Het gebeurde tijdens een competitiewedstrijd tussen Anderlecht en Beveren. Op een gegeven moment maakte Kenneth Brylle vanuit een moeilijke hoek met een technisch perfect uitgevoerd stiftballetje een schitterend doelpunt. Iedereen juichte bij zoveel schoonheid. Alleen Tomislav Ivic, de toenmalige trainer van de Brusselaars, stormde buiten zichzelf van woede de dug-out uit. Terwijl de supporters feestten veegde hij de Deense spits de mantel uit omdat hij in de bewuste fase zelf op doel had geknald, terwijl er naast hem een ploegmaat vrijstond. Het typeert de aanpak van deze gedreven Kroaat: methodiek was het gevleugelde woord in het voetbal dat hij ontwierp. Daarin was er geen plaats voor flexibiliteit.
...

Het gebeurde tijdens een competitiewedstrijd tussen Anderlecht en Beveren. Op een gegeven moment maakte Kenneth Brylle vanuit een moeilijke hoek met een technisch perfect uitgevoerd stiftballetje een schitterend doelpunt. Iedereen juichte bij zoveel schoonheid. Alleen Tomislav Ivic, de toenmalige trainer van de Brusselaars, stormde buiten zichzelf van woede de dug-out uit. Terwijl de supporters feestten veegde hij de Deense spits de mantel uit omdat hij in de bewuste fase zelf op doel had geknald, terwijl er naast hem een ploegmaat vrijstond. Het typeert de aanpak van deze gedreven Kroaat: methodiek was het gevleugelde woord in het voetbal dat hij ontwierp. Daarin was er geen plaats voor flexibiliteit. Als weinig andere trainers heeft Tomislav Ivic (30 juni 1933) zijn stempel gedrukt op het Belgisch voetbal. Toen hij in het begin van de jaren tachtig zijn opwachting maakte bij Anderlecht roemden de spelers zijn verfrissende en voor die tijd innoverende aanpak. Hij liet paars-wit met vijf verdedigers aantreden. Een vloek in de tempel van het academisch voetbal. Maar omdat Ivic vond dat de beste voetballers achteraan dienden te staan, posteerde hij Morten Olsen en Ludo Coeck in het hart van de defensie. Hij voorspelde dat het spel geleid zou worden vanuit de achterste lijn, omdat je daar de ruimte vindt die elders ontbreekt. Het was een ingreep die voetbalromantici met verstomming sloeg en een kleine revolutie ontketende. Die kritiek was de vaste bondgenoot in de carrière van Tomislav Ivic die constant voor tweeslachtige gevoelens zorgde. Sommigen bestempelden hem als een vernieuwer, anderen als een vernietiger. Steeds weer bleef hij zijn zienswijze verbeten doordrukken. In de periode bij Anderlecht keerde de pers zich massaal tegen Tomislav Ivic. In zijn eerste seizoen, 1980/81, leidde hij de Brusselaars nochtans voor het eerst in zeven seizoenen naar de titel. Met elf punten voorsprong op het nummer twee, Lokeren, en met een systeem waarin Kenneth Brylle als eenzame spits opereerde. Anderlecht verloor slechts drie keer en maakte 83 doelpunten in 34 wedstrijden. Bovendien drong paars-wit door tot de halve finale van de Europacup voor Landskampioenen waarin het uiteindelijk struikelde over het Engelse Aston Villa. Tomislav Ivic gebruikte het wapen van de pressing omdat hij de mening was toegedaan dat je bij balverlies altijd op de man moest jagen. Omdat je zo de tegenstander uitlokte en het ritme verhoogde. Hij vond dat Anderlecht de spelers had om dat perfect uit te voeren. In zijn eerste seizoen zei hij na een nederlaag op Beveren nu heel zeker te weten dat zijn ploeg kampioen zou worden. Journalisten wisten niet wat ze hoorden bij die voorspelling. Maar Ivic zag voor zich hoe de ploeg zou opereren: met Kenneth Brylle die de centrale verdedigers zou beletten in te schuiven, met Arie Haan die de pressing organiseerde, met Morten Olsen die achteraan de buitenspelval stuurde. Toen het begon te lopen en Anderlecht als een orkaan over de tegenstanders raasde, zat Ivic te genieten op de bank. Heel vaak zei hij toen dat Anderlecht avantgardistisch bezig was zonder het zelf te beseffen. Later vertelde Arrigo Sacchi, de trainer van AC Milan, nog dat hij zich bij deze club door zijn manier van voetballen had laten inspireren. Alle tijd nam Ivic om te vertellen waar hij naartoe wou: een ploeg die een bal verliest moet op hetzelfde moment en op dezelfde plaats weer op jacht naar die bal gaan. En eerst niet massaal terugplooien. Want dan ontstond er volgens hem een soort zaalhandbal. Hij vond ook niet dat hij met vijf verdedigers speelde, maar wel met vijf middenvelders die constant aanvallende accenten legden en zo de defensie ontlastten. Maar Tomislav Ivic kreeg bij Anderlecht zijn filosofie aan de buitenwereld niet verkocht. Na twee en een half jaar werd hij ontslagen. Hij noemde dat achteraf de meest zwarte bladzijde uit zijn carrière. Toch zou hij zichzelf nimmer niet verloochenen. Vooruitkijken vond hij het allerbelangrijkste. De drang om bij te leren liep als een rode draad door zijn carrière. Ivic beperkte zich nooit tot het voetbal op zich. Hij keek ook naar andere sporten en leerde veel van basket en ijshockey omdat dit volgens hem sportdisciplines waren die 20 jaar voorlagen op het voetbal. Het begrip pressing ontdekte Tomislav Ivic op het spel van de vermaarde basketploeg Yugoplastika uit Split, ooit een Europese grootmacht. Zij speelden pressing vanuit een wiskundige benadering. Uren en uren praatte Ivic daarover met hun coach. Hij stelde vast dat er in het voetbal dingen gebeurden zonder de regels te kennen. Dat wilde hij veranderen. Ook het tennis inspireerde hem. Als jonge trainer las Ivic hoe de legendarische Australische tennisser Rod Laver zich voorbereidde op Daviscupwedstrijden. Hij legde de manier uit waarop hij trainde. Hoe hij eerst voor een basis zorgde en vervolgens niet langer dan 45 minuten per dag trainde. Terwijl Laver dus soms wedstrijden speelde die vijf sets en drie uren duurden. Ook hierin zag Ivic overeenkomsteen met het voetbal. Als je eerst door een harde periode gaat waarin je de basis smeedt, dan kan driekwartier ruimschoots volstaan voor een wedstrijd van anderhalf uur. Het ging er volgens hem om verantwoord en inventief met die oefenstof om te springen. Daar hield Tomislav Ivic zich graag mee bezig. Hij vond het zijn grote kracht: dat hij het spel kon analyseren omdat hij voorzag hoe de sport zich zou ontwikkelen. Hij was een soort voetbalprofessor, een pionier. Toen Tomislav Ivic nog de juniores van Hajduk Split trainde, trok hij ooit naar een wedstrijd van Anderlecht om de automatismen van de driehoek Coeck- Vercauteren- Rensenbrink te bestuderen. Hij zag hoe Coeck telkens op dezelfde manier Vercauteren afzonderde en hoe Rensenbrink dan naar binnen dook en de bal bij de eerste paal kreeg, daar waar 75 procent van de doelpunten worden gemaakt. Vaak, zo zei hij, ontbreekt het je als trainer maar aan een detail om een heel systeem in elkaar te laten klitten. Het is altijd zijn betrachting geweest om zich die ontbrekende schakel zo snel mogelijk eigen te maken. Gestructureerd werken en denken, het liet Ivic niet los. Zo werd hij in 1977 ook door Ajax ontdekt, zijn eerste West-Europese werkgever, waar Ivic de mensen met zijn manier van voetballen het stadion uit joeg. Maar ook daar werd hij in zijn eerste seizoen kampioen. Veel spelers achterin en razendsnel uitbreken, het was ook daar zijn credo. Hij noemde dat een op winst gerichte spelorganisatie, ingegeven ook door de omstandigheden: het verfijnde was uit het spel van de Amsterdammers verdwenen. Die opvatting bracht hij voor een deel ook mee naar Anderlecht: iedereen moest aanvallen, iedereen diende te verdedigen. Desnoods op de eigen helft, maar liefst op de helft van de tegenstander. In momenten dat dit niet lukte leek het wel alsof Anderlecht countervoetbal speelde. Terwijl dat nooit de bedoeling was. In het voetbal gaat het volgens Ivic alleen om ruimte. Laat je als ploeg ruimte achter je vallen, dan ben je kwetsbaar. Zijn filosofie is altijd geweest: sluit de ruimte af en probeer van daaruit aan te vallen. Zo heeft Tomislav Ivic overal gewerkt, maar zo werd hij niet altijd begrepen. Talrijk zijn dan ook de contracten die voortijdig werden beëindigde. Ook bij Anderlecht waar hij een visie had uitgetekend die niet werd behouden. Omdat er met Erwin Vandenbergh en Alex Czerniatinsky twee spitsen werden gekocht die niet in het systeem pasten. Omdat hij met hen geen pressing op de libero kon spelen, terwijl hij met Kenneth Brylle op tactisch vlak alle kanten uitkon. Die mocht echter niet meer spelen. Dat botste. Bovendien was Ivic iemand die liefst zelf spelers selecteerde. Karakter, mentaliteit en beroepsliefde waren voor hem de criteria. Managers konden met hem geen zaken doen. Ook al niet omdat hij bij voorkeur met jonge spelers werkte die hij eigenhandig vormde. Bij Hajduk Split liet hij ooit 27 juniores een profcontract tekenen. Bij Anderlecht bloeide niet alleen Kenneth Brylle maar ook Per Frimann en Hendrik Andersen onder zijn regie open. Bij Ajax maakte hij Frank Arnesen, Sören Lerby en Simon Tahamata beter. Ivic benadrukte dat nooit. Hoewel het hem niet aan zelfvertrouwen ontbrak, bewierookte hij zichzelf nooit. Uiteindelijk kwam het tot een breuk tussen Ivic en Anderlecht. Er weerklonk veel hoon toen de trainer het Astridpark verliet. Echter niet bij de spelers die zijn aanpak roemden. En ook niet bij voorzitter Constant Vanden Stock die Ivic de beste trainer noemde die hij ooit meemaakte. Toen hij later nog eens de Kroaat wilde terughalen bedankte die. Men had hem op het hart gestampt. Dat kon hij vergeven maar niet vergeten. Zo was het voor Tomislav Ivic vaak herbeginnen. Telkens weer met vuur en passie en met hetzelfde evangelie. Na zijn periode bij Anderlecht leidde hij tussen medio 1983 en halfweg 1988 in vijf seizoenen vijf clubs uit vijf verschillende landen: het Turkse Galatasaray, het Italiaanse Avellino, het Griekse Panathinaikos Athene, het Kroatische Dinamo Zagreb en het Portugese FC Porto. Na die vijf jaar volgden nieuwe omzwervingen. Ivic werkte anderhalf jaar bij Paris Saint-Germain, maar haalde ook daar de woede van het publiek op de hals omdat hij met vijf verdedigers speelde. Dat was volgens de Franse pers heiligschennis, ook al waren er nogal wat ploegen die later dat concept kopieerden. Vervolgens ging hij naar Atletico Madrid waar hij in aanvaring kwam met de roemruchte voorzitter Jesús Gil y Gil die wilde dat Ivic vijf keer per week met hem vergaderde. Van daaruit ging het naar Olympique Marseille waar Ivic aanvankelijk een innige band opbouwde met de zwierige voorzitter Bernard Tapie. De resultaten vielen tegen maar Ivic had andere zorgen: Joegoslavië stond op dat moment in brand, zijn gedachten dwaalden almaar meer af naar zijn familie. Toen Servische terroristen hem lugubere briefjes stuurden, pakte hij op een gegeven moment het vliegtuig naar Split, plukte zijn kleinkinderen in het midden van de les uit de klas en nam hen mee naar Marseille. De stress leek hem te slopen. Op gezag van Tapie liet hij het coachen rusten en zag hoe Raymond Goethals als trainer werd binnengehaald. Die pakte in 1993 met Olympique Marseille de Champions League. Ivic zat op dat moment als adviseur op de tribune. In besloten kring wilde hij wel eens vertellen dat niet Goethals maar hij de ploeg maakte. Die fluisterde hij in het oor van Tapie die het vervolgens aan de trainer overmaakte. Steeds weer zocht Tomislav Ivic naar nieuwe uitdagingen. Hoe galant en charmant hij in de omgang ook was, zo rusteloos bleek hij ook te zijn. Telkens weer verlengde hij zijn trainerscarrière. Zoals in 1995 toen hij na een korte periode bij Benfica aan een nieuw intermezzo in Porto begon. Alsof hij de geur van het gras moest ruiken. Geen bestemming was daarbij te ver. Zelfs in de Verenigde Arabische Emiraten ging hij een paar maanden voor anker om er als bondscoach te fungeren. En zelfs naar Iran week hij heel even uit. Overal waar hij werkte, zo herhaalde hij constant, keek hij vooruit. En, zo zou hij ook ervaren, vaak werd hij pas begrepen op het moment dat hij al was vertrokken. Dat was ook zo bij Standard waar Tomislav Ivic zijn laatste Belgisch kunstje opvoerde. Zijn trainingsmethodiek werd niet door alle spelers in dank afgenomen, zijn bloednerveuze manier van coachen leek aan het vertrouwen te vreten. Ivic trok er zich niets van aan. Hij bewandelde zijn weg, rechtlijnig en principieel. Tussen twee trainingen liet hij de spelers op de club rusten. Het ging er hem om bepaalde gewoonten te kweken. En wat dat betreft kon je volgens hem als trainer niet gedetailleerd genoeg werken. Ook in Luik lag Tomislav Ivic in de vuurlijn van de kritiek. Omdat hij zijn ploeg te verdedigend liet spelen. Hij schreef dat toe aan de kwaliteit van de groep. Ivic had geen verdedigers die naar voren durfden gaan, hij miste spelers die gezwind voor de overschakeling van de verdediging naar de aanval konden zorgen. Alleen daardoor ontstond volgens hem de indruk dat er met te veel spelers achter de bal werd gelopen. En weer predikte hij zijn evangelie: in het moderne voetbal is er geen ruimte meer rond de bal. Maar waar de bal zich niet bevindt, daar ligt meer ruimte dan vroeger. Later zou Ivic zich in Luik ook nog met de jeugdwerking bezighouden. Tomislav Ivic besefte dat hij nooit aanzien zou worden als een adept van het offensieve voetbal. Hij had geleerd om daarmee te leven. Ook al betoogde hij constant dat techniek voor hem de basis van alles was. Hij greep wat dat betreft graag terug naar zijn periode bij Anderlecht toen hij ervoor zorgde dat de groep in een zaal op een kunstgrasmat kon trainen. Daar, zei hij, worden alle onderdelen afgewerkt: positiespel, kopbalvolley, dubbelpassen, afwerken, voorzetten, sprinten. Dan kon je ook aan je traptechniek werken. En telkens weer rekende Ivic voor: als iemand 100 ballen per dag met zijn slechte voet tegen een muur trapt, dan zijn dat 500 ballen per week en 26.000 ballen per jaar. En dan kon een speler op de duur met zijn zwakke voet een redelijke voorzet geven. Het voetbal kon Tomislav Ivic niet missen. Toen hij in 2001 problemen met zijn hart kreeg leek het einde van zijn carrière in zicht. Maar na een periode van herstel werd hij door Standard bij Marseille geparkeerd. Nog maar eens verzamelde hij de energie om in deze broeierige Zuid-Franse metropool een ploeg te vormen. Opnieuw liet zijn gezondheid hem in de steek. Het heette dat nieuwe hartproblemen hem kwelden. Ivic ontkende dat met klem en schreef een en ander toe aan de puinhoop die hij in Marseille aantrof. Van de gestroomlijnde voetbalorganisatie van weleer was geen spaander meer overgebleven. Bovendien was de relatie met Bernard Tapie danig vertroebeld. Toen hij na vier maanden nog geen contract kreeg lichtte Ivic zijn hielen. Hij trok zich in Kroatië terug om zich te bezinnen. Wachtend op nieuwe uitdagingen. Uiteindelijk zette Tomislav Ivic in 2002 een punt achter zijn carrière als trainer. Graag had hij zijn carrière afgesloten bij Hajduk Split, maar dat bleek niet mogelijk. De club werd niet geleid door voetbalmensen, maar door politici. En die weten dat ze niets meer te vertellen hebben met Ivic. Los daarvan had hij op dat moment al lang genoeg verdiend om van het leven te genieten. Maar dat wilde hij niet. Als er iets is dat Tomislav Ivic in zijn leven nooit heeft gezocht, dan is dat rust. Steeds weer zei hij dat hij zonder voetbal ten dode is opgeschreven. Hij voelde er niets voor om te flaneren langs de boulevards in Split, koffie te drinken of de krant te lezen. Tomislav Ivic overleed vorige week vrijdag in Split. Op zes dagen van zijn 78e verjaardag. DOOR JACQUES SYSAnderlecht was avantgardistisch bezig. Zonder het zelf te beseffen. Ivic voorspelde dat het spel geleid zou worden vanuit de achterste lijn. Zijn filosofie was: sluit de ruimte af en probeer van daaruit aan te vallen.