De eerste maanden van het (kalender)jaar zijn voor een voetbalclub traditioneel moeilijke maanden. Dat komt door de ongezonde financiële structuur van de voetbalsector, veroorzaakt door een ongelijke spreiding van de inkomsten : die concentreren zich voornamelijk in de maanden juni tot augustus, wanneer de fans hun abonnement kopen en de sponsors hun bijdragen toezeggen. Vaak dekken die inkomsten de (latere) uitgaven niet. Vooral wanneer een ploeg beter dan verwacht presteert, en er dus meer winstpremies moeten worden betaald, komen clubs in de problemen. Voor de topclubs is dat wanneer ze niet door de voorronden van Champions League of UEFA Cup raken, of Europees niet overwinteren, en dus naast gebudgetteerde inkomsten grijpen.
...

De eerste maanden van het (kalender)jaar zijn voor een voetbalclub traditioneel moeilijke maanden. Dat komt door de ongezonde financiële structuur van de voetbalsector, veroorzaakt door een ongelijke spreiding van de inkomsten : die concentreren zich voornamelijk in de maanden juni tot augustus, wanneer de fans hun abonnement kopen en de sponsors hun bijdragen toezeggen. Vaak dekken die inkomsten de (latere) uitgaven niet. Vooral wanneer een ploeg beter dan verwacht presteert, en er dus meer winstpremies moeten worden betaald, komen clubs in de problemen. Voor de topclubs is dat wanneer ze niet door de voorronden van Champions League of UEFA Cup raken, of Europees niet overwinteren, en dus naast gebudgetteerde inkomsten grijpen. Januari is ook een probleemmaand omdat het kampioenschap grotendeels stilligt. Minder wedstrijddagen betekent minder ticketingomzet. Maar vooral likken de meeste clubs dan de wonden die het licentiedossier heeft geslagen. Daarvoor moeten ze per 31 december alle achterstallen aan een rist schuldeisers betaald hebben. Gelukkig doet er zich in januari ook een tweede, kleinere inkomstenpiek voor. Overbodige spelers worden van de hand gedaan, maar die winst wordt vaak direct weer tenietgedaan door inkomende (paniek)transfers. Belangrijker zijn de tv-gelden die de profliga na Nieuwjaar doorstort en die voor sommige clubs het verschil tussen leven en dood uitmaken. Sinds vorige winter en dankzij Belgacom TV gaat het om grotere bedragen dan ooit. Het is heel deze context waarnaar Jos Vaessen precies een jaar geleden impliciet verwees, toen uitlekte dat RC Genk met een liquiditeitsprobleem zat. "We hebben op dit ogenblik even een probleem, maar dat is zeker niet uitzonderlijk", legde de Genkvoorzitter uit in de kranten van 15 februari 2006. "In deze periode van het jaar hebben alle voetbalclubs minder inkomsten. Andere jaren heb ik zelf bijgepast of aan de leveranciers uitstel van betaling gevraagd." Vaessen moest toegeven dat hij dit keer van enkele grootverdieners in de spelersgroep de helft van hun loon van februari en maart pas in april zou uitbetalen. "Als we Europees en in de beker verder waren geraakt, had ik dit niet gedaan", zei hij nog. Niet alleen financieel, ook sportief was het kommer en kwel in Genk twaalf maanden geleden. Europees afgegaan tegen het Bulgaarse Litex Lovech (september), uit de Belgische beker getrapt door STVV (december) en in de competitie tegen de drie topclubs (Anderlecht, Club Brugge en Standard) amper twee op negen behaald - in de terugronde zou daar nul op negen bij komen. Met een gevleide thuiszege tegen AA Gent klom de ploeg van Hugo Broos medio februari nog naar de vierde plaats in de rangschikking, naast Zulte Waregem, waartegen het een week later speelde én verloor : het derde uitverlies op rij. Alles werd in die periode in vraag gesteld in het Fenixstadion : de transfers, de trainer, de kleedkamer. Vandaag is het rot in de spelersgroep weggesneden, blaakt Hugo Broos als nooit tevoren van zelfvertrouwen en wordt de halve ploeg naar de Rode Duivels geschreeuwd. Niemand die nog spreekt van Koen Daerden of Steven Defour, spelers die onmisbaar werden geacht toen. Dat zij, de aanvoerder en de spelmaker, weg zouden gaan na een jaargang met slecht voetbal en te weinig punten, was het laatste wat Genk leek te kunnen verdragen. Toch gebeurde het. Vier miljoen euro had Wolfsburg al eens voor Daerden willen betalen, maar Jos Vaessen overwoog het bod zelfs niet en stuurde de Duitsers wandelen. Een jaar later legde Club Brugge vier miljoen op tafel en was Vaessen zijn clubicoon kwijt. Dat Club een horrorseizoen doormaakt en Daerden deelt in de malaise, komt Genk nu niet slecht uit. Het vertrek van Defour wordt om heel andere redenen niet als een verlies ervaren. Een geluk bij dat ongeluk was dat Genk plots de financiële armslag kreeg om transfers te doen en enkele zware contracten aan de kant te zetten. Met sommigen werd nog aan het nieuwe seizoen begonnen, maar zopas is met Seyfo Soley de laatste niet langer gewenste speler ook daadwerkelijk de deur uit gedaan. De huidige Genkse spelersgroep is hecht, speelt uitstekend voetbal en loopt, afgaande op de afkeurende commentaren op de selectiepolitiek van bondscoach René Van-dereycken, vol internationals. Een van hen is Hans Cornelis. Precies een jaar geleden keerde hij terug in de ploeg na drie lange maanden geblesseerde afwezigheid. Nog net geen mislukte transfer, maar toch al een met vraagtekens achter. Cornelis tekende in Genk toen Vandereycken er nog trainer was. Nieuwjaar 2005 was dat, toen duidelijk was dat zijn wegen en die van Club Brugge na dat seizoen zouden scheiden. Genk liet de buitenkans niet liggen, ondanks de grote twijfels bij zijn trainer. Vander-eycken zag naar verluidt geen verdediger in de blonde rechtsachter. En als middenvelder is de huidige bondscoach, die door zijn eigen ontslag in Genk uiteindelijk nooit werkte met Cornelis, waarschijnlijk niet de enige die er geen Rode Duivel in ziet. Op hetzelfde moment als Cornelis tekende ook Tom Soetaers in Genk. Op een zijspoor geraakt bij Ajax, deed hij veel water bij zijn financiële wijn, waardoor Genk ook hier een buitenkans zag. Opnieuw was Vandereycken niet enthousiast, maar dit keer draaide hij vrij snel bij. Dat hij Soetaers nu eens wel en dan weer niet opstelde, had vooral ook te maken met zijn gebrek aan wedstrijdritme. Vandereycken is als de dood om spelers op te branden. Toen bondscoach Aimé An-thuenis Soetaers binnen de kortste keren opriep voor de nationale ploeg, begreep de verbolgen Genkcoach daar niets van. Ook vorig seizoen, onder Broos, liep het niet gesmeerd voor Soetaers. Voor de winterstop was hij twee volle maanden bankzitter en erna, ongeveer rond deze tijd, stond hij een halfuur in de basis, waarna hij geblesseerd uitviel en pas in het voorlaatste duel van het kampioenschap nog één keer terugkeerde met een invalbeurt. Verder niets. Na anderhalf jaar voetballen in het Fenixstadion had Tom Soetaers de uit Ajax meegebrachte verwachtingen niet ingelost. Vandereycken, de bondscoach, lijkt hij nog steeds niet te hebben overtuigd. JAN HAUSPIE