De geruchten zijn alarmerend: intern zou het rommelen, de Chinese eigenares Dai Xiu Li zou het beu zijn om zonder succes geld te blijven pompen in KSV Roeselare, de club zou financieel noodlijdend zijn en te koop staan. Voorzitter Yves Olivier ontkent niet dat er een betalingsachterstand is geweest en dat er 'enorm veel werk te doen is', maar spreekt de doemdenkers tegen.
...

De geruchten zijn alarmerend: intern zou het rommelen, de Chinese eigenares Dai Xiu Li zou het beu zijn om zonder succes geld te blijven pompen in KSV Roeselare, de club zou financieel noodlijdend zijn en te koop staan. Voorzitter Yves Olivier ontkent niet dat er een betalingsachterstand is geweest en dat er 'enorm veel werk te doen is', maar spreekt de doemdenkers tegen. Het is halverwege juli wanneer hij ons ontvangt in Lounge 134 van het Schierveldestadion, op de derde verdieping van het riante businessgebouw waarvan de afbetaling al meer dan tien jaar als een molensteen rond de nek van KSV Roeselare hangt. Een nieuwe hoofdtrainer is er dan nog niet, voldoende kwaliteit in de spelerskern om het komende seizoen met een gerust gemoed tegemoet te zien evenmin. Daar is Brian Tevreden mee bezig, de vorig jaar door de Chinese eigenares in de club neergezette CEO en director of football. Regionaal verankerenDe tijd dat Miss Dai, die intussen ook al Reading FC overnam, vroeg hoeveel geld ze moest overmaken om vanuit Roeselare de top van het Belgisch voetbal te kunnen bestormen, is duidelijk voorbij. 'Laten we eerlijk zijn: ze is een gulle investeerder geweest', aldus de gedelegeerd bestuurder van Olivier Construct. 'Maar vanuit de regio kreeg ze te weinig steun. Ze wil ons nog blijven steunen, maar verwacht een haalbare return. De kosten zijn de laatste jaren te sterk gestegen. Ook omdat we het voorbije seizoen op één doelpunt na play-off 2 misten. Dat was een enorme uppercut, mentaal, emotioneel én financieel. En dan speel je de play-downs... Je eindigt wel met dertien punten meer dan de laatste, maar die worden dan gehalveerd, je verliest de eerste wedstrijd en zo kom je zelfs nog onder druk om niet naar het amateurvoetbal te zakken! Gelukkig is de competitieformat in 1B wat aangepast en plaatsen de eerste zes zich nu voor play-off 2 ( zie kader, nvdr). Maar een goeie formule is het nog altijd niet. Wij stelden een hervorming in twee reeksen van twaalf ploegen voor. Ofwel eenmalig starten met één reeks van vierentwintig en die dan herleiden tot twintig. Maar dan stel je vast dat in 1A bijna iedereen zijn eigen belangen vooropstelt. 'Het is niet evident om te overleven. Puur economisch is het een drama, maar voetbal is natuurlijk meer dan dat. Er is ook de maatschappelijke waarde ervan en in deze streek is er een voldoende sterke fundering aanwezig om het profvoetbal opnieuw te laten opbloeien. We beschikken over een goeie infrastructuur met een heel mooi jeugdcomplex, we streven een nauwe samenwerking met het onderwijs na en we bevinden ons in een geweldige regio. Zie welk ondernemerschap er zich hier ontplooit, welke nood aan arbeidskrachten er is, welke investeringen er gedaan worden, zowel in de privésector als door overheidsinstellingen. Roeselare groeit en bloeit. 'De uitdaging bestaat er nu in deze regio weer mee te krijgen in een verhaal richting 1A. We zoeken ondernemende mensen om de club opnieuw regionaal te verankeren en een boost te geven. Vijftien jaar geleden is het ook zo gebeurd: Roeselaarse ondernemers pushten KSV toen naar de hoogste klasse. Mijn betrachting is nu hetzelfde te doen met de hulp van de huidige generatie ondernemers. Sowieso ben je altijd afhankelijk van de goodwill van het bedrijfsleven. Dat is elders ook zo. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we hier over voldoende troeven beschikken om een deftige profclub in stand te houden.'SanerenMaar tegenwoordig is het op Schiervelde in de eerste plaats saneren geblazen. 'Zo zijn we onder meer aan het uitkijken naar een oplossing voor het businessgebouw', vervolgt Olivier. 'Dat werd in 2008, toen we nog in eerste zaten, gebouwd door de vorige generatie ondernemers en de afbetaling daarvan is een zwaar engagement dat wij overnamen. Dat is elk jaar betalen voor iets dat maar om de veertien dagen gebruikt wordt. Ons stadion ligt bovendien te ver verwijderd van het commerciële centrum van de stad en rendeert onvoldoende. Het is gebouwd op grond van de stad en zodra het volledig is afbetaald, wordt het stadseigendom. Samen met de lokale overheid zoeken we een oplossing. 'De laatste drie seizoenen zijn de kosten bijna verdrievoudigd: we zijn begonnen met een budget van een kleine 2 miljoen euro en nu zitten we aan 5 miljoen. Terwijl de inkomsten niet gestegen zijn, zelfs niet met de hulp van uitgaande transfers. Als je met een budget van bijna 2 miljoen eens een speler voor 300.000 euro kunt verkopen, is dat een prima zaak. Maar wat stelt het voor op een budget van 5 miljoen? In 1A is het businessmodel voor de clubs rendabeler. 'Mijn eerste ervaring met de voetbalbusiness was toen het bestuur mij benaderde om mee te investeren in de transfer van Ivan Perisic. Zes jaar geleden vroegen ze mij om voorzitter te worden. Ik aanvaardde het als supporter van de club, als fervent ambassadeur van de regio én omdat mijn twee zonen hier spelen. Ik heb een verleden in de autosport, ik ben fabrieksrijder geweest in DTM en wist weinig van voetbalbusiness af. Maar eenmaal ik mij geëngageerd had, ben ik er volledig voor gegaan. Het aantal wedstrijden dat ik sindsdien miste, uit en thuis, is op één hand te tellen. Ondertussen leerde ik al veel bij.'Synergie creërenDrie seizoenen geleden stond KSV Roeselare op 90 minuten van de terugkeer naar de hoogste klasse. Het won toen verrassend de eerste periodetitel, maar verloor uiteindelijk de promotiefinale van Antwerp. 'We beschikten toen over een team zonder vedetten', benadrukt Olivier. 'Dat seizoen begonnen we zelfs met amper één speler onder contract: belofte Emile Samyn. De aanvang van de competitie was heel moeilijk, maar daarna speelden we zestien wedstrijden zonder nederlaag. Er was in die groep een enorme synergie en drive gecreëerd. Kwamen we 0-1 achter, dan werd dat balletje rustig uit het net gehaald en op de middenstip gelegd met de mentaliteit: nu is het aan ons. Doorgaans werd het dan een kwartier voor tijd 2-1. In de tribune voelde je: het komt goed. Ongelooflijk. Onrealistisch, vond ik. En plots kwam iedereen weer kijken. Dat is ook het verhaal van deze regio: het moet goed gaan. Dat kun je hier vijf-, zes-, zevenduizend man krijgen. Maar voetbal is geen wetenschap. Het is altijd weer zoeken naar de juiste formule. Je kunt zwaar investeren, maar zonder garantie op succes. 'In een bedrijf kun je alles beter plannen. In een voetbalclub moet je spelers kopen en er een trainer bij plaatsen en hopen dat de synergie wel aanslaat. Bovendien lopen er in de grote voetbalwereld mensen rond die niet altijd betrouwbaar zijn. Dat maakt het moeilijker. Het is een complexe, boeiende, uitdagende maar ook riskante wereld, waar je niet altijd je emoties mag volgen. Een voetbalploeg besturen is niet hetzelfde als een onderneming leiden.' Dat elke euro nu twee keer omgedraaid moet worden alvorens hij uitgegeven wordt, betekent niet dat KSV Roeselare een troosteloos seizoen tegemoet gaat, aldus de voorzitter. 'Zeker niet. Zie wat we drie jaar geleden met heel beperkte middelen deden. Een budget is één ding, hoe je ermee omgaat is van groter belang. Onze grootste uitdaging bestaat erin spelers die op een hoger niveau niet doorbreken te motiveren om zich bij een kleinere professionele club als die van ons te komen bewijzen in wat uiteindelijk ook een interessante competitie is. Daar is Brian Tevreden intensief mee bezig.' Intussen verheugt het de voorzitter dat er met Richard De Meyer, Juliaan Laverge en Maxime Vandelannoitte drie beloften van eigen kweek hun eerste profcontract tekenden. 'Vorig seizoen maakten Arthur Devos en Juliaan Laverge hun debuut en er zit nog eigen kweek aan te komen', zegt hij. 'Doorbreken is niet gemakkelijk, maar je moet hen tenminste de kans geven. Dat moet je stimuleren. Het draagt bij tot de regionale identiteit én het is iets moois. Ik loop hier nu toch al tien jaar rond en zie verscheidene talentvolle jonge spelers. Het zou mij een enorme voldoening geven, mocht ik enkele van die jongens in het eerste elftal zien verschijnen. Daar zou ik trots op zijn.'