Trots meldde de UCI voor het WK: '289 renners uit 24 landen, over alle categorieën, zullen deelnemen. Een record!' Windowdressing, bleek op zondagavond, want nooit voorheen domineerden slechts twee landen: België en Nederland.
...

Trots meldde de UCI voor het WK: '289 renners uit 24 landen, over alle categorieën, zullen deelnemen. Een record!' Windowdressing, bleek op zondagavond, want nooit voorheen domineerden slechts twee landen: België en Nederland. Het korfbalgehalte was het grootst bij de heren elite: voor het eerst in de moderne geschiedenis van het WK slechts drie nationaliteiten in de top tien: zeven Belgen, twee Nederlanders en één Duitser: Marcel Meisen. Die drie niet-Belgen was ook een evenaring van het laagterecord van Koksijde 2012, toen de top zeven zelfs volledig tricolore getint was, voor Simunek (Tsj), Walsleben (Dui) en Zahner (Zwi). Geen Nederlanders dus, maar de wereldtitels bij de mannelijke beloften en junioren gingen naar Lars van der Haar en ene Mathieu van der Poel (voor Wout van Aert), de twee Hollanders die zich bij de profs in Bogense voor en tussen de Belgen in de top tien fietsten. Alleen tussen stek tien en twintig finishten er in Denemarken nog vier niet-Belgen/Nederlanders. Ook in het zogenaamd internationalere deelnemersveld bij de vrouwen elite eindigden na wereldkampioene Sanne Cant, en vier Nederlandse dames, slechts drie niet-Belgische/Nederlandse veldrijdsters in de top tien, op plaatsen zes, zeven en acht. Met de Britten BenTulett en TomPidcock veroverden voor het eerst sinds 2010 wel twee niet-Belgen/Nederlanders de regenboogtrui bij de heren junioren en beloften - de eerste 'exotische' dubbel sinds de invoering van de beloftecategorie in 1996 -, maar verder behaalde alleen de Fransman Antoine Benoist nog brons, bij de beloften. Totale medaillespiegel: zes plakken voor Nederland en voor België, twee voor Groot-Brittannië en één voor Frankrijk. Slechts vier landen met WK-eremetaal: een dieptepunt. Net als het aantal medailles, drie, voor de 'exotische' landen. Een trend die zich al het hele seizoen aftekent: in de Wereldbekereindstand bij de heren elite staat welgeteld één (!) niet-Belg/Nederlander in de top twintig: Michael Boros (Tsj) als 14e, bij de dames elite slechts vier in de top 15. En van de 240 toptienplaatsen in alle klassementscrossen bij de mannen (plus EK en WK) gingen er amper 14 (zés procent) naar een 'exoot'. Hoe contrasterend is het dan ook dat uitgerekend het veelzijdigste wielertalent sinds lange tijd, Mathieu van der Poel, de kannibaal van deze regiosport is, met (eindelijk) een tweede wereldtitel bij de profs. Nadat hij in 2018 al de Nederlandse driekleur en vooral brons op het WK mountainbike had veroverd. Met nu ook goud in het veld werd VDP zelfs de eerste prof die medailles pakte in opeenvolgende WK's in de twee offroad disciplines van het wielrennen. Waarvan, niet toevallig, de ene géén en de andere wel een olympisch statuut heeft. Wegens veel internationaler: op het jongste WK mountainbike werden de 18 medailles van de zes wedstrijden (junioren/beloften/elite heren en dames) verdeeld over 12 landen - vs. vier in het veld (over vijf races). Alleen bij de mannen elite was de top tien minder multinationaal getint, met vier Zwitsers, twee Fransen, twee Italianen, een Nederlander (MVDP) en een Braziliaan. De eerste Belg op dat WK? Jens Schuermans, als 17e...