Er is geen groot voetbaltoernooi of de Kroatische ploeg wordt vergeleken met degene die brons haalde op het WK 1998 in Frankrijk. Niet zelden leidt dat tot de hoop dat er een nieuwe stunt zit aan te komen. Het land telt nog altijd wel maar een goeie vier miljoen inwoners maar het blijft maar topvoetballers voortbrengen.
...

Er is geen groot voetbaltoernooi of de Kroatische ploeg wordt vergeleken met degene die brons haalde op het WK 1998 in Frankrijk. Niet zelden leidt dat tot de hoop dat er een nieuwe stunt zit aan te komen. Het land telt nog altijd wel maar een goeie vier miljoen inwoners maar het blijft maar topvoetballers voortbrengen. Twee jaar geleden was het weer van dat in het vooruitzicht van het EK 2016 in Frankrijk. Bondsvoorzitter Davor Suker vertelde de media dat hij de individuele klasse en de collectiviteit van weleer terugzag. 'We beschikken over veel vedetten, ' zei hij in de Franse sportkrant L'Equipe, 'maar net zoals in 1998 vormen ze een solidair team.' Hij voorspelde dat Kroatië de grote verrassing zou worden en zag daarvoor een voorteken in het feit dat het EK voor zijn land begon waar het WK destijds was geëindigd: in het Stade de France in Parijs. De man was allesbehalve slecht geplaatst om te vergelijken. In 1998 was hij de topschutter van de Kroatische succesploeg én van het toernooi. Maar zijn voorspelling kwam niet uit. Na zeges tegen Turkije en titelverdediger Spanje en een gelijkspel tegen Tsjechië werd Kroatië als winnaar van groep D in de achtste finales uitgeschakeld door Portugal, dat in groep F na Hongarije en IJsland pas als derde was geëindigd. Wat maakte twintig jaar geleden het verschil? De jaren negentig waren bijzondere jaren. Zo speelde het voetbal een niet onbelangrijke rol in het protest en het verzet tegen de dominantie van de Servische president Slobodan Milosevic vanuit Belgrado dat in Joegoslavië tot de onafhankelijkheid van de deelrepubliek Kroatië leidde. Even legendarisch als de bronzen medaille op het WK 1998 is voor de Kroaten daarom nog altijd het duel in de Joegoslavische competitie tussen Dinamo Zagreb en Rode Ster Belgrado op 13 mei 1990. Het is dan de week na de eerste democratische verkiezingen in Joegoslavië sinds de Tweede Wereldoorlog, waarin de nationalistische Kroatische Democratische Unie met groot succes is opgekomen, en in het Maksimirstadion komt het tot een clash tussen beide gereputeerde supporterskernen: de Bad Blue Boys (Dinamo) en de Delije (Rode Ster). Reclameborden en omheiningen worden gesloopt, de politie is verrast, moet versterking laten aanrukken en intussen zet het supportersgeweld zich voort op het veld. Zvonomir Boban vertolkt er een heldenrol: in plaats van te vluchten in de spelerstunnel valt de jonge Dinamoaanvoerder een politieagent aan die een Dinamofan met een matrak aan het bewerken is. Het zal hem zes maanden schorsing kosten en een plaats in de Joegoslavische selectie voor het WK in Italië. Maar dat hij als voetballer lijf en leden riskeerde voor de Kroatische zaak maakt hem voor eeuwig en altijd een icoon van de verzetsstrijd tegen de Servische overheersing. In hetzelfde stadion vieren de Kroaten drie weken later een nederlaag van de nationale ploeg van Joegoslavië tegen Nederland als een overwinning en in september moet een andere interland geannuleerd worden nadat in het Poljudstadion van Hajduk Split de Joegoslavische vlag is neergehaald en in brand gestoken. Op 17 oktober speelt Kroatië zelf een eerste, officieuze oefenwedstrijd. Tegenstander is de Verenigde Staten, dat in die periode aan een Europese tournee bezig is en bereid gevonden wordt om er nog een match bij te nemen. Die grijpt plaats in het Maksimirstadion in Zagreb en wordt voor zo'n 30.000 supporters met 2-1 gewonnen. Het gebeurt allemaal nog voor op 25 juni 1991 de onafhankelijkheid wordt uitgeroepen en het federale Joegoslavische leger, zeg maar de Serviërs, Kroatië binnenvallen. Zijn eerste officiële competitiewedstrijd speelt Kroatië nog voor het einde van de Onafhankelijkheidsoorlog op 7 augustus 1995. Onder de leiding van de excentrieke coach Miroslav Blazevic (62), lid van de Kroatische Democratische Unie en vriend van president Franjo Tudman, begint het in september 1994 aan de kwalificaties van het Europees kampioenschap in Engeland. Aanvoerder van het elftal is Zvonimir Boban, icoon op noppen van de verzetsstrijd tegen het Servische overheersing. Kroatië wint meteen zijn kwalificatiegroep, vóór Italië, en op het eindtoernooi klopt het onder meer uittredend Europees kampioen Denemarken (3-0). In de kwartfinales gaat het er in Manchester uit tegen Duitsland (2-1), maar niet zonder protest. De Kroaten voelen zich bedot door de Zweedse scheidsrechter omdat de Duitsers een strafschop kregen voor een aangeschoten bal en zij er volgens hen een terechte niet kregen. Bovendien pakt Igor Stimac bij 1-1 halverwege het veld zijn tweede gele kaart en valt daarna de beslissende goal. De Kroaten zijn uitgeschakeld en gefrustreerd. Maar er gloort toch al snel een mooi toekomstperspectief: de kwalificatiewedstrijden voor het WK 1998 in Frankrijk. Die verlopen moeizaam. Kroatië eindigt in zijn groep als tweede, na Denemarken, en moet barrages spelen tegen Oekraïne, dat als tweede eindigde in de groep van Duitsland. Het wint thuis (2-0) en speelt uit gelijk (1-1) en mag dus voor het eerst deelnemen aan het eindtoernooi van een wereldkampioenschap voetbal. Het wordt er ingedeeld in een poule met Jamaica, Argentinië en Japan. De eerste wedstrijd wordt de wedstrijd van Robert Prosinecki, de middenvelder die in de herfst van zijn carrière nog even voor Standard zou spelen: hij maakt tegen Jamaica, een andere WK-debutant, de tweede goal en is daarmee de eerste speler in de WK-geschiedenis die voor twee verschillende landen scoorde. Want dat deed hij ook al voor Joegoslavië op het WK 1990 in Italië, in de 90e minuut van de derde poulefasematch tegen de Verenigde Arabische Emiraten. Zo zet hij met zijn doelpunt tegen Jamaica in het Stade Félix Bollaert van Lens, de 2-1, de geschiedenis van zijn land nog eens extra in de verf en dat doet hij in schoonheid: na een korte vrije trap links van het strafschopgebied trekt hij de bal met de zool voorbij een tegenstander en legt hem vervolgens met een merkwaardige boog aan de tweede paal in doel. A touch of genius. Het is een van de kenmerken die aan het team en zijn coach zullen worden toegeschreven. Kroatië wint zijn eerste WK-eindrondewedstrijd met 3-1, nadat ook Davor Suker en Mario Stanic scoorden, en brengt ook zijn tweede tot een goed einde: 1-0 (Suker) tegen Japan. Daarmee is het al zeker van een plaats bij de laatste zestien. Door een nederlaag tegen Argentinië (1-0) in de laatste groepsfasewedstrijd, na slecht verdedigen negen minuten voor tijd, ontloopt het in de achtste finales Engeland. Waarna het Roemenië uitschakelt (1-0). Suker treft in de extratijd van de eerste helft raak van op de stip na een overtreding op hemzelf, maar moet de strafschop van de scheidsrechter opnieuw nemen. Waarna hij de bal dan maar een tweede keer in precies dezelfde hoek voorbij de Roemeense doelman Bogdan Stelea schiet. Aan lef ontbreekt het de WK-debutant uit de Balkan evenmin. Kroatië zit bij de beste acht voetballanden ter wereld. Maar er is nog meer goed nieuws: 'Servië', officieel nog Joegoslavië, wat er na de oorlogen nog van het land overblijft, zit er niet bij. Het verliest in de achtste finales tegen Nederland na een doelpunt van Edgar Davids in de 92e minuut. In het Kroatische kamp zorgt dat voor een extra boost. In de kwartfinales treffen de Kroaten Duitsland en uiteraard laat Miroslav 'Ciro' Blazevic niet na te herinneren aan de omstandigheden waarin zij twee jaar geleden in de kwartfinale van het EK in Italië door de Mannschaft werden uitgeschakeld. De dag voor de wedstrijd luncht president Tudman met spelers en staf. Hij is naar Lyon gekomen om het duel tussen David en Goliath ter plaatse te volgen in aanwezigheid van bondskanselier Helmut Kohl van Duitsland, een land waarmee Kroatië een goede relatie onderhoudt. De bevriende staatshoofden zien de Kroaten aanvankelijk kreunen onder de druk van de Duitsers, maar Jürgen Klinsmann mist de beste kans en Drazen Ladic keert een kopbal van Oliver Bierhoff. Net voor de rust wordt de Duitse verdediger Christian Wörns uitgesloten voor een tackle op Suker en in de blessuretijd van de eerste helft brengt Robert Jarni de underdog op voorsprong. Net als twee jaar geleden in Italië betekent een rode kaart het keerpunt van de wedstrijd. Dit keer in het voordeel van David, die Goliath in de slotfase van de tweede helft op de counter koel afmaakt met executies van Goran Vlaovic en alweer Suker. 3-0! Met trainen in de ogen valt Blazevic zijn assistenten in de armen en in de kleedkamer laat ook president Tudman zich in het feest betrekken. Blazevic merkt op dat hij er precies groter uitziet dan toen hij hem voor de wedstrijd in de tribune naast bondskanselier Kohl zag zitten. Zelf liet de Kroatische coach zich die avond in het Stade de Gerland ook weer van zijn beste zijde zien. Zo zette hij langs de lijn een politiekepie op om de Franse gendarme te eren die eerder op het toernooi door een Duitse hooligan in coma was geslagen. Zo won hij tegelijk ook de sympathie van het Franse volk voor zijn team. Net thuisland Frankrijk is in de halve finale de volgende tegenstander. Kroatië scoort alweer het eerst, nadat Aljosa Asanovic meteen na de rust met een briljante pass Suker alleen voor de Franse doelman zette. Maar één minuut later staat het alweer gelijk via Lilian Thuram, die ook nog een tweede keer zal scoren. Het zullen de enige doelpunten blijven die de rechtsback in 142 interlands voor Frankrijk maakte. Slaven Bilic naait Laurent Blanc nog een rode kaart aan, maar tevergeefs: in doel houdt Fabien Barthez alles tegen. Kroatië is uitgeschakeld. Aan de tegendoelpunten ging uitgerekend balverlies van aanvoerder Boban vooraf. Hij vertelt achteraf dat hij in de pauze vroeg om gewisseld te worden, maar dat de coach er bij hem uitdrukkelijk op aandrong om voort te blijven spelen. Blazevic zelf zou jaren later met een veelbetekenende glimlach beweren dat Kroatië wereldkampioen zou zijn geworden, mocht hij op het WK in Frankrijk, dus op zijn 62e, al een even ervaren coach zijn geweest als op het einde van zijn trainerscarrière. Maar de eerste WK-deelname van Kroatië eindigt alsnog in schoonheid. Nadat Blazevic opmerkte dat het beter is om de halve finale te verliezen en de wedstrijd om de derde plaats te winnen, dan de halve finale te winnen en de finale te verliezen, omdat je dan het toernooi met een overwinning beëindigt, pakt zijn ploeg het brons. Tegen Nederland, de killers van 'Servië', wint het met 2-1. Waarna Blazevic verklaart dat er één man aan de basis van dit succes ligt: Franjo Tudman, de man die hem in zijn functie van bondscoach herstelde nadat de voetbalbond wegens herhaaldelijk puntenverlies in WK-kwalificatiewedstrijden besliste om hem te ontslaan. Volgens hem was het signaal van de eerste democratisch verkozen Kroatische president precies wat nodig was om iedereen samen te houden en zich bij de beste drie voetballanden ter wereld te kunnen plaatsen. Het patriottisme druipt er in Frankrijk af, onder meer van de T-shirts met opdruk 'Proud to be Croatian' die de spelers dragen. Maar meer nog van de verklaringen die de bronzenmedaillewinnaars afleggen. Zo zegt Igor Stimac dat ze naar het WK zijn gekomen 'om de Serviërs te tonen dat de Kroaten nog leven'. Allemaal kenden de internationals wel iemand die in de oorlog het leven liet. De van Osijek afkomstige invaller Peter Krpan vocht zelfs mee in de frontlinie. Maar er vallen ook wat meer genuanceerde quotes te noteren, onder meer van Slaven Bilic, de aan de universiteit van Split afgestudeerde jurist die op dat moment in Engeland voetbalt: 'Op het EK 96 kwamen we pas uit de oorlog en waren we soldaten op het veld. Dat zijn we nog altijd. Maar intussen zijn we een normaal land geworden en gaat het nu nog puur om het voetbal.' En: 'We zijn gekend als heethoofden, maar wilden hier tonen dat we ook een gecultiveerd volk zijn.' Op 11 juli 2018 zal het al twintig jaar geleden. Sindsdien geraakte Kroatië op een wereldkampioenschap voetbal niet één keer meer doorheen de groepsfase. Ook nu weer, in de aanloop naar het WK in Rusland, werd de vergelijking met de toenmalige generatie gemaakt en ook nu weer wekte die de hoop dat er een vergelijkbare stunt in zit. Tenslotte zitten in de huidige selectie spelers van onder meer Real Madrid, FC Barcelona, Juventus, Inter, AC Milan, Liverpool en AS Monaco. Klein land, grote spelers? Absoluut. Geweldige spirit? Ahum. Het nationalistische vuur brandt intussen al lang niet meer zo hevig als na de onafhankelijkheidsoorlog. Toen was het land één. Nu is het land verdeeld. De hoofdstad Zagreb, waar in 1998 op het Jelacicplein de bronzen medaille samen met zo'n 300.000 supporters werd gevierd, wordt nu geassocieerd met politici die verantwoordelijk zijn voor de economische crisis en met een voetbalmanager die vooral in het zuiden en het zuidwesten van het land verweten wordt uit eigenbelang al tien jaar de competitie, de bond en de nationale ploeg te manipuleren. Bondsvoorzitter Davor Suker wordt tegenwoordig massaal uitgejouwd in plaats van aanbeden zoals destijds op het WK in Frankrijk. Dat Luka Modric, dé sleutelspeler van Kroatië, het voorbije seizoen uitgebreid het nieuws haalde omdat hij als getuige in het proces tegen die voetbalmanager, Zdravko Mamic, aanvankelijk niet de waarheid zou hebben gezegd om de man te beschermen, doet evenmin goed aan de sfeer die rond de Kroatische WK-selectie hangt. In oktober van vorig jaar was er ook al een trainerswissel nodig omdat Ante Cacic de controle over de kleedkamer was kwijtgeraakt en de WK-kwalificatie in het gedrang kwam. Onder de nieuwe bondscoach Zlatko Dalic slaagden de Kroaten erin om zich via barragewedstrijden tegen Griekenland alsnog voor Rusland 2018 te plaatsen. Tiens, nóg een gelijkenis met twintig jaar geleden, toen Kroatië zich eveneens pas na barrages kwalificeerde voor het eindtoernooi. Maar sindsdien weten ze er beter dan wie ook: het is de spirit die het verschil maakt.