Standard voerde een merkwaardige transferpolitiek. Het had al een sterk team, maar liet toch veel spelers gaan.
...

Standard voerde een merkwaardige transferpolitiek. Het had al een sterk team, maar liet toch veel spelers gaan.Michel Preud'homme : "Ik wist dat Vedran Runje zou vertrekken, maar ook dat Filip Susnjara hem waardig kon vervangen. Yobo mocht weg omdat ik met Blay een andere veelbelovende rechtsachter had, terwijl ook DidierErnst daar kan spelen. Naast Van Buyten wilden we nog een linksvoetige centrale verdediger. Van Meir bood meer : gestalte, goeie verre trap. Gezien zijn ervaring was hij een koopje. Toen Van Buyten vertrok wilde ik er naast Laurent Wuillot een centrale verdediger bij. Dat werd Okpara, die het Belgisch voetbal kent en dus geen aanpassing nodig had. " Mornar was einde contract en wilde zijn verbintenis niet verlengen. Daardoor zou hij na dit seizoen gratis vertrokken zijn. Standard had een oplossing : Sporting Lissabon, maar dat zag hij niet zitten. Zijn transfer naar Anderlecht bracht voor de club uiteindelijk méér op dan als hij naar Lissabon was gegaan. Ik had ook graag Wilmots en Walem samen in het elftal gehad. Maar Standard is Schalke niet, waar ze niet moeten tellen voor ze een transfer afsluiten. Walem was zeker geen tweede keus voor het geval de zaak met Wilmots niet doorging. "Dat er hier zoveel transferbedrijvigheid was, is niet typisch voor Standard. Het probleem is niet waarom en wanneer spelers vertrekken, maar welke de alternatieven zijn. Van Dooren, bijvoorbeeld, kwam op de markt. Verder wilde ik een andere spelmaker dan Prosinecki, omdat ik een andere tactiek wilde uitwerken. Op het eind van vorig seizoen voetbalde Standard al hoger op de helft van de tegenstander. Een duidelijke 4-3-3 was het uitgangspunt." Vorig seizoen voetbalde Standard op het middenveld in een driehoek met de punt naar voor. Dat is nu omgekeerd : de punt wijst naar achter en wordt bezet door Harold Meyssen.Michel Preud'homme : "Veel trainers bevolken hun middenveld met zoveel mogelijk spelers om de strijd daar aan te gaan. Ik koos voor drie kleine spelers, die wel allemaal ooit als verdedigende middenvelder hadden gespeeld, maar die oorspronkelijk toch gevormd werden als creatieve middenvelders, als nummer tien. Een trio van echte verdedigende middenvelders is voor mij Simons- Clement- Lembi bij Brugge. "Dat Ernst en Meyssen vorig seizoen veel gele kaarten pakten, kwam omdat de spitsen te weinig mee verdedigden, te snel uitgeschakeld waren of hun positiespel onvoldoende beheersten. Ik heb mijn aanvallers duidelijk gemaakt dat het me niet kan schelen hoelang ze het volhouden, als ze hun deel van het verdedigende werk maar opknappen. "Gestalte op het middenveld vind ik minder belangrijk. Op voorwaarde dat je voor- en achteraan grote spelers hebt, die het verschil kunnen maken op stilstaande fases. Vaak hoor je dat het belangrijk is in voetbal dat je het eerste duel wint, maar ik vind het tweede duel even belangrijk, als de bal na een betwisting op de grond valt. Dan moet je hem met de voet recupereren en hem proberen in de eigen rangen te houden. Ons trio kan dat. "Ik ben geen voorstander van één spelverdeler. Want als hij afgeblokt wordt, verdwijnt alle creativiteit uit je ploeg. Bij mij mag iedereen van positie veranderen om de tegenstander te verrassen, op voorwaarde dat zijn positie overgenomen wordt. Als Meyssen ruimte heeft, mag hij inschuiven. Ik stel vast dat hij vaak blijft hangen omdat Ernst van nature makkelijk naar voor loopt, maar ik zou hem graag vaker zien inschuiven. Anders komen we vast te zitten als Walem door een tegenstander afgeblokt wordt of een mindere dag heeft."Harold Meyssen : "Omdat Walem de bal sneller laat gaan dan Prosinecki, zou ik vaker en makkelijker kunnen inschuiven, maar ik wacht daarmee tot de automatismen op punt staan. Ik wil niet dat we ineens allemaal naar voor stormen. In dit systeem is het ook niet gepast om een lange bal te versturen, behalve wanneer er ruimte in de hoeken ligt. Een gebrek aan vertrouwen maakt dat we het af en toe toch doen, ook al brengt het ons niets bij. Met twee aanvallende middenvelders moet je via een snelle balcirculatie altijd de vrije speler in het strafschopgebied van de tegenstander vinden. Op voorwaarde dat onze aanvallers en verdedigers niet verder dan veertig meter uit elkaar spelen. Als we goed druk uitoefenen, verplichten we de tegenstander om een verre bal naar voor te sturen, waar wij met onze grote achterspelers tachtig procent van de kopduels winnen en weer aan de opbouw kunnen beginnen." Didier Ernst : "Aanvankelijk hield Preud'homme mij twee posities voor : rechtsback of verdedigende middenvelder op rechts, naast Meyssen. Uiteindelijk speel ik nu op nog een andere plaats, meer naar voor. Ik moet de bal dieper gaan vragen. Van kant veranderen, dat durf ik nog niet." Johan Walem : "Ik heb een vrije rol. Ik moet de ruimtes induiken die gecreëerd worden door de bewegingen van de spitsen. Na mijn periode bij Anderlecht ben ik geëvoleerd van een verdedigende naar een aanvallende middenvelder. Zo voel ik me op mijn best. Ik loop veel, ik stop me niet weg. Ik stel vast dat we met de week hoger voetballen, maar wat we écht waard zijn, zal maar in de topmatchen blijken." Michael Goossens leek op een zijspoor te zijn beland, maar samen met Moreira zorgt hij - profiterend van de blessure van Lukunku en de mindere vorm van Årst - voor nieuwe impulsen voorin.Michael Goossens : Ik wist niet goed wat me te wachten stond. In een gesprek met Luciano D'Onofrio, die ook mijn manager is, vernam ik dat ik bij een goed bod weg mocht. Anders gezegd : de deur stond op een kier, maar ze hebben me niet buitengeduwd. Ik denk niet dat iemand me ooit kon verwijten dat ik me onvoldoende inzette. Ik ben geen zweetdief geweest. Ik heb me altijd ten dienste gesteld van de ploeg. Ik stel me geen vragen meer omtrent mijn favoriete positie. Tegenwoordig moet je als speler een beetje van alles kunnen. Kijk maar naar Marc Wilmots. Wie niet voortdurend de knop kan omdraaien van verdedigend naar aanvallend voetbal en omgekeerd, ligt eruit. Gelukkig heb ik dat altijd gekund. We zijn voortdurend in beweging, wat fysiek veeleisend is, maar ik hou ervan. Ik kan niet negentig minuten in het strafschopgebied geduldig staan wachten op die ene bal." Michel Preud'homme : "Vorig jaar speelde Michael niet veel. Bij zijn terugkeer zag ik meteen dat hij zichzelf in vraag had gesteld. Goed voor hem. Lukunku heeft ook zijn kans gegrepen. Als hij terugkeert, kan het dat hij op rechts speelt en Årst diep in de spits, bijvoorbeeld. Mijn systeem lijkt een beetje op dat van AA Gent, waar Ole-Martin goed presteerde. Met dat ene, grote verschil : Standard maakt het spel, het ondergaat het niet." door Pierre Bilic en Patrice Sintzen