"Op mijn elfde schreef ik mij in bij Noliko Maaseik, ik speelde er met andere woorden meer dan twaalf jaar. Je kan je dus wel voorstellen dat er veel ongeloof was toen vorige zomer bekend raakte dat ik zou overstappen naar de grote concurrent, Knack Roeselare. Een geboren en getogen Maaseikenaar die plotseling voor de aartsrivaal kiest. 'Dat kan niet, dat mag niet. Ik snap niet waarom ze jou lieten gaan.' Die reacties kreeg ik te horen. Nu we ons met Roeselare ten koste van Maaseik plaatsten voor de bekerfinale, waren de reacties nog emotioneler.
...

"Op mijn elfde schreef ik mij in bij Noliko Maaseik, ik speelde er met andere woorden meer dan twaalf jaar. Je kan je dus wel voorstellen dat er veel ongeloof was toen vorige zomer bekend raakte dat ik zou overstappen naar de grote concurrent, Knack Roeselare. Een geboren en getogen Maaseikenaar die plotseling voor de aartsrivaal kiest. 'Dat kan niet, dat mag niet. Ik snap niet waarom ze jou lieten gaan.' Die reacties kreeg ik te horen. Nu we ons met Roeselare ten koste van Maaseik plaatsten voor de bekerfinale, waren de reacties nog emotioneler. "Ze denken allemaal dat ik terugkom : 'Hij bedenkt zich nog wel, die jongen kan zijn thuis niet missen.' Het klopt dat het een aanpassing vergde, maar ondertussen voel ik mij goed in Roeselare. Ik zie deze transfer naar Roeselare echter als een stap verder in mijn carrière. Ik ben niet vertrokken met het idee eens even aan de andere kant van België te gaan kijken hoe het daar is om meteen weer terug te keren. Ik wil het hoogst mogelijke uit mijn sportieve loopbaan halen en zou dus het liefst van al na Knack Roeselare een buitenlandse uitdaging aangaan. "Er bestaan duidelijke verschillen tussen Maaseik en Roeselare. In Maaseik leeft het volleybal enorm, meer nog dan in Roeselare. Maaseik telt, de randgemeenten meegerekend 22.000 inwoners, Roeselare een dikke 50.000, denk ik. Maaseik is dus een veel kleinere stad, waar er op het sportvlak weinig of niets anders te beleven valt dan de volleybalclub. Roeselare heeft bijvoorbeeld ook nog een voetbalclub in tweede klasse. Iédereen kent je in Maaseik : je kan niet op straat lopen zonder dat ze je tegenhouden, om de vijftig meter moet je mensen begroeten, een praatje slaan. Hier kan ik rustiger naar een wedstrijd toeleven. Er is veel minder sprake van interne en externe druk. Met intern bedoel ik dat ze het bij Maaseik de voorbije jaren zó gewoon waren om altijd maar te winnen, zowel landstitel als beker, dat het een must werd. "Ook op het karakteriële vlak merk ik een onderscheid, West-Vlamingen hebben toch wel een andere instelling dan Limburgers. Terwijl bij ons het collectieve, het wij-gevoel overheerst, gaat het er hier allemaal wat individueler aan toe. Althans zo ervaar ik het. Ze maken in West-Vlaanderen ook veel grapjes over Limburgers, maar goed, zoiets leg je gewoon naast je neer. Ze vinden dat wij zingen en zagen, maar eerlijk gezegd vind ik hun taal veel moeilijker om te verstaan - dat bedoel ik helemaal niet negatief, het is een vaststelling. Volgens mij zijn Limburgers warmer, vriendelijker dan West-Vlamingen, die mij koeler, stugger, beredeneerder overkomen. "Het is niet makkelijk om over jezelf te zeggen hoe je in elkaar zit, maar volgens mijn ouders heb ik een goed hart, ben ik spontaan. Anderzijds kan ik ook heel koppig zijn en vasthouden aan mijn standpunt. Niet dat ik loop te mokken, want ik laat snel merken als ik ergens niet tevreden over ben. Als kind dreef ik erg graag mijn zin door. Als ik iets niet kreeg waar ik dacht recht op te hebben, dan kon ik me zeer boos maken. Gaandeweg leerde ik wel dat je het moest verdienen om ergens aanspraak op te maken, zeker in de sport. Volleybal was uiteindelijk ook het enige wat mij interesseerde. Ik wist al erg vroeg dat ik er mijn beroep van wilde maken. Aan de studies hechtte ik geen belang, ik heb ze ook niet afgemaakt. Nu besef ik dat ik dat beter wel had gedaan. "Verder ben ik heel zenuwachtig. Ik bijt altijd op mijn nagels. Je ziet het aan mij ook wanneer ik zenuwen heb. Ik krijg dan rode wangen en zelfs uitslag. Ik wist het zelf niet, maar de mensen wezen me erop. Nu zie ik het als een goed teken, want die spanning heb ik nodig om een goede wedstrijd te spelen. "Mijn naam is inderdaad niet alledaags. Mijn oom en mijn vader gingen op zoek naar de oorsprong ervan, ze gingen terug tot 1670. Volgens sommige bronnen heeft 'Hoho' geen betekenis, andere zeggen dan weer dat de naam afkomstig is van een middeleeuws scheldwoord. Daarover bestaat geen duidelijkheid. Wat ik wel weet, is dat er momenteel in België nog 78 mensen zouden zijn met de familienaam Hoho."door Roel Van den broeck