Brons, zilver, goud. De medailles van de Belgen op de Olympische Spelen gingen vorige week in stijgende lijn. Het enthousiasme van de sportfan in dit land ook. Het begon al in het openingsweekend met de olympische titel voor Greg Van Avermaet, en het ging crescendo. Omdat heel veel evenementen plaatsvonden tijdens uren waarop u en ik normaal slapen, leek het even alsof er van olympische koorts geen sprake was, maar daar hebben Nafi Thiam en co toch wel wat aan gedaan.
...

Brons, zilver, goud. De medailles van de Belgen op de Olympische Spelen gingen vorige week in stijgende lijn. Het enthousiasme van de sportfan in dit land ook. Het begon al in het openingsweekend met de olympische titel voor Greg Van Avermaet, en het ging crescendo. Omdat heel veel evenementen plaatsvonden tijdens uren waarop u en ik normaal slapen, leek het even alsof er van olympische koorts geen sprake was, maar daar hebben Nafi Thiam en co toch wel wat aan gedaan. Opvallend daarbij: het zijn, voorlopig, niet de verwachte Belgische namen die voor de medailles zorgen. Dirk Van Tichelt werd, op zijn derde Spelen, niet direct op het judopodium verwacht. Pieter Timmers, zilver, kreeg van sommige kenners ook de wind van voren. En Nafi Thiam, 21 pas, verraste vriend en vijand, ook in het buitenland. Zeker na de onheilspellende berichten over een blessure aan haar arm. Ze zei zelf vooraf dat ze niet helemaal klaar was. Daar was afgelopen weekend weinig van te merken. Koningin Nafi veroverde vele harten, ook over het Kanaal, waar ze prestaties van meerkampers hoog inschatten. Andere, meer verwachte namen, stelden vorige week wat teleur, soms ook door ziekte. Presteren op het juiste moment op het hoogste niveau is niet alleen een kwestie van fysiek, maar ook van wat geluk en veel mentale weerbaarheid. Sommige atleten kunnen beter met druk om dan andere. Vier medailles, dat was zondagavond bij het afsluiten van dit blad de olympische tussenstand van de Belgen. Nog steeds maar de helft van Nederland op hetzelfde moment, en in de totale ranking goed voor een zeventiende plaats. Net als bij het relatieve succes van de Rode Duivels (relatief, omdat ze korte tijd eerste en nu toch al een tijdje tweede staan op de rankings, zonder ooit verder te zijn geraakt dan een kwartfinale op een toernooi) kun je de vraag stellen of dit nu het gevolg is van een doorgedreven topsportbeleid dan wel het resultaat van individueel doorbijten. Met andere woorden: mogen de diverse sportministers in ons land een pluim op hun hoed steken? Net als voor het voetbal is het moeilijk om een eenduidig ja te zeggen. Het succes van de Rode Duivels steunt voor een deel mee op de jeugdwerking van Ajax of Lille en de postformatie in Engeland, Nederland en Italië. Maar ook op een betere werking van de Belgische topclubs. Opvallend daarbij: een sterke aanwezigheid van Franstalige, vaak Luikse, voetballers. Het succes van de Belgen in Rio lijkt ook mee geholpen door het beleid, zij het voorlopig vooral een Vlaams. Dat is geen toeval, zeggen vorsers aan onze universiteiten. Vlaanderen scoort beter in talentdetectie en -begeleiding. Het topsportbeleid in Vlaanderen is geconcentreerd en geregionaliseerd. Zwemmen in Antwerpen, balsporten in Leuven, atletiek in Gent. Koppel daar ervaren succescoaches aan (RonaldGaastra bewijst al twee decennia zijn expertise, Wim Vandeven ook) en je krijgt een winnend effect. Een effect dat evenwel nog veel beter kan. Nederland had zondag dus al acht medailles, Hongarije (toegegeven, mede dankzij een uitzonderlijke zwemster) elf. Denemarken zes. Atleten in de beste omstandigheden naar de top brengen kost geld, dat bewijzen Engelsen en Australiërs. Met een subsidiepot die al een tijdje gelijk blijft, is dat moeilijk. De topsportpot moet dus groter, want succes zet aan tot sporten bij de jeugd en daar wordt iedereen beter van, de hele maatschappij. Dat snappen ze ook in het voetbal. Vorig weekend liet Ivan De Witte, voorzitter van AA Gent, zich in een interview ontvallen dat het komende televisiecontract voor de eerste klasse er eentje van 100 miljoen euro moet worden. In één beweging kondigde hij ook aan dat idealiter tegen de start van het seizoen 2018/19 eerste klasse nog een beetje mag afgeslankt worden. Tot veertien, of nog beter twaalf. Het zullen die twaalf zijn die het gros van dat geld mogen besteden. Koning Voetbal slokt veel op, alle Thiams ten spijt. Op zich is er niks mis met wat ambitie. Op voorwaarde dat de inkomsten op een zinvolle manier worden geïnvesteerd. In, wat De Witte suggereert, bijvoorbeeld steeds betere accommodaties voor de fans. Op voorwaarde dat er, bijvoorbeeld, een rem komt op commissielonen en geld dat uit het voetbal vloeit. Op voorwaarde dat, bijvoorbeeld, bestuurslui geen transfers meer kunnen tegenhouden omdat hun eigen forse commissieloon gevaar loopt. Op voorwaarde dat een aantal uitwassen worden weggesneden. DOOR PETER 'T KINT'Met ambitie is niks mis, maar uitwassen moeten worden weggesneden.'