De cornervlaggen zijn gezet op het Rooi, het stadion van vierdeklasser Berchem. De belangrijkste taak van Alfons Bracke (75) met het oog op de wedstrijd van straks zit er dus op. Hij neemt plaats op een stoel en legt zijn pet op tafel. Al sinds zijn veertiende woont Alfons elke wedstrijd van Berchem bij. "Vroeger," vertelt hij, "in de goeien tijd, net na de oorlog, streden wij met Anderlecht voor de titel. Toen kwam 20.000 man kijken. De tribune bood nochtans maar plaats aan 18.000 supporters. Maar ook de atletiekpiste rond het veld werd dan v...

De cornervlaggen zijn gezet op het Rooi, het stadion van vierdeklasser Berchem. De belangrijkste taak van Alfons Bracke (75) met het oog op de wedstrijd van straks zit er dus op. Hij neemt plaats op een stoel en legt zijn pet op tafel. Al sinds zijn veertiende woont Alfons elke wedstrijd van Berchem bij. "Vroeger," vertelt hij, "in de goeien tijd, net na de oorlog, streden wij met Anderlecht voor de titel. Toen kwam 20.000 man kijken. De tribune bood nochtans maar plaats aan 18.000 supporters. Maar ook de atletiekpiste rond het veld werd dan vol met stoelen en banken gezet, er kroop zelfs volk in de bomen. Nu springen ze hier al tegen het plafond als er nog eens 2000 man komt kijken. "Anderlecht had in die tijd op het einde van het seizoen altijd net dat tikkeltje meer." Nadat Berchem in 1949 en 1950 telkens tweede was geworden, eens op drie en eens op vijf punten van Anderlecht, eindigden de Antwerpenaren in 1951, tijdens het laatste van drie gouden seizoenen, gelijk met de Brusselaars op de eerste plaats. Beide hadden 38 punten. Maar paars-wit had maar vijf matchen verloren en Berchem negen. Dat gaf toen nog de doorslag. Korte tijd later werden de reglementen veranderd naar de nog steeds geldende regel waarbij bij een gelijk aantal punten de club met de meeste gewonnen matchen het hoogst geklasseerd staat. "Ik ging al in de jaren veertig bij alle verplaatsingen mee. Met de fiets natuurlijk. Ik ben er zelfs op een bepaald moment nog een gaan huren om te kunnen gaan. Samen met mijn broer reed ik naar Charleroi, Luik, noem het op. De wedstrijd vond telkens zondag plaats, om drie uur. Wij vertrokken meestal 's morgens rond acht uur. Ik werkte in die tijd al, met een leercontract. Van mijn ouders mocht ik de helft van mijn pree houden. Daarmee betaalde ik mijn toegangsticket, toen ongeveer vijftig frank."Berchem bracht in zijn geschiedenis de meeste jaren door in een van de hoogste twee klassen. Verscheidene grote voetbalmensen passeerden er de revue, onder wie de legendarische Ludo Coeck, die later ook nog bij Anderlecht en Inter Milan voetbalde. Op het einde van de jaren tachtig begon de terugval, met als absoluut dieptepunt een disciplinaire degradatie naar eerste provinciale in 2000. Berchem klom weer op en speelde in 2003 kampioen in derde nationale B, maar kreeg geen licentie voor tweede. De leuze die toen weerklonk, was : de besten op het veld, spijtig van het geld. De huidige doelstelling is om het seizoen 2007/08, bij het honderdjarig bestaan van de voetbalafdeling van de club, in de derde klasse te kunnen doorbrengen. De tijden van weleer keren vermoedelijk nimmer weer op het Rooi. Was het voetbal hier vroeger schoner, Alfons ? " Dasal wel zaain !" Volgende week : GrimbergenKRISTOF DE RYCK