Dat Sport-Réunis Delémont, nieuwkomer in de Zwitserse eerste klasse, op 7 juli gelijk zijn eerste competitiewedstrijd won - met 2-0 tegen Servette Genève nog wel : het mag een mirakel heten.
...

Dat Sport-Réunis Delémont, nieuwkomer in de Zwitserse eerste klasse, op 7 juli gelijk zijn eerste competitiewedstrijd won - met 2-0 tegen Servette Genève nog wel : het mag een mirakel heten. Nog geen veertien dagen voordien stond Michel Renquin, trainer van SR Delémont, steen en been te klagen. "Gisteren kwam Philippe Rossinelli, de technisch directeur van de club, fier als een gieter af met dertig paar voetbalschoenen die Reebok, één van onze sponsors, had geschonken. Toen hij me vroeg wat ik ervan dacht, zei ik hem: 'Het is niet slecht om schoenen te hebben, maar het zou nog beter zijn mochten we spelers hebben om in die schoenen te zetten.' Er zitten momenteel zeventien spelers in mijn kern. Vorig jaar had ik twintig spelers. Na dat seizoen moest ik er zeven laten vertrekken. Er moeten absoluut spelers bijkomen, anders zullen we zowel kwalitatief als kwantitatief te kort schieten. "Ik kan u nu al zeggen dat we de eerste kandidaat om te degraderen zijn. Te meer omdat het aantal ploegen in de Liga A vanaf het seizoen 2003/04 terugvalt van twaalf tot tien. Nu, degraderen, dat stoort me nog niet zo erg, maar ik ben niet graag belachelijk. Dat kan ik gewoon niet verdragen. Dus dring ik er elke dag bij de voorzitter op aan dat hij spelers bijkoopt, maar ik zie niks opdagen. Ik vraag nochtans geen onmogelijke dingen. Als ze het budget met 10 procent optrekken, ben ik uit de nood. Want ik ken een aantal aantrekkelijke spelers die voor een salaris van 4000 Zwitserse frank (2500 euro) voor Delémont willen voetballen. Vierduizend Zwitserse frank, dat is in dit land helemaal niet buitensporig."Niet dat Pierre Willemin, de voorzitter van SR Delémont, aan beide kanten doof is. Hij weigert gewoon in paniek te schieten. "We hebben nog tot eind augustus de tijd om er nieuwe spelers bij te halen", zegt hij. "Van een budgetverhoging is hoe dan ook geen sprake. Ik heb geen zin om het voortbestaan van de club op de helling te zetten. De promotie naar de Liga A lag langs geen kanten in de lijn van onze ambitie. In het seizoen 1999/2000 proefden we al van de eerste klasse, en de smaak is ons niet bepaald bevallen. Ik vond die promotie achteraf bekeken veeleer een vergiftigd geschenk." SR Delémont steeg effectief per toeval naar de eerste klasse. Onder Renquin kwalificeerde de ploeg zich voor de eindronde. Daaraan namen acht teams deel. Delémont eindigde als zesde en slaakte mogelijks een zucht van opluchting omdat het niet naar de Liga A hoefde. Maar de promotie kwam er toch als gevolg van het failliet van drie clubs die voor Delémont waren geëindigd : Sion, Lausanne en Lugano. De financiële crisis slaat zwaar toe in het Zwitserse voetbal, want in de Liga A vangt het kampioenschap 2002/03 aan met liefst zeven promovendi. Behalve Delémont zijn dat Neufchâtel Xamax, Sankt Gallen, Will, Aarau, Thoune en Luzern.SR Delémont mag ongegeneerd het Klein Duimpje van de Liga A worden genoemd. Het clubbudget bedraagt twee miljoen Zwitserse frank (1,2 miljoen euro), een som die verbleekt bij de pakken poen die de andere clubs er tegenaan smijten. Het budget van Bazel is twaalf keer groter dan dat van Delémont, dat van de Grasshoppers Zürich tien keer, dat van Servette zeven keer, dat van Sankt Gallen zes keer, dat van de Young Boys Bern en FC Zürich vier keer.Voorzitter Willemin krabt zich in het haar. "Delémont is een peuter die op de speelplaats van de grote jongens mag meespelen. Dit stadje telt twaalfduizend inwoners, dat stelt dus niets voor. Terwijl de meeste andere eersteklassers een professioneel statuut hebben, zijn wij zelfs nog niet als semi-professioneel ingeschreven. Het is de roeping en de opdracht van Delémont om jongeren te vormen en ik moet zeggen, dat lukt ons wonderwel. Als je onze kapitein, Alex Vernier, even buiten beschouwing laat, ligt de gemiddelde leeftijd van de spelers onder de 23 jaar. Vier van onze spelers komen uit de eigen streek, de Jura, ook dat is naar Zwitserse normen opvallend veel. Jongeren van minder dan vijftien jaar mogen bij ons gratis binnen. We springen behoedzaam om met de subsidies van de Zwitserse voetbalfederatie. Ook de stad erkent de sociale rol die we spelen, want het stelt het stedelijke omnisportstadion - La Blancherie werd in 1995 gebouwd en biedt plaats aan 6650 mensen - gratis ter beschikking. Natuurlijk zou de stad nog meer kunnen doen, maar dat is dan weer een andere geschiedenis." Overigens leeft het voetbal wel in Delémont. Met een gemiddelde van 1.600 toeschouwers scoorde Sport-Réunis vorig seizoen het best van alle tweedeklassers. Bovendien kan de club rekenen op een trouwe sponsor : Cerjo (brillen) steunt Delémont al 25 jaar. Voorts doen vier cosponsors hun duit in het zakje.Het volstaat kennelijk niet om de club tot een volwaardige eersteklasser uit te bouwen. Desalniettemin houdt Michel Renquin er de moed in. "Ik ben nu elf jaar trainer en voel me nog even geestdriftig als de eerste dag. De ontgoochelingen die je oploopt, moet je achter je kunnen laten. En je moet nu eenmaal werken met de spelers die de club je geeft. Dit seizoen is dat niet om over naar huis te schrijven, maar in het voetbal hangt succes gelukkig ook af van de arbeidsintensiteit en van psychologie. Ik probeer de spelers vertrouwen in te pompen. Ze mogen niet met schrik aan een wedstrijd beginnen. Daarom opteer ik altijd voor een 3-4-3. Met drie spitsen, inderdaad. Ik wil dat mijn spelers in zichzelf geloven. Daar probeer ik ze toe te brengen, in mijn aanpak combineer ik autoriteit met verdraagzaamheid en begrip. Het is niet altijd evident om de goede mix van dit alles te vinden. Zo-even moest ik Samuel Ojong, onze Kameroense spits van 22 jaar, met hand en tand uitleggen dat de opmerkingen die ik maak, bedoeld zijn om hem vooruit te helpen, en niet om hem te breken." door Bernard Geenen'Het is goed om schoenen te hebben. Maar het zou nog beter zijn mocht ik spelers in die schoenen kunnen zetten.'