Ik heb alleen maar mijn moeder.' Die zin is een gekend refrein geworden in de talrijke interviews die Yannick Carrasco gaf sinds zijn doorbraak op het hoogste niveau. Het is dus ook logischerwijze Carmen Carrasco die als gids optreedt wanneer we op zoek gaan naar de plaatsen waar haar oudste zoon zijn eerste voetbalpasjes zette. 'Hij was maar drie of vier jaar toen mijn papa elke namiddag met hem naar hier kwam, samen met zijn broer Mylan.'
...

Ik heb alleen maar mijn moeder.' Die zin is een gekend refrein geworden in de talrijke interviews die Yannick Carrasco gaf sinds zijn doorbraak op het hoogste niveau. Het is dus ook logischerwijze Carmen Carrasco die als gids optreedt wanneer we op zoek gaan naar de plaatsen waar haar oudste zoon zijn eerste voetbalpasjes zette. 'Hij was maar drie of vier jaar toen mijn papa elke namiddag met hem naar hier kwam, samen met zijn broer Mylan.' Hier, dat is Vilvoorde, in het midden van het Hanssenspark. Een kleine, groene long geprangd tussen het lokale station en de Schaarbeeklei, de imposante avenue waar auto's door razen op gelijk welk uur van de dag. Onder het waakzame oog van een standbeeld van koning Albert I en met op de achtergrond kwetterende eenden die profiteren van de grote waterplas die het park domineert, vind je wat elke balverliefde Brusselaar een 'agora' noemt. Stalen staven die dienstdoen als net en een terrein dat afgeboord is met witte platen die aan het geheel een Ikeagevoel geven. Er ligt wel niet het typische kunstgrasveldje, maar een ondergrond in beton. 'Kapotte schoenen, bloedende knieën, gescheurde kleren, we hebben alles meegemaakt', glimlacht Carmen. Ze herinnert zich dat haar vader de twee kids vooral naar dit veldje, op enkele honderden meters van het ouderlijke huis, meenam om de meubels in de living intact te houden. De twee broers deden immers niets liever dan trappen op alles wat van ver op een bal leek. Want Yannick was er vroeg bij. 'Vanaf zijn twee jaar wist hij al hoe hij met een bal overweg moest', weet zijn mama nog. 'Ik denk dat hij dat altijd in zich gehad heeft. Hij voetbalde in de salon... Eigenlijk voetbalde hij overal. De tuin lag vol met ballen, omdat dat het enige cadeau was dat hij wilde. Andere spelletjes interesseerden hem zelfs niet, hij heeft nooit iets anders willen doen dan voetballen. Zelfs toen hij groter was en ik hem moest inschrijven voor een kamp omdat ik in de schoolvakantie moest werken, wilde hij alleen maar naar voetbalkampen gaan.' In die voetbalgekke familie dompelt ook Yannick zich onder in het spelletje en zal hij nooit meer boven water komen. Hij kijkt voetbal op tv, wordt lid van Stade Everois op de leeftijd van vijf jaar - 'we wilden een Franstalige club in de buurt, omdat hij al naar school ging in het Nederlands' - maar is toch vooral te vinden op het beton van het Hanssenspark. Bang om te trainen was hij niet, lage temperaturen of een modderig veld schrokken hem niet af, maar Yannick vond gewoon dat er te weinig trainingen waren. Voor zijn dagelijkse streling van de bal had hij geen gras, scheidsrechter, trainer of noppen nodig. Het voetbal van Carrasco wordt dus vooral op straat geboetseerd, met zijn opa of zijn vrienden die een al even onverzadigbare passie voor de bal hebben. Carmen werkt laat en het gebeurt meer dan eens dat ze een omweg moet maken naar het betonveldje om er Yannick op te pikken. Die staat dan soms nog te onderhandelen met zijn opa of hij nog enkele minuutjes langer mag blijven. 'Al zijn vrije tijd bracht Yannick er door. En dat duurde uren! Hij wilde altijd maar voetballen, en mijn vader wachtte dan geduldig op de bank.' Een geboren dribbelaar dus, made in Brussels. Na een passage bij Diegem - een eerste gelijkenis met Nabil Dirar, die zijn gids zou worden tijdens zijn Monegaskische jaren - belandt hij in Genk. Yannick had naar Standard, Anderlecht of zelfs Cercle Brugge kunnen gaan, maar uiteindelijk zwicht hij voor Limburg. 'Hij voelde zich daar goed, hij is altijd op zijn gevoel afgegaan', zegt Carmen, die aanvaardt dat haar zoon naar een gastgezin vertrekt om zijn voetbalopleiding ver van de familiale cocon te voltooien. 'Ik zag hem alleen nog in het weekend. En dan nog: op zaterdag speelde hij, dus reed ik naar alle uithoeken van België om zijn matchen te zien. Zaterdagavond keerden we dan terug naar Vilvoorde en zondag vertrok hij naar Genk.' De niet evidente keuze van Yannick kwam er uiteraard na overleg met zijn mama: 'We hebben een stevige band. Zo is hij nog nooit van club veranderd zonder daarover eerst met mij te praten. Die keuze voor Genk hebben we samen gemaakt. We hebben er veel over gesproken, hij vroeg me om hem die kans op succes te geven. Als je zoon je dat vraagt, mag je niet egoïstisch zijn. Ik wilde niet in zijn plaats beslissen, omdat ik altijd het beste wilde voor mijn kinderen. Ik heb tegen mezelf gezegd dat we alles op alles gingen zetten: ofwel lukt het, ofwel niet. En ik heb me er voor driehonderd procent achter gezet.' Yannick grijpt zijn kans met beide euh... voeten, zonder daarom te vergeten vanwaar hij komt. Op zijn twaalfde verdeelt hij zijn tijd tussen trainingen en lessen op de middelbare school van het fameuze Sint-Jan Berchmanscollege van Genk. Die school werkt samen met de voetbalclub en heeft op haar banken heel wat illustere namen de revue zien passeren: Thibaut Courtois, Jelle Vossen, Dennis Praet, Kevin De Bruyne en ook Divock Origi. Het zijn namen die de school met trots uitdraagt, samen met die van Yannick, wanneer ze in haar powerpointpresentatie de internationale verdiensten van haar oud-leerlingen opsomt. Hoewel het aantal trainingen op gras is toegenomen, profiteert Yannick van zijn schaarse momenten in de hoofdstad om het beton van de agora nog eens te voelen met een bende vrienden. Een gewoonte die hij pas zal moeten laten wanneer hij zijn eerste profcontract tekent in Monaco, ook al verdenkt zijn moeder - en ze zegt het met een medeplichtige glimlach op het gelaat - hem ervan dat hij hier en daar in zijn vrije tijd nog wel eens wat geïmproviseerd minivoetbal doet. Elke dag zonder voetbal lijkt een verloren dag. Michel Ribeiro, trainer bij de jeugd in Genk, merkte direct de liefde voor het spelletje op bij Yannick, met wie hij vier en een half jaar samenwerkte. 'Wat ik nooit zal vergeten, was het plezier dat hij elke keer uitstraalde als hij de bal had. Soms ging hij op training niet voluit, maar wanneer er wedstrijdjes werden gespeeld of technische oefeningen werden gedaan, wilde hij winnen, de beste en de snelste zijn. Toen ik hem onder mijn hoede had, wilde hij niet alleen de dingen goed doen, maar ze ook zo snel mogelijk kunnen. Sneller dan de anderen. Gelijk welke competitie waaraan hij deelnam, wilde hij winnend afsluiten.' Een herkenbare karaktertrek voor Carmen: 'Yannick is altijd erg volhardend geweest. Hij heeft concurrentie nodig, hij moet op de proef gesteld worden om te kunnen tonen wat hij waard is. Hij speelde trouwens altijd tegen jongens die groter en ouder waren dan hij, of het nu op straat of in de club was. Desondanks toonde hij toch zijn kwaliteiten.' Ribeiro heeft snel in de smiezen dat zijn nieuwe pupil bovengemiddelde technische capaciteiten heeft. 'Je zag goed dat hij iemand was die op straat had leren voetballen. Hij had de techniek die typisch is voor jongens die op veldjes in de wijk hebben gespeeld. En ook de gebreken die daarmee gepaard gaan, want hij had de neiging om een beetje te overdrijven wanneer hij de bal had. Maar het was duidelijk dat hij iets speciaals had. Het was nooit de beste dag van de verdedigers van de tegenstander als Yannick op het veld stond. Toch had hij nog niet het fysieke en atletische volume om vier of vijf man in de wind te zetten, zoals hij dat nu soms doet. Het was nog een beetje een spichtige jongen, hij was redelijk mager. Pas in Monaco heeft hij dat aspect van zijn spel bijgeschaafd.' Yannick is nog maar zestien jaar wanneer hij beslist om België te verlaten en in Zuid-Frankrijk zijn carrière verder te zetten. Nog maar eens gaat hij af op zijn gevoel, want verschillende clubs, vooral Spaanse, staan in de rij om het goudklompje uit de opleiding van de Limburgse club in te lijven. 'Hij is er gaan testen en voelde zich er meteen goed', zegt Carmen. 'Ik denk dat het voor hem soms hard is geweest om daar helemaal alleen te zitten, ver van zijn familie, op zo'n jonge leeftijd, maar dat heeft hij ons nooit laten merken. Dat is ongetwijfeld het grootste verschil tussen Yannick en Mylan. Hij was niet echt getalenteerder dan zijn jongere broer, maar hij heeft altijd een ijzeren mentaliteit gehad en een enorme wil om te slagen. Al toen hij klein was, zei hij dat hij profvoetballer wilde worden. Dat zat vanaf het begin in zijn hoofd, en hij heeft er alles aan gedaan.' In een tijdspanne van bijna twintig jaar is het beton van het Hanssenspark veranderd in een mooi gemaaid grasveld. De toeschouwers zijn niet meer de zeldzame wandelaars in het park in Vilvoorde, maar tienduizenden fans. En zijn coach is niet meer zijn opa die op de bank zit toe te kijken, maar een zekere Diego Simeone. Hoewel sommigen het een riskante keuze vonden op één jaar van het EK in Frankrijk, is Yannick de concurrentie gaan opzoeken in Madrid en heeft hij zich ondertussen een plaatsje in de basiself veroverd. Zodra hij de bijna onmenselijke fysieke voorbereiding, opgelegd door de Argentijnse trainer, verteerd had, is Yannick een vaste waarde geworden in een van de beste ploegen van het continent. Tot ieders verbazing... of toch bijna. Want uiteraard was Carmen er zeker van dat haar zoon zou slagen: 'Ik denk dat Simeone naar de kwaliteit van een speler kijkt. Hij moet zich volledig geven, nooit opgeven, altijd doorgaan. En dat is nu net een van de sterke punten van Yannick.' Een ijzeren mentaliteit en een arsenaal aan dribbels die ontstonden op het beton: het lijdt geen twijfel, de wekelijkse kunststukjes van Carrasco zijn geïnspireerd door de straat. DOOR GUILLAUME GAUTIER - FOTO'S BELGAIMAGE - ERIC LALMAND'Hij heeft concurrentie nodig om te tonen wat hij waard is.' - CARMEN CARRASCO 'Het was nooit de beste dag van de verdedigers van de tegenstander als Yannick op het veld stond.' - MICHEL RIBEIRO