Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besliste vorige week om de fameuze Rule 50.2 van het olympische charter te handhaven. Die regel verbiedt al decennia lang elke vorm van protest, of van politieke, religieuze of raciale propaganda op olympische sites en venues, met name tijdens de wedstrijden, officiële ceremonieën en medaille-uitreikingen.
...

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besliste vorige week om de fameuze Rule 50.2 van het olympische charter te handhaven. Die regel verbiedt al decennia lang elke vorm van protest, of van politieke, religieuze of raciale propaganda op olympische sites en venues, met name tijdens de wedstrijden, officiële ceremonieën en medaille-uitreikingen. Na de dood van George Floyd en de daaropvolgende Black Lives Matterprotesten in de hele sportwereld, vroegen onder andere het Amerikaans Olympische Comité en de Duitse atletenvereniging om de Rule 50.2 te wijzigen. Ook met oog op de controversiële Winterspelen van 2022 in China (vanwege de onderdrukking van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang). Daarop hield de Atletencommissie van het IOC, tussen 7 december 2020 en 7 januari 2021, een enquête: negentien vragen, beantwoord door 3567 atleten, die 185 nationale olympische comités en 41 olympische sporten vertegenwoordigen. De resultaten waren duidelijk en geenszins verrassend: slechts veertien tot zestien procent was voorstander van protesten tijdens wedstrijden, de openingsceremonie en medaille-uitreikingen. Met die nuance: de gemiddelde leeftijd van de respondenten was 33 jaar, en veertien procent van hen waren Chinezen (met voorsprong de grootste groep, de VS volgt met zeven procent). Niet onbelangrijk, want van de zestien grootste nationale olympische comités stemden er veertien met een meerderheid tegen protesten op het podium. Met China en Rusland als koplopers (91% en 84%), gevolgd door onder meer Frankrijk (77 procent), Australië (75 procent) en zelfs de VS (53 procent). De atleten van alle zestien grote NOC's waren ook in grotere getalen tegen protesten tijdens de openingsceremonie en tijdens de olympische competities. Heel anders was de respons op de vraag of atleten ook in de mixed zones en tijdens persconferenties mogen protesteren - wat Rule 50.2 nooit heeft verboden. Hier was alleen een ruime meerderheid van atleten uit China (87 procent) en Rusland (56 procent) tegen. Een ruime meerderheid stemde wel voor een 'moment van solidariteit' tijdens de openingsceremonie. Daar gaf het IOC wel gehoor aan. De olympische eed zal voortaan, naast fair play, ook termen bevatten als 'inclusie', 'gelijkheid' en 'solidariteit'. Ook uniformen met daarop 'peace', 'respect' en 'equality' zullen worden toegelaten - weliswaar geen 'Black Lives Matter'. De Atletencommissie drong wel aan dat de straffen, bij een inbreuk op de Rule 50.2, duidelijker moeten worden gestipuleerd. Dat moet de IOC Legal Affairs Commission nog voor de Spelen uitklaren, op basis van de 'respectieve context van elk individueel geval'. De beslissing om de Rule 50.2 te behouden druist in tegen dat van het Amerikaans Olympisch en Paralympisch Comité (USOPC) om zijn sporters niet te bestraffen als die zouden knielen of een vuist zouden opsteken, als symbool tegen racisme of ongelijkheid. Het USOPC wil er een onderscheid maken tussen zulke protesten en louter politieke protesten. Het IOC, gesteund door zijn Atletencommissie, wijst dat resoluut van de hand. Zij vinden dat atleten politiek beïnvloed kunnen worden. En zo, tegen hun wil, gedwongen worden tot bepaalde acties. Global Athlete, progressieve vereniging van atleten, heeft de enquête al aan de kaak gesteld. 'Volgens verschillende experten was die niet objectief, te resultaat gestuurd en toonaangevend. Je kan geen enquête houden over mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Die bevragingen dienen enkel om de meerderheid te bekrachtigen, terwijl een minderheid wil en moet gehoord worden.'