' Even God can't struggle against stupidity.' Prominent hangen die aan Shakespeare toegeschreven woorden in het huis van Guillaume Debusseré (69). Met een absolute hekel aan domheid verzorgde die dertig jaar lang de transfers van vierdeklasser Sint-Eloois-Winkel. "Als spelers met wie we onderhandelden, wisten dat één en één twee is, maar al eens moesten nadenken bij twee plus twee, mochten ze voor mijn part direct opkrassen."
...

' Even God can't struggle against stupidity.' Prominent hangen die aan Shakespeare toegeschreven woorden in het huis van Guillaume Debusseré (69). Met een absolute hekel aan domheid verzorgde die dertig jaar lang de transfers van vierdeklasser Sint-Eloois-Winkel. "Als spelers met wie we onderhandelden, wisten dat één en één twee is, maar al eens moesten nadenken bij twee plus twee, mochten ze voor mijn part direct opkrassen." Met zichtbare fierheid neemt Debusseré plaats aan de onder papieren bedolven eettafel. Een korte duik in zijn persoonlijk archief heeft zijn jarenlange inzet voor Sint-Eloois-Winkel tastbaar gemaakt. Hij kan het niet laten om direct naar zijn pronkstuk te grijpen. Een vergeelde foto van 1 juni 1975, die het moment toont waarop Dirk Beheydt met een handtekening zijn overgang naar Cercle Brugge afrondt. "Twee miljoen frank. Nooit hebben we voor iemand meer gekregen."De verhalen van Debusseré illustreren dat transfers regelen een stiel apart is. "Ik ben indertijd eens om drie uur 's nachts naar een fabriek in Wervik gereden om er met een voetballer te onderhandelen. En soms gebeurde het dat ik 's nachts kiezelsteentjes of muntjes van een halve frank naar het slaapkamerraam van een speler stond te gooien. Op het einde van de transferperiode, in de laatste dagen en uren, werd het immers altijd interessant. Dan zakten de prijzen."Af en toe was het hilariteit troef. Zoals toen onderpastoor Lemarck, indertijd de proost van de ploeg, meeging naar de onderhandelingen met Leon Baeckelandt. "Meneer pastoor dronk graag eens iets en kapte bij Baeckelandt verscheidene whisky's achterover. Op de terugweg zette een zwaantje me aan de kant. Toen ik mijn ruitje opende, gebood de agent mij rond mijn wagen te wandelen. Geen probleem, ik had niets gedronken. Weer aan mijn portier gekomen, ging ik naar de politieman en zei ik : doe mij nu eens een plezier en vraag eens hetzelfde aan eerwaarde (lacht). Dat had je moeten zien ! Op handen en voeten sukkelde die rond de auto (lacht)." Maar dé anekdote die Debusseré tot vandaag achtervolgt, gaat over Coudeville. "Toen ik met die speler bij hem thuis aan het onderhandelen was, belden onverwachts mensen van Moorsele aan. Coudeville was niet geïnteresseerd, maar wou uit beleefdheid toch met die mannen praten. Om de zaken niet te bemoeilijken mochten de mensen van Moorsele natuurlijk niet weten dat ik er was, en dus nam de vrouw van Coudeville mij mee in de slaapkamer. Anderhalf uur heb ik daar met haar op bed gezeten. (lacht)" Het eerste dat Debusseré op zijn boterham krijgt als hij even later de kantine van Sint-Eloois-Winkel binnenwandelt : "Je hebt toch verteld van die keer dat je met Coudeville zijn vrouw in bed gedoken bent, hé ?" Volgende week : KVC Willebroek Meerhof.KRISTOF DE RYCK