AANVAL OVER RECHTS

Het samenspel tussen Fernando Canesin en Franck Berrier ligt aan de basis van de offensieve dreigingen op de rechterflank. Het obstakel dat beiden in hun loopacties tegenkomen, zit eerder in de coördinatie dan in de moeilijkheidsgraad. Berrier duikt vaak in de rug van de nummer 6 van de tegenstander om daar diep te gaan en de ruimte te benutten die Canesin creëert door de nummer 5 weg te lokken. Gohi Bi Cyriac en Knowledge Musona staan dan paraat in de zestien, waar ook Sébastien Siani rondzwerft. Voor dergelijke looplijnen is een perfecte timing nodig, zodat de tegenstander uit verband kan worden gespeeld.
...

Het samenspel tussen Fernando Canesin en Franck Berrier ligt aan de basis van de offensieve dreigingen op de rechterflank. Het obstakel dat beiden in hun loopacties tegenkomen, zit eerder in de coördinatie dan in de moeilijkheidsgraad. Berrier duikt vaak in de rug van de nummer 6 van de tegenstander om daar diep te gaan en de ruimte te benutten die Canesin creëert door de nummer 5 weg te lokken. Gohi Bi Cyriac en Knowledge Musona staan dan paraat in de zestien, waar ook Sébastien Siani rondzwerft. Voor dergelijke looplijnen is een perfecte timing nodig, zodat de tegenstander uit verband kan worden gespeeld. Het alternatief is een diepe bal op Cyriac, die afhaakt en zo de nummer 4 van de tegenstander meetrekt. Berrier is dan beschikbaar om tussen de lijnen te lopen, waar hij zijn uitmuntende passing kan aanwenden. Zijn doel is dan Canesin, die naar binnen komt en diep gaat in de ruimte die de centrale verdediger liet vallen. De diepgang van Jordan Lukaku en de ruimte die hij bestrijkt, maken hem vaak aanspeelbaar. Hij wordt niet onder druk gezet door de tegenstander, want die vreest zijn snelheid in de een-tegen-eensituaties en dekt hem dus aan de binnenkant af om hem zo te intercepteren. Daar komt ook de complementariteit tussen Lukaku en Musona tot uiting. Door zijn vinnigheid en goede eerste baltoets is de Zimbabwaan de nummer 2 van de tegenstander de baas. Die moet kiezen tussen het volgen van Musona of het afdekken van de flank waar Lukaku diepgang zoekt. De grillige looplijnen van Musona brengen de tegenstrever in verwarring en scheppen ruimte voor de jongste Lukaku. Jordan kan op kracht een flinke sprint trekken, die hij vaak al begint aan de middenlijn. Doordat hij voortdurend op en neer kan blijven lopen, mat hij zijn opponent fysiek en mentaal af en kan hij op een verdediging wegen. Musona heeft het perfecte profiel om als tweede spits te fungeren. Hij staat vaak links in het centrum, in de buurt van de vijandelijke nummer 3. Het idee is dat hij afhaakt, tussen de lijnen loopt en op die manier aanspeelbaar is. Door de centrale verdediger mee te lokken creëert hij centraal ruimte, terwijl hij toch de nodige vrijheid bewaart om te draaien en een steekpass te geven op Cyriac. Het vervolg is bekend: de Ivoriaan is een zuivere spits, die graag op het randje van buitenspel loopt. Op die manier creeerde KVO sinds het begin van het seizoen al heel wat een-tegen-eensituaties met de doelman (bij de meeste goals verliep de aanval door het centrum). Het enige minpunt is dat er ook al veel kansen gemist werden, wat nefast kan zijn in gesloten wedstrijden, waar dergelijke gelegenheden schaars zijn. Yves Vanderhaeghe koos ervoor om de erfenis van Hein Vanhaezeboruck (onder wie hij bij KV Kortrijk als assistent heeft gewerkt) in Oostende door te geven. Zijn seizoen als T1 bij KVK toonde al dat hij tactisch niet veel wijzigt aan een al goed geolied geheel. Met die zekerheden begon Vanderhaeghe zijn job aan de kust. De rol van Zarko Tomasevic bij Kortrijk werd overgenomen door Jordan Lukaku. Hij is de pion waarmee men schuift om van drie naar vier achterin te gaan. Bij balbezit speelt men met drie verdedigers, bij balverlies met vier. De gelijkenissen tussen het systeem van Yves Vanderhaeghe en dat van Hein Vanhaezebrouck liggen in de profielen van de spelers: de passkwaliteit en de diepgang van Musona komen overeen met die van Thomas Matton. De techniek en de loopacties van Canesin doen denken aan die van Brecht Dejaegere. Lukaku doet op links wat Thomas Foket bij Gent op rechts doet. En Berrier verricht het werk tussen de lijnen zoals Danijel Milicevic. Eén groot verschil toch: de doorbraken van Cyriac, Musona, Canesin en Lukaku worden gevoed door veel verticale passes, wat van Oostende bij uitstek een ploeg maakt die de counter speelt. Vanhaezebrouck daarentegen wil meer geduld in de opbouw. Dat Oostende de bal in de ploeg kan houden is logisch gezien het profiel van de middenvelders (Sébastien Siani, Franck Berrier, Andile Jali). Dat ensemble noopt de tegenstander een laag blok te zetten en de bal aan de kustjongens te laten, die daardoor zelf kwetsbaar worden op een counter. De ploeg is nog niet helemaal in evenwicht en de overgang naar de verdediging met vier vraagt nog wat tijd, want in de rug van Lukaku ligt er vaak ruimte. Ook al is hij erg snel, mirakels kan ook hij niet verrichten. Dat Kévin Vandendriessche in de basiself werd gedropt, dient om het evenwicht in de ploeg te bewaren - de speler gaf aan dat Vanderhaeghe voor hem een rol vóór de defensie weggelegd ziet. Met deze ploeg moet KV Oostende play-off 1 kunnen halen. DOOR ALEX TEKLAK'In de rug van Lukaku ligt er vaak ruimte. Ook al is hij erg snel, mirakels kan hij niet verrichten.' ALEX TEKLAK