevoetbald.' Tot Marc Coucke de vastgelegde afkoopsom neertelde. 'Dat Yves Vanderhaeghe hier trainer was, heeft meegespeeld, maar ik wilde vooral ambitie proeven. Die is er. In die vier seizoenen moeten we toch minstens twee keer play-off 1 spelen.' Cameraman en journaliste van KVO TV gaan mee op zoek naar zijn Oostendse roots, die op nauwelijks honderd meter van De Schorre liggen. 'Mij ma (Ingrid Vandevoorde, nvdr) stond onlangs aan de achterkant van ons huis en hoorde ons roepen tijdens de training.' De Schorre 2.0. Véél veranderd. 'In de zomermaanden kwam ik hier met een vriendje voetballen. Of ging ik naar de matchen van mijn vader (James, nvdr) kijken. Hij stoefte geregeld dat hij in Schotland voetbalde, bij FC The Highlanders. Maar The Highlanders speelden in Corpo, het bedrijfsvoetbal.' (lacht) Eerste halte. Het pleintje in de Ibisstraat, vijftien meter stappen van het ouderlijk huis. Klimrekje, wip, kleine draaimolen, springplaatjes. 'Us pleingsjhe...' Het gras is aan een maaibeurt toe, de eerste nazomerstormen hebben de bomen bijna kaalgeplukt. 'Dat waren onze doelpalen.' Honderden, duizenden wedstrijdjes heeft hij er gespeeld, die bijna altijd op dezelfde manier eindigen: ruzie met Boris, zijn één jaar oudere broer. 'Dan liep er een van ons naar huis en moest vader ons sussen.' De Ibisstraat heeft amper geheimen. Capon, KVO TV, een fotograaf... Nieuwsgierige blikken. 'Aha, Martine, onze buurvrouw! Wil je een woordje placeren?' Ze knikt. 'Moet ik geen andere kleren aandoen?' Een buitenbeentje, klinkt het, de jongste Capon. 'Twee tegenpolen. Brecht was het gelukkigste kind van de wereld als hij een bal had, zijn broer was de boekenwurm.' De voetballer luistert mee. 'Martine kon er niet mee lachen als de bal weer eens in haar haag belandde.' Ze reageert: 'Weet je nog wat je ooit eens deed? Middenvinger omhoog en 'Fuck you!' roepen. Hij kon soms het bloed van onder je nagels halen.' Iedereen lacht. Voor het ouderlijk huis tokt een tiental kippen in een kleine ren. 'De trots van mijn vader. Alle restjes van tafel gaan naar de kippen. Zelfs die van de buren.' De legkast is nog leeg. Brecht, de kippenfluisteraar: 'Nog geen eitje gelegd? Hei, niet pikken hé, maat?' Op de hoek van de straat nog een nieuwsgierige blik. 'Onze huisdokter! Daar heb ik ook dikwijls gezeten. Ik herinner me nog dat we met enkele vrienden in een doolhof gingen spelen. Plezant, tot ik begon te hyperventileren. Gelukkig was de dokter thuis.' (lacht) We stappen naar de auto. Een kort ritje naar het Mispelplein, waar hij als vijfjarige - te jong om in competitie te voetballen - voor het eerst het geel-groene shirt van Hermes Oostende aantrok. Een schriel aanvallertje, snel en behendig, neus voor goals. Het Mispelplein. Vergane glorie. Aan het houten loketje hangt een bordje met de toegangsprijzen van het seizoen 2013/14, het allerlaatste van VG Oostende, de laatste bespeler van het Mispelplein: 5 euro, zestigplussers 2,5 euro, tot 16 jaar gratis... De poorten zijn gesloten, het gezelschap wurmt zich door een gat in de omheining. Troosteloos. In het kleine berghokje, waar vroeger kegeltjes en ballen lagen, staan nu muizenvallen, op de grond liggen dode vogels. Geen doelen, geen kalklijnen, een verlaten kantine. 'Het doet pijn om dit te zien.' Wat rest zijn herinneringen. Na de match, toen vader en moeder nog in de kantine zaten, úren balletjes trappen tegen een klein muurtje. Verstoppertje spelen achter bomen en koterijen, vaak tot 's avonds laat. Blikken van verwondering wanneer de vliegtuigen hun koers naar de Oostendse luchthaven verder zetten. Supporteren aan de zijlijn voor zijn broer, doelman van HO Oostende, een fusie van Hermes en SK Voorwaarts. 'Wij trainden en speelden op dit terrein, achter een grote muur lagen de velden van Voorwaarts.' Na vier seizoenen Hermes kon hij, negen jaar jong, naar Club Brugge. Twijfels. Nog een seizoen bij Hermes blijven, alleen op maandagavond in Brugge trainen. 'In het begin was het meer een verplichting. Ik wilde, net als mijn broer, met mijn vriendjes voetballen.' Toen hij na dat seizoen definitief naar het Olympiastadion verkaste, werd zijn broer met Hermes... kampioen. 'Hij heeft nog in de keepersschool van Club getraind, met onder anderen Glenn Verbauwhede, maar hij miste de gedrevenheid. Nog voor er van Club sprake was, gingen we samen op Cercle testen. Was hij toen vertrokken, dan was ik hem wellicht gevolgd.' Boris bleef in Stene, Brecht timmerde bij Club en de nationale jeugdploegen aan zijn weg, maar tweewekelijks stond de familie rond het Mispelplein. Lokroep van de roots. 'Mijn tweede thuis. Ik ging zelfs mee op verplaatsing, toen Hoger Op in eerste en tweede provinciale speelde. Met vader naar het voetbal, mooie herinneringen.' En: Capon, de gevierde spits, trainde in het tussenseizoen ook bij de plaatselijke... wielerclub. 'Ik koerste minstens even graag, van opa kreeg ik zelfs een splinternieuwe koersfiets.' Maar het eerste wedstrijdje bij de aspiranten, in Nederland, was een tegenvaller. Negende plaats. Lachend: 'Kiezen voor het voetbal was wellicht verstandig.' Hij stuurt zijn auto, een bescheiden wagen van de club, door het drukke verkeer over de Elisabethlaan. 'De rode Mercedes van Birger Verstraete!' Voor het rode licht gaan de ruitjes open. 'In vorm voor zaterdag?' De middenvelder van KV Kortrijk, ook een Oostendenaar, steekt de duim omhoog. 'Hij woont in de Leopold Van Tyghemlaan, de straat van het Albertpark.' De parkeerplaatsjes in de Gerststraat, in de schaduw van de Sint-Jan Baptistkerk, zijn schaars. Nog een tegenvaller: de schoolpoort van het Onze-Lieve-Vrouwecollege is dicht. 'Woensdagnamiddag. Jammer.' Nog meer herinneringen. Goede. ''s Middags mocht je alleen maar voetballen als je bleef eten, de andere kinderen stonden op een aparte speelplaats. Dus vroeg ik aan mijn ouders of ik een brooddoosje kon meekrijgen of mocht blijven eten. En de eerste meisjes, hé. Ik was aan het sjotten, toen ik hoorde dat er een meisje aan de andere kant van de speelplaats op mij wachtte. Ik bleef voetballen. Kans verkeken... (lacht) Mijn jeugd samenvatten is heel gemakkelijk: voetbal en veel opofferingen. Van mezelf, maar zeker ook van mijn ouders.' In de studie tot vijf uur 's avonds, opgehaald worden, thuis snel een boterham, om twintig na vijf naar Brugge, training om zes uur, terug naar Oostende, huiswerk maken, slapen. 'Drie keer per week, later nóg meer. Hectisch. Vader werkte in een sociaal secretariaat en nam zijn papierwerk mee om in de kantine verder te werken. Maar op het einde van de training kwam hij altijd eens kijken. Ik in Brugge, Boris in Oostende, matchen op zaterdag of zondag... Mijn ouders hadden eigenlijk niets aan hun weekend.' Een geluk: de twee kinderen waren goede studenten. Boris werd burgerlijk ingenieur en werkt aan zijn doctoraatsthesis, Brecht begon na de Topsportschool in Brugge aan de studie rechten. De cursussen waren besteld, sporadisch was er iets gemarkeerd, maar de combinatie met profvoetbal bleek onmogelijk. 'Spijtig.' Freewheelend door de jeugdreeksen van Club, in januari 2007 - achttien jaar jong - op winterstage met de A-kern van Emilio Ferrera. Het eerste doelpunt tijdens een oefenwedstrijd tegen Racing Waregem, toen hij na een tackle van Joris De Tollenaere met een barst in het kuitbeen zes weken aan de kant stond. Debuut onder Cedomir Janevski, in april 2007, bekerwinst tegen Standard. 'Ik ging mee op afzondering, maar omdat er maar vier wisselspelers op de bank mochten zitten, belandde ik in de tribune.' Dat zou wel meer gebeuren. Een dertigtal wedstrijden in de eerste ploeg, een doelpunt tijdens het beklijvende afscheid van François Sterchele, maar tegelijk ook het besef dat hij nooit dé spits van Club zou worden. Wesley Sonck, Joseph Akpala, Dusan Djokic, Mo Dahmane: concurrentiestrijd die niet te winnen viel. 'Als ik speelde, dan zette Jacky Mathijssen me meestal op de rechterflank.' Een harde, maar terechte conclusie: 'Ik kon maar beter vertrekken.' Zijn manager, Paul Courant, onderhandelde met Lommel United, waar Franky Van der Elst hem nog kende van bij de beloften van Club. 'Tweede klasse en tijdens de week in Limburg moeten blijven, maar hij zou me als spits uitspelen. Maar toen de clubs er niet uitkwamen en ook KV Kortrijk interesse toonde, ging het vrij snel.' Maar: in Kortrijk wordt hij geen spits. 'Dat had Georges Leekens mij niet verteld.' (lacht) Dat hij Capon de ideale rechterflankverdediger vond, al helemaal niet. 'Dan was ik wellicht niet gegaan. Een enorme schok. Waarom? Altijd veel gescoord en plots beseffen dat je dat gevoel - juichen, in de belangstelling staan, gevierd worden - bijna niet meer zal mogen ervaren.' Zes jaar erna, ouder en wijzer, klinkt dat zo: 'Bedankt mister Georges. Rechtsback ís mijn beste positie. Iemand uit de match houden, geeft óók veel voldoening. En, in Kortrijk legden we een schitterend parcours af. Drie keer play-off 1 en een bekerfinale.' Met wrange nasmaak. 1-0 verloren van Lokeren. 'Ik heb nog iets recht te zetten. En het moet geen vijf jaar meer duren.' Op weg naar de laatste stop, de Koninklijke Gaanderijen, in 1902 geboren op de tekentafel van architect Charles Girault, die op vraag van Leopold II het Koninklijk Chalet en de Wellingtonrenbaan met elkaar moest verbinden. Capon moet poseren. Voor en naast de Dorische zuilen, op de zeedijk, tussen strandcabines, op het strand. Alsof hij met een teletijdmachine twintig jaar terug in de tijd wordt geslingerd. Sprintjes op het strand trekken met opa, drie jaar geleden overleden en een persoonlijke vriend van prins Karel. 'Drie jaar in Brugge gewoond, nu al vijf jaar in Roeselare. Maar als je al zo lang weg bent, dan leer je de zee nog meer appreciëren. De ouders van mijn verloofde verblijven hier elke zomer een volledige maand, dit jaar zijn we ook een weekje blijven slapen. 's Morgens wakker worden en meteen de zee zien. Heel speciaal, die rust.' DOOR CHRIS TETAERT - FOTO'S BELGAIMAGE / YORICK JANSENS'Er stond een meisje aan de andere kant van de speelplaats te wachten, maar ik bleef voetballen. Kans verkeken...' BRECHT CAPON