P är Zetterberg schrok zich een hoedje, een paar minuten na het affluiten van de eerste Brusselse competitiederby sinds het verdwijnen van RWDM. Terwijl de maker van het doelpunt dat over de wedstrijd besliste voor de camera's van Canal + toelichting mocht geven bij de nieuwe belabberde prestatie van Anderlecht - na Charleroi en Oostende uit stilaan een traditie in de aanloop naar een Europees topduel - stak het animatieteam van dienst nogal onprofessioneel vlak achter zijn rug vuurwerk af. De geschrokken Zweed pakte snel zijn biezen en liep, achternagezeten door camera en interviewer, snel naar veiliger oorden. Met het vuurwerk kwam een einde aan dé wedstrijd van het seizoen voor FC Brussels.
...

P är Zetterberg schrok zich een hoedje, een paar minuten na het affluiten van de eerste Brusselse competitiederby sinds het verdwijnen van RWDM. Terwijl de maker van het doelpunt dat over de wedstrijd besliste voor de camera's van Canal + toelichting mocht geven bij de nieuwe belabberde prestatie van Anderlecht - na Charleroi en Oostende uit stilaan een traditie in de aanloop naar een Europees topduel - stak het animatieteam van dienst nogal onprofessioneel vlak achter zijn rug vuurwerk af. De geschrokken Zweed pakte snel zijn biezen en liep, achternagezeten door camera en interviewer, snel naar veiliger oorden. Met het vuurwerk kwam een einde aan dé wedstrijd van het seizoen voor FC Brussels. Meer nog dan de partij tegen Club Brugge - die voor 80 procent de capaciteit van het Edmond Machtensstadion benutte, is die tegen Anderlecht een traditionele klapper. Met bijna 12.000 toeschouwers - om veiligheidsredenen mag de volledige capaciteit van het stadion op de staanplaatsen niet benut worden - was het qua opkomst lang geleden dat ze in Brussel nog een keer zoveel volk over de vloer hadden. Alle seats waren uitverkocht, restaurants in de omgeving werden door de club ingeschakeld om de genodigden eten te geven. Overal stonden tafels, net niet in de gang. En, opvallend, met vijf stonden ze te dringen in de middencirkel om de aftrap te geven. Uiteindelijk was de uitverkorene burgemeester Philippe Mouraux. Alles ging goed, de tijd dat de strijd om de heerschappij in Brussel na de wedstrijd ook nog in de straten verder werd uitgevochten, is gelukkig voorbij. Er wordt dan ook veel energie gestoken in veiligheidsvergaderingen voor dit soort wedstrijden. Op dat vlak keken de nieuwkomers van Brussels toch wel even de ogen uit en was met name de veiligheidsverantwoordelijke vrijdagnacht suf vergaderd. Alleen het sportieve wil maar niet in orde komen. Het werd, gelukkig, geen afstraffing zoals tegen Club Brugge. De angst daarvoor was er vooraf, omdat Patrick Nys en Sammy Greven ontbraken en vervangen moesten worden door Istvan Dudas en Laurent Wuillot, voor het eerst aan de aftrap in goed één jaar. Een pandoering werd het niet, maar het verlies van vrijdag was voor de thuisfan toch al het vierde op vijf dat hij dit seizoen moet slikken. De kansen waren er, alweer, maar ofwel stond Tristan Peersman in de weg, ofwel toonde Aloys Nong zich net niet scherp genoeg. Voor Brussels komen nu de weken van de waarheid. Het programma was tot dusver niet van de poes, met het bezoek van onder meer RC Genk, La Louvière, Club Brugge en Anderlecht en een verplaatsing naar Standard. Duels tegen Sint-Truiden, Beveren en Oostende zullen straks aangeven of het een moeilijke winter en lente zal worden. Intussen maken ze zich een paar kilometer verder op voor thuiswedstrijden tegen Werder Bremen en RC Genk. Thuiswedstrijden die in het Constant Vanden Stockstadion vooral door Vlamingen worden bijgewoond. De landskampioen liet zijn fankaartenbestand regionaal opsplitsen en dat levert de conclusie op dat de Anderlechtfan in hoofdzaak een Vlaming is. Achtentwintig procent van de kaarten zijn in handen van Vlaams-Brabanders, 18 procent in die van Oost-Vlamingen, 11 procent in die van Antwerpenaars. In West-Vlaanderen verspreidt Anderlecht nog 6 procent van zijn fankaarten, in Limburg 5 procent. Samengeteld brengt dat het Vlaamse aandeel op 68 procent. FC Brussels, dat een gelijkaardige opsplitsing om marketingredenen overweegt, zegt meer Brusselse fans te hebben dan de buur, maar dat valt nog te betwijfelen. Zestien procent van de fankaarten van Anderlecht wordt verspreid onder Brusselaars. Opvallend is de lage score van Wallonië onder de fans van Anderlecht. Uit Waals-Brabant komt maar 4 procent van de fans. Uit Henegouwen, dat zelf vier eersteklassers heeft, haalt Anderlecht 6 procent van zijn fans, uit Namen slechts 3 procent, in Luik met grote concurrent Standard maar 2 procent en uit het verre Luxemburg 1 procent. Peter T'Kint