Eerherstel aan de Mijn

Verrassing alom toen KRC Genk zich vorig jaar op het zomertrainingskamp zomaar tot titelchallenger van Club Brugge uitriep. Het had flink ingekocht met het oog op een paar belangrijke vertrekkers, maar uiteindelijk bleven die, zowel verdediger Lucumí als spits Onuachu. Daardoor vertrok enkel aanvaller Dessers, wegens geen zin in nog een jaar als invaller.
...

Verrassing alom toen KRC Genk zich vorig jaar op het zomertrainingskamp zomaar tot titelchallenger van Club Brugge uitriep. Het had flink ingekocht met het oog op een paar belangrijke vertrekkers, maar uiteindelijk bleven die, zowel verdediger Lucumí als spits Onuachu. Daardoor vertrok enkel aanvaller Dessers, wegens geen zin in nog een jaar als invaller. Ondanks al dat talent haalde KRC Genk een flinke onvoldoende. Het kon zijn rol van titeluitdager niet waarmaken, haalde zelfs niet de beoogde play-offs en bleef achter zonder prijs en zonder Europees ticket. Onvrede bij de vele spelers die zichzelf in gedachten al bij een club uit de vijf toplanden waanden, bij het ambitieuze bestuur en bij de aanhang, die losse namen zelden als ploeg zagen acteren en amper bereid bleken het truitje nat te maken. Ook de nieuwe spelers konden de ingedommelde vedetten niet prikkelen. Aanvallend middenvelder Trésor startte sterk, maar viel met de start van de Europese wedstrijden flink terug. Ugbo toonde zich meer schaduw dan spits, Ajaxtalent Eiting viel nooit op. Enkel de jonge centrale verdediger Sadick toonde zich een meerwaarde. Genk etaleerde slechts bij vlagen zijn voetballende klasse, zelden een hele wedstrijd lang. Het miste efficiëntie, beloonde zich te zelden met doelpunten in verhouding tot de afgedwongen kansen en zag achterin bijna elke week een ervaren international in de fout gaan. Ook de in november gehaalde trainer Storck bracht de kentering niet, al vond de Duitser zijn prestaties in Limburg onvoldoende naar waarde geschat. De cijfers gaven hem gelijk: met hem haalde KRC Genk gemiddeld 1,67 punten per wedstrijd, met Johnvan den Brom slechts 1,58. Vorig seizoen behaalde de Nederlander 36 procent van de punten, Storck 55 procent: voldoende in algemene cijfers, maar slechts goed voor een zesde plaats. Ruim onvoldoende dus. Een week voor de competitiestart zat Genk precies met dezelfde vraag van een jaar eerder: wie vertrekt nog? Van Thorstvedt en Bongonda werd al afscheid genomen, met het vertrek van LucumÍ werd - net als vorig jaar - rekening gehouden en in de spits willen Onuachu en Dessers beiden graag naar een club uit één van de vijf toplanden, maar evengoed blijven ze alle twee in Genk. Centraal is de Argentijn Castro een onverwachte aanwinst die voor gevaar uit de tweede lijn moet zorgen. Misschien haalt Genk nog een bijkomende verdedigende middenvelder, maar dat is het dan ook. Op de flanken geeft het voluit kansen aan de eigen spelers: Ito, Trésor en Oyen. Achterin was Genk vorig jaar al gewapend voor een mogelijk vertrek van Lucumí: McKenzie en Sadick staan klaar. Opvallend is weer de ruime vertegenwoordiging van de eigen jonkies in de kern. Met de vier doelmannen, oudgediende Heynen en Oyen en een blik nieuw talent - met El Khannouss als meest vooruitgeschoven naam - zijn ze net met geen tien. 'Ik hoop dat we dit seizoen weer bepaalde jongens kunnen lanceren, Bilal, Luca of iemand anders', gaf Dimitri de Condé mee. Dit jaar wordt wel een plaats in de top vier van de play-offs verwacht. Met WouterVrancken haalde KRC Genk niet alleen een trainer die stap voor stap zijn trainersloopbaan uitbouwde, van de lagere reeksen naar de top van het profvoetbal, maar ook één die als Limburger en ex-speler het huis en zijn gevoeligheden heel goed kent. Hij weet wanneer ze boven in de eretribune zenuwachtig worden, namelijk wanneer Tribune Zuid begint te joelen. Naast het verzamelde talent wil het publiek na vorig jaar nu wel bloed, zweet en tranen zien. Vrancken is bij Genk wel al de elfde hoofdtrainer in de laatste tien jaar. Geen reputatie om als club trots op te zijn.