'Als je naar me kijkt, zie je een stomme kop.' Het zijn de woorden die Franck Berrier uitspreekt tijdens een interview in maart 2017 als speler van Oostende. Voor alle zekerheid herhaalt hij zijn woorden. 'Welja, toch! Als je naar me kijkt, zie je een stomme kop.'
...

'Als je naar me kijkt, zie je een stomme kop.' Het zijn de woorden die Franck Berrier uitspreekt tijdens een interview in maart 2017 als speler van Oostende. Voor alle zekerheid herhaalt hij zijn woorden. 'Welja, toch! Als je naar me kijkt, zie je een stomme kop.' Het grootste deel van het interview zou gaan over de verkeerde beeldvorming van de kleine Fransman. Hij blinkt uit op het veld, maar in het dagelijkse leven verkiest hij om in de luwte te blijven. Het charisma van Berrier, die vorige vrijdag op 37-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een hartstilstand, was omgekeerd evenredig aan zijn voetbaltalent. In totaal speelde hij 300 duels voor Zulte Waregem, Standard - waar zijn echec een open wonde bleef tot aan zijn vroegtijdig pensioen in 2019 - en Oostende. Hij scoorde net geen vijftig keer en rondde de kaap van de honderd assist. Maar na elk interview hadden we achteraf het gevoel dat hij zich niet echt gelukkig voelde in de voetbalwereld. En toch bleven enkele zaken die hij ons toevertrouwde hangen. 'Ik glimlach niet naar mensen die ik niet ken, ik streef daar ook niet naar, ik probeer niet om vrienden te maken of om toenadering te zoeken tot de supporters. Zodra de training is afgelopen, stap ik in de wagen en rijd ik naar huis.' Zijn ding was voetbal. En niets anders. 'Zodra je je begint te interesseren voor alles eromheen, voel je vlug dat het helemaal niet zuiver is. Het is toch een wat bizar wereldje. Ik ben voetballer, speler. Ik wil me alleen daarmee bezighouden. Bekijk de mensen die een andere job uitoefenen in het voetbal - makelaars, bepaalde voorzitters, bepaalde sportief directeurs... - van dichterbij... Nee, ik denk daar liever niet aan. Er is veel gesjoemel en ik wil daar niet aan meedoen. Je moet de dingen zeggen zoals ze zijn, de werkelijkheid onder ogen zien: er zijn eerlijke mensen in het voetbal, maar er zijn vooral veel oneerlijke. Iedereen weet toch dat er veel hypocrieten rondlopen in de voetbalwereld? En die hypocrisie wordt vooral veroorzaakt door het geld.' Volgens Berrier was het best mogelijk om aan het voetbal boezemvrienden over te houden. Maar vriendschapsbanden smeden met zijn ploegmaats was nooit een doel voor de spelverdeler. 'Ik heb geen vrienden in het milieu omdat ik ook niet probeer om er te hebben. Ik heb veel kennissen, ik kom met iedereen goed overeen. Je mag gaan kijken in alle clubs waar ik gespeeld heb, 95 procent van de mannen die je zult tegenkomen lopen hoog op met me. Maar vrienden? Nee. Zelfs in het leven heb ik niet veel vrienden.' Hij was er zich van bewust dat zijn kluizenaarsbestaan hem soms parten heeft gespeeld. 'Ik weet dat ik een reputatie heb in het milieu. Ik heb al gehoord dat ik een rotkarakter heb, men heeft gezegd dat ik rotzooi breng in de kleedkamer. Maar dat is nooit gebeurd. Nooit. Feitelijk kent men mij heel slecht en ik denk dat dat mijn carrière beïnvloed heeft. Ik denk dat bepaalde goeie clubs bang zijn geweest om me te nemen, omdat ze vreesden dat ik problemen zou veroorzaken.' Berrier sloot het weergaloze interview van 2017 af met een serieuze bekentenis: dat hij enkel in de voetbalwereld kon overleven omdat hij voor niets anders gemaakt was. 'Profvoetballer worden is het enige beroep dat ik had kunnen doen. Ik zie echt geen enkele andere branche waarin ik iets had kunnen betekenen. Als je ziet wat we verdienen in verhouding tot wat we doen! We werken drie uur per dag, soms iets meer. Oké, het gebeurt dat we twee trainingen op één dag hebben, we hebben geen weekends, we kunnen niet op vakantie gaan zoals iedereen in juli en augustus, we moeten geregeld verhuizen, we moeten ons aanpassen aan nieuwe collega's, maar goed... Vergeleken met mensen die naar de fabriek gaan voor 1200 of 1400 euro per maand...'