In de rust van de wedstrijd tegen AA Gent schold hij zijn spelers de huid vol, en na faloop deelde hij hun mee dat hij opstapte. Daniel Leclercq kon er niet langer om heen : al sinds het begin van het seizoen was het vertrouwen tussen hem en de spelersgroep weg. Niet in het minst omdat hij de indruk wekte enkele van zijn aangetrokken landgenoten de hand boven het hoofd te houden, zoals Nicolas Ouédec en ...

In de rust van de wedstrijd tegen AA Gent schold hij zijn spelers de huid vol, en na faloop deelde hij hun mee dat hij opstapte. Daniel Leclercq kon er niet langer om heen : al sinds het begin van het seizoen was het vertrouwen tussen hem en de spelersgroep weg. Niet in het minst omdat hij de indruk wekte enkele van zijn aangetrokken landgenoten de hand boven het hoofd te houden, zoals Nicolas Ouédec en Claude-Arnaud Rivenet, die op geen enkel moment hun vedettenstatuut in La Louvière rechtvaardigden. Niet toevallig reageerde voorzitter Filippo Gaone op de beslissing van Leclercq met de woorden dat hij dan maar beter ook zijn spelers weer naar Frankrijk meenam. Werd zijn voorganger Marc Grosjean verweten dat hij de spelers te veel vrijheid liet, Leclercq behandelde hen als kinderen. Vooral bij de oudere spelers, en zo waren er nogal wat, viel dat in slechte aarde. De haast paranoïde Leclercq van de laatste weken geleek in niets nog op de trainer die vorig jaar La Louvière naar een wonderbaarlijke redding leidde. "Enkele dagen voor de wedstrijd tegen Lierse," vertelt Olivier Suray, "hadden we een goed gesprek met de spelers, de trainer, de voorzitter en de manager. Iedereen zei wat er op zijn lever lag. Zoals dat hij te streng was met deze groep. Bijvoorbeeld : als een rechtsvoetige een slechte voorzet gaf met links, werd hij razend en liet hem dat twee, drie keer overdoen tot die speler alle vertrouwen verloor. Leclercq hield er geen rekening mee dat Belgische voetballers niet, zoals in Frankrijk, in een opleidingscentrum gevormd zijn. Vorig jaar speelde dat probleem niet, omdat zijn enige bekommernis toen de redding was, om het even hoe." Het gesprek was heilzaam. Suray : "Nadien luisterde Leclercq meer naar ons. Dat apprecieerden de spelers zeker. Niet toevallig speelden we toen tegen Lierse en Club Brugge onze beste wedstrijden." Na de nederlaag tegen Aalst echter - volgens sommigen door de spelers in de hand gewerkt - legde Leclercq de groep een Spartaans regime op. Het was de druppel in een overvolle emmer. Elk laatste greintje vertrouwen was nu weg, zodat de nieuwe manager Roland Louf, die Jean-Claude Verbist opvolgde (aan wie Leclercq aanvankelijk zijn lot verbonden had), meteen zijn eerste dossier op tafel had liggen : het ontslag van de trainer. (PD)